Augustus 2018 Solomon eilanden, deel 2

(Voor alle duidelijkheid, we zijn ondertussen dec 2018 en terug in Belgie, maar dit is een terugblik op een mooi stukje van onze reis)

Na mijn herstel van mijn beeninfectie in het hospitaal van Lata zijn Ilse en ik terug verder getrokken op onze zeilreis door Solomon. Nadat ik van de dokter en verpleegsters een volledige ontsmettingskit meekreeg en ook de nodige pillen om mijn antibiotica kuur geleidelijk af te bouwen, waren we blij om terug verder te trekken. Onze eerste stop was het eiland San Christobal, zo een drie dagen (en twee nachten) varen. In het stadje Kira kira was er net een bananen festival, want San Christobal is ervoor gekend.

Lokale talentengroep, voor hun optreden. Tweede mevrouw van links heeft wat te veel aan de betelpalm noten gezeten, haar grasrokje hangt rond haar nek.
Het optreden zelf. Ik zou dit vergelijken met een optreden van Eddy Wally bij ons op de kermis, lekker fun maar niet echt gesofistikeerd. Mevrouw achteraan rechts zorgt voor een touch autenticiteit.
H
Hergé zou blij zijn met deze bananensoort die rechtop groeit
Bananensoorten genoeg, alleen al op dit eiland zijn er meer dan 100 verschillende soorten

Na KiraKira vaarden we naar de noordkant van het eiland, om de volgende dag een korte oversteek te hebben naar Guadalcanal. We meerden aan voor een tijdelijk dorp dat hout kapt voor de export. Dit is een van de problemen van Solomon, een chef van een dorp verkoopt de rooi rechten, strijkt het geld op en verdeelt dit al dan niet over zijn stamgenoten. Ondertussen ziet de natuur erg af en duurt het herstel lang.

Alle materiaal om bos te rooien wordt aangevoerd en ook weer meegenomen, althans de machines die nog werken. De rest wordt achtergelaten als schroot op de zwaar diesel-vervuilde grond.

De volgende dag zijn we alweer op weg naar het eiland Guadalcanal. Dat is vooral gekend door de Amerikanen, de Australiers en de Japanners want het was het toneel voor een beslissende fase van de tweede wereldoorlog. Maar eerst komen we op het uiterste zuidpuntje aan bij een welkome afwisseling: het toeristenverblijf Tavanipupu resort. Er waren geen betalende gasten en dus konden we als cruisers rondlopen op het prachtige domein en met de lokale manager mee aan tafel aanschuiven. Ilse kreeg zelfs een massage aangeboden in ruil voor het afstaan van de auteursrechten van de foto’s, die je kan bewonderen op de website van het resort.

Maar we konden natuurlijk hier niet eeuwig blijven… dus heb ik Ilse ‘s nachts met de boot ontvoerd. 😉

Vlakbij het resort was er een jaarlijkse bijeenkomst van een lokale stam. De priester die we ontmoet hadden in het resort nodigde ons uit. Na een lange trip met onze trouwe flipper (bootje) en heel wat zoekwerk zagen we uiteindelijk een grote collectie canoes liggen, en wisten we dat we juist zaten. We waren de enige vreemdelingen onder een honderdtal mensen vanuit de omliggende dorpen. We aten mee met het traditionele ontbijt, biscuit koekjes en thee met melk en suiker. Daarna was er een rondleiding met de chef van het dorp, gevolgd door kleine optredens. We zagen de meisjes zingen (zo zo), de vrouwen dansen en kerkliederen zingen (zo zo) en daarna kwamen de jongens. Eerst de kleinsten en daarna de grotere. Iedereen lag plat van het lachen. Geniet met ons mee:

Aalsters carnaval in de Solomons

Maar we trokken verder en kwamen in de hoofdstad Honiara samen met nog twee andere cruisers die we reeds in Lata hadden ontmoet. De haven was piepklein met misschien plaats voor vier boten, dus we bleven buiten voor de ingang geankerd. Gelukkig zat het weer en de golven mee en hadden we geen onvoorziene her-ankeringen. Omdat het wereld voetbal toernooi aan de gang was, en heel populair is in de eilanden van de stille Zuidzee, kregen we naargelang het tornooi vorderde steeds meer supporters van Belgie. Het werd dus steeds gemakkelijker om uit te leggen waar we vandaan kwamen.

The birds…

En verder ging de reis. We namen een zijuitstap naar de baai van Roderick waar een klein cruiseship een grote botsing had gehad met een rif. Er was zoals steeds een toeloop van families met canoes die groenten en fruit wilden wisselen voor kleren of andere nuttige dingen. We geven bijna nooit direct iets, maar proberen altijd te wisselen, ook al zijn beide zijden niet in evenwicht. Alleen was de vraag van de lokale chef John Piluca (Niet te verwarren met de aimabele John Ruca) om een ankervergoeding te geven er te veel aan, na onze gulle uitwisselingen. De arme stakker die hij erop uit stuurde om te ontvangen heeft een tirade over zijn hoofd gekregen…

Tenslotte reisden we af naar onze check-out stad in Solomon, Noro. We passeerden onderweg nog een natuurpark Tetepare dat absoluut de moeite van het bezoeken waard is, als de zee niet te wild is tenminste. Anders kan je verblijf er wel eens met een week verlengd worden …

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Onderweg naar Noro kregen we een regenvlaag over ons.
De vaarweg naar Noro loopt langs dichtbegroeide eilanden en door kanalen.
Sanuk voor het dorp van Noro, een kleine witte stip op het blauwe water…

Na Noro stond er een serieuze tocht op ons te wachten, dus gooiden we de dieseltanks nog eens vol met 400 liter taksvrije diesel. Helaas wat te enthousiast, want ik kreeg een dieseldouche over me heen. Gelukkig kijken ze er hier niet te erg naar als er een tiental liter diesel in de zee gemorst wordt. Het zou in Australie of de USA een dure keer geworden zijn…

Volgende keer meer over ons bezoek aan de Louisiades, een deel van Papua Nieuw Genua.

Beautiful Vanuatu

Vanuatu was definitely one of the most beautiful group of Islands I have seen during our 3 year trip in the Pacific. We spent a bit more than a month there and we still feel we missed out on a lot. We could have easily spent 3 months without getting bored but we had to be in Cairns by september and still had Solomon and the Louisiades on our list.

It was great to have Emma and Sebastien with us for 3 weeks! Time flies when you are having fun. The snorkeling was great, the people were friendly and the villages still very authentic. The weather was not at its best but nevertheless we enjoyed every minute of it.

On the island of Tanna we visited the Yasur vulcano and witnessed nature’s force.

After visiting Tanna we decided to sail directly to Port Villa, the capital of Vanuatu, because the weather was not going to be good the next couple days. We sailed through some rough weather with a lot of thunder and lightning but nothing Sanuk and the captain could not handle.

During our trip to Port Villa we caught a huge Wahoo, 14Kg. It was not easy to get him on board but the boys managed! Food for a couple days.
Another beautiful sunset in Port Villa, the capital of Vanuatu

After foodshopping for the next weeks and washing off the salt from Sanuk at the dock in Port Villa we were ready to sail to Pentecost Island to see the landdivers. We anchored at several islands and every time we were amazed at how many children there were and all soo happy.

life is fun

We did some snorkeling at every stop we made and were never disappointed although we did not see the dugongs. The coral was beautiful…

My favourite little fish, the anemone fish.

We made a stop at Ambrym Island where only a couple months before the volcano became active, no lava but a lot of ash was released and many left the island to go to Santos. We met some people who stayed…

Land diving is a ritual performed by the men of the southern part of Pentecost Island from April till the end of June. Men jump off wooden towers, 20-30 meters high, with two tree vines wrapped around their ankles. It is done without safety equipment! The ritual is connected with the yam harvest season as one good dive would ensure a good yam season. It has become a tourist attraction over the years but still very exciting to see the courage of these men.

Villagers believe land diving can enhance the health and strength of the divers. Land diving is considered an expression of masculinity.
The pre-cursor of bungee jumping…

After the ceremony we were invited to have some real, freshly made kava! Kava is used for medicinal, religious, political, cultural and social purposes throughout the Pacific.

“Kava produces a state of calmness, relaxation and well-being without diminishing cognitive performance.” Yep, life is good !!!

Returning back to Sanuk we felt grateful we were part of this special ceremony of landdiving. We had time enough to sail to “waterfall bay” where we stayed for the night.

always accompanied by local kids who are eager to show you the way

Next we sailed to Santos, the final stop for Emma and Sebastien. We visited the gorgeous blue holes and did some more snorkeling.

On our way with Flipper to the blue hole.
Anemone fish defending its territory

But all good things come to an end…

We continued sailing north, checked out in Sola and sailed to the Bank islands, still part of Vanuatu. The more north we went, the more the islands were remote. We did not have internet and we exchanged goods for food.

A typical house on the island of Ureparapara
Another happy bunch of kids, happy to be in the picture. 36% of the population is between 0-14years old, 4% is older than 65 !
Sanuk with a beautiful sunset in the bay at Gaua
 A spotted eagle ray, snorkeling at the Banks islands
A family of anemone fish
The last sunset in Vanuatu, tomorrow we start our sail to Solomon

juni 2018 heerlijk Vanuatu

voor ons vertrek van Nieuw Caledonie naar Vanuatu, nog even genieten van de prachtige Gaji baai op Ile des Pins in Nieuw Caledonie
terugkeer van snorkelen

De overtocht was snel (22 uur) voor 171 Nm, of 14,4km/uur. Het was wel nogal woelig omdat we de hele weg scherp aan de wind vaarden (60° AWA) met golven van 2 à 3 meter (golven zien er altijd klein uit op video). We waren dan ook blij dat we konden ankeren in Anatheum baai en gaan slapen. Tijdens de nacht doen we elk shifts van 3 uur en het duurt een paar dagen voor je in dat ritme komt.

Na de overtocht, aankomst op het eiland Anatheum. Klein wandelingetje  aan de noordkant op het koraal bij laag water.
Ons eerste doel, de vulkaan Yassur op het eiland Tanna
Onze dochter Emma en haar vriend Séba komen op bezoek. We halen ze op in de luchthaven van Lenakel met de lokale bus.
Ik: … we zullen jullie deze twee weken verwennen als royalty

De stam die aan de toegangsweg van de vulkaan woont, geeft haar toestemming voor een bezoek na een consultatie met de goden.
We rijden met een jeep tot bijna aan de top van de vulkaan. Dan nog een trap naar boven. Hier is het aardse geweld serieus indrukwekkend
Bukkken want hier komt een lading lava aan
Vooral als de zon onder is komen de kleuren en het geweld op je af
Op weg naar het volgende eiland Epi vangen we een mooie wahoo
Ook onder water is Vanuatu mooi
spinaziegroen hertegewei … onder water
Tussentijdse snapshot tijdens haarsnit
Emma heeft een bootje gevonden om mee te varen

 Séba ook… op weg naar een demonstratie van bungi jumping avant la lettre
Op een helling in het eiland Pentecost staat een 15 meter hoge toren gebouwd rond de resten van een boom waarvan de kruin is gekapt. Indrukwekkend! 
Van elke springplatform lopen lianen naar de voet van de toren. De lianen worden ‘s nachts verpakt in bananenbladeren om ze soepel te houden
de chef van de stam (daarnet nog in short en T-shirt, nu in traditionele kledij met peniskoker) inspecteert de toren op geschiktheid
Ze worden er goed voor betaald, maar mij zouden ze toch niet zo gek krijgen om op het bovenste platform te kruipen, laat staan te springen.
Omdat Ilse zei nog nooit Kava gedronken te hebben, kregen we een privé demonstratie van het kavamaken door een stamlid. Ingrediēnten: de fijngemalen wortel van de kavaplant, water en veel handarbeid.
Het drinken van de kava geeft een tintelend en verdovend gevoel aan de tong en lippen. De maker kijkt vol spanning toe hoe Ilse het er van zal afbrengen. Het blijkt dat ze geboren is om kava te drinken,,,

 Séba vertrouwt het niet en geeft het snel door na een proevertje. Het ziet er dan ook uit als modderwater, en de smaak is duidelijk een kwestie van gewoonwording.
Op weg met onze Flipper naar een blue hole. Langs een riviertje dat eindigt bij een diep meertje met een ondergrondse bron:
de blue hole. De kleur komt van het koraalgesteente waar het water door omhoog welt
enorm rustig en mooi varen door ongerepte natuur
De markt van Lugainville op het eiland Santol. Vooral veel soorten wortels, maar ook bananen, appelsienen, ananas, popo (papaya) en bonen, zo dik als een arm.
Het resultaat van een uitbarsting van de Yasur vulkaan, 40km hiervandaan. Pas na twee dagen kuisen zag Sanuk er weer treffelijk uit.
op bezoek in een dorp op het eiland Ambrym, zoals overal buiten de steden is er bijna nergens stromend water of electriciteit. Toch zijn de mensen heel vriendelijk en blij. Ze leven in harmonie met wat de natuur hen schenkt.
als verwelkoming bij het dorp Lesalav op het eiland Gaua kregen we twee kokosnoten van dorpsleider Gensly als verwelkoming. Overal ruilden we klederen en gebruiksvoorwerpen tegen natuurproducten. Dankzij de familie Bart Cami hadden we veel tweedehands kleding om uit te delen. Nogmaals bedankt Bart en Katleen!
Van jongsaf aan wordt er geleerd om met een machete of mes om te gaan. Ik krijg er nog steeds kippevel van als ik ze bezig zie.
ook de meisjes laten zich niet onbetuigd. Hier worden kokosnoten geschild.
Deze familiefoto hebben we afgedrukt en cadeau gedaan. Overal zijn er enorm veel kinderen.
we maakten een dagtocht naar het meer van een uitgedoofde vulkaan. De gids is verplicht om over de stamgronden te mogen, maar ook broodnodig.
Tropisch regenwoud: het pad wordt gebruikt door de lokale mensen, maar een gids met machete maakt het begaanbaar voor ons
de zondagsmis op het eiland Loh, iedereen op zijn best
Na de mis blijkt het eb geworden te zijn, maar geen nood, helpende handen genoeg. De Ni-vatu (mensen van Vanuatu) zijn altijd super vriendelijk maar schrikken er niet van terug om aan de cruisers zoveel mogelijk gerief te vragen. Wie niet waagt, niet wint.

maart 2018 Hpa-An, Myanmar

In Mawlamyine gingen we nog met een groepje backpackers op een dagtrip naar een nabij gelegen eiland. Dat gaf ons de gelegenheid om op korte tijd veel kleine familiebedrijfjes te bezoeken. Alhoewel we de bomma en bompa van de groep waren, hadden we toch plezier met de andere groepsleden: twee Engelsen, een Ier (onverstaanbaar), twee Duitsers en een Francaise, allemaal van in de late twintig. Het geluk lachte ons toe, want plots kwamen we voorbij een trouwfeest. Onze gids, een charmante 75jarige Burmees troonde ons mee naar binnen. We troffen een zeer onwennige trouwer aan in zijn beste pak, naast zijn vlotte en Engels sprekende echtgenote. Na een halfuurtje vertrokken we terug, elk met een meeneem pakket eten dat uitmuntend bleek te smaken.

Op het eiland bezochten we ook nog een pijpmakerij (uitstervend beroep?), een kokosmatten fabrikant, een elastiekjesfabriek, een hoedjesmaker en een leienfabrikant voor de lokale scholen.

De elastiekjes productieccylus was interessant:

  1. rubber van rubberbomen wordt gemengd met ammoniak en een uur lang doorgeroerd.
  2. houten palen worden in de gekleurde oplossing gedompeld en omgekeerd te drogen gezet. (Dus geen productie in het natte seizoen)
  3. de kapoten worden van de palen gerold en op een hoop gelegd.
  4. De rubbers worden onder een snijmes in fijne reepjes gesneden
  5. De reepjes worden opgeraapt met een soort van stemvork om de goede van de slechte elastiekjes te scheiden. De elastiekjes worden nog eens op een grote hoop gedumpt om nog wat te drogen in de zon, vooraleer ze in zakjes gestopt worden.
  6. De toegebrande zakjes met elastiekjes worden blijkbaar over gans Myanmar verkocht en gebruikt.

De mensen van de elastiekjesfabriek verdienen elk ongeveer 3EUR per dag,als het weer werken toelaat en aan het gekuch van de werknemers te horen is dit niet een echt gezonde bezigheid.

In Mawlamyine namen we een boot om via de rivier naar Hpa-An te varen. Een trip van 6 uur, onderbroken door een halfuurtje bezoek aan een klooster langs de rivier. Het klooster was idyllisch rustig, er waren enkele moniken en een paar devote Burmeese bezoekers. Verder was er niemand.


In tegenstelling tot vele anderen hebben monniken geen last van luizen.

Op de terugweg van het klooster naar de boot kwamen we wel iets meer aktie tegen: een hanengevecht. Twee hanen met hun verzorgers (nou ja, managers) werden flink opgehitst door geblaas op hun achterwerk. (Ieder zijn ding he). Toen de hanen allebei moe waren werden ze elk in hun hoek van het canvas bijgewerkt door hun verzorger: kop gewassen, een soort van drug (suiker?) werd met water geforceerd binnengeduwd en er werd een pluimpje aan beide kanten van hun kop gestoken. Toen gingen ze weer tegen elkaar tekeer. Net toen ik wou te weten komen waar dat pluimpje goed voor was, werden we weggeroepen omdat onze boot terug ging vertrekken. Nu gaan we het geheim van de pluimpjes nooit weten..

Na een verdere tocht van 4 uur op de rivier, waarbij we kiezelbaggeraars en kanos volgeladen met grote families tegenkwamen, kwamen we aan in Hpa-An. Dit is een niet toeristisch stadje (want moeilijk bereikbaar) dat toch een paar heel leuke attrakties te bieden heeft. We bezochten twee grotten met mooie Buddha vereringen, een bedevaartsoord op de berg en we kwamen een groepje schoolkinderen tegen die een traditioneel dansje aan het instuderen waren. Vooral de beklimming van de Zwe Ga Bin berg was een ervaring: in het dal, bij de Lambini Garden, stonden 1100 bouddha in symmetrische opstelling tegen een achtergrond van de 723 meter hoge berg. We deden er twee uur over om boven te geraken (bij een temperatuur van tegen de 30 graden), namen boven een uurtje de tijd om de bouddha’s en de gelovigen in ogenschouw te nemen bij het nuttigen van een glaasje Birma thee, en keerden dan terug naar beneden langs dezelfde steile trap, maar wel een half uurtje vlugger. Een leuke ervaring waar we de dag nadien nog hebben kunnen van genieten (in de bovenbenen).

In de tempels moet je altijd goed uit je doppen kijken, ook in het halfduister. De bouwheer kijkt niet op een paar centimeter afwijking op de hoogte van een trede


Elke speciaal wankele rots of hoge berg huisvest een pagode. Ook deze hebben we beklommen! (Maar ‘t was maar 50 meter hoog)


Veel gelovige Burmanen beklimmen ook de berg. Wij vroegen ons beneden af waarom er een monnik zand in pijkleurige zakjes zat te scheppen. Het bleek dat je je verdienstelijk kan maken voor de bouddhisten als je een pakje bouwzand of een baksteen deels meeneemt naar boven. Deze man droeg er zelfs 4!


Na een honderd hoogtemeters mochten de bakstenen of het zand achtergelaten worden.


Daar links in de verte trekken we naar toe. Maar nu moet ik gaan want anders kan ik Ilse niet meer inhalen…


En ‘t was toch weer niet een stupa die daar boven stond zeker!


De keerzijde van de berg: de afvalberg. Ook dat is Myanmar.


Het begin van onze afdaling terug naar de vallei en zijn 1100 budhha’s. Onderweg kwamen we ook vele koppeltjes tegen die de berg beklommen, maar soms moesten de meisjes haast de berg opgedragen worden… En dan ineens zie je 80-jarige vrouwen die zonder forceren de berg opmarcheren met het doel om voor donker boven te zijn. Boven is er voor de Burmanen steeds onderdak en eten te verkrijgen.


Omgeving van Hpa’An met de scooter: traditionele woning met bananenblaren dak en zijkanten


Net buiten de Saddan cave: goudgele rijstvelden. Mooi.


traditioneel huis


Een van de vele tempels, maar ze zijn allemaal anders


Hpa-An mensen van het platteland komen waren kopen en verkopen via de rivier


Lambini garden


Durex Myanmar afdeling


Een Belgische schone tussen de Birmaanse

Er zijn steeds genoeg Buddha’s voor elke monnik


Overal vind je openbare waterkruiken om je dorst te lessen


Onze gids op het eiland: Antoine/Antonio/Antoon/Anthony


Het is wel geen Orvelo, maar het gaat binnen (geserveerd in het niet zo bijpassende glas… )


Alle budha’s noemen hier Waldo. Waar is Waldo?

Myanmar maart 2017: wegconstructie

Op onze tocht doorheen Myanmar zijn we een aantal keer op wegenwerken gestoten. Dat was wel leuk want ik beeld me in dat dit in de jaren 50 er in Belgie wellicht ook zo aan toeging.

Ik heb een aantal foto’s en video’s ervan gemaakt. Van onze reporter ter plaatse:

Vrouwen doen 90% van het werk, dat valt steeds op.

Hier is het grootste werk al achter de rug: het effenen van de ondergrond. Aan de zijkant worden de keien volgens grootte geschikt. Eerst gaan de grootste keien zorgvuldig gerangschikt op de zandondergrond. Daartussen komen de kleinere keien zodat er een effen ondergrond ontstaat.

Dan wordt het pek of teer opgewarmd, met natuurmiddelen:

Daarna wordt het vloeibare teer op de steenslag gegoten (mannenwerk):

en dan komt het vuile werk: steenslag op de teer (vrouwenwerk):

en nog een beetje aanrijden met de pletrol, laten drogen en de weg is klaar voor gebruik.

 

maart 2018 Myanmar Mawlamyine bis

Nog een korte opvolger van mijn vorige blog, die apropos in een embryonale stadium werd gepubliceerd, Indien je geen fotos zag in de vorige blog, dan moet je die nog eens laden.

Ik heb nog wat videos van de reis naar Mawlamyine

Vroeger kon je niet met de trein tot in Mawlamyine, en moest je nog een overzet nemen om de rivier Thanlwin over te steken. Sinds een paar jaar is dit echter niet meer nodg.

En van onze zoektocht naar de monnik in de bosjes:

 

Uitsmijters:


Myanmar telecom


Myanmar electriciteit. Toch wat te toegankelijk vind ik. Ook in het stad vind je deze transformatoren op stahoogte.

8 maart 2018 Myanmar: Yangon Kyaik-Hti-Yo (golden rock) Mawlamyine

Na een korte vlucht van Saigon kwamen we aan op de luchthaven van Yangon. First things first: lokale munt (Kyat MMK spreek uit chjat) afhalen aan de ATM. Geloof de reisgidsen niet die zeggen dat je veel dollars moet meebrengen. Overal zijn ATMs en hoewel we wat dollars meebrachten, hebben we er geen enkele uitgegeven. Alles kan je betalen in Kyats. Tweede ding was een sim kaart kopen. We kochten 18 Gb data en 40 min bellen bij Oredoo voor omgerekend 13€. (Overal in het land 3G, meestal 4G). Het free WiFi in hotels kan traag zijn, maar wij hadden altijd snel internet. Na 4 maand overal goedkoop internet zullen we dat serieus missen op de boot!

Derde ding todo op de luchthaven: Grab app downloaden (de lokale Uber), ons nieuw telefoonnummer registreren en een taxi oproepen. Ongeveer de helft van de prijs van de gewone taxi’s, en geen gezeur over fooien en betalen. Tip: wandel met je gerief naar een straathoek waar weinig mensen staan, en roep daar je Grab. Zo is het veel eenvoudiger voor de taxi om jou te vinden.

We hebben drie dagen gespendeerd in Yangon, maar eigenlijk is er slechts een ding die je nergens anders in Myanmar vindt: de Shwedagonpagode, de grootste en heiligste pagode van heel Myanmar.


Even een poepje laten ruiken bij de leeuw aan de ingang (het Gouden Gat)


lokale hulp bij het aanpassen van de longyi, anders mag Ilse niet binnen

Na Yangon hebben we de trein gepakt naar golden rock Kyaik-Hti-Yo. Wat een belevenis! Over de koloniaal aangelegde sporen rijden drie treinen per dag naar onze bestemming. We kozen de dagtrein en kochten een upper class ticket, wat een gereserveerde stoel inhoudt. Het was wat zoeken om het reservatie loket te vinden (Hier geen e-loket: alles wordt nog op papier bijgehouden door de stationschef), maar de mensen zijn super vriendelijk en behulpzaam. Het werd een reis terug in de tijd: een koloniale wagon met alle vensters en deuren open die tegen max 50 km/uur door het idyllische landschap tuft. Op de weinige stops komen de ambulante verkoopsters aan boord en kun je al de lokale snacks uitproberen. Soms rijdt de trein stapvoets als hij langs onderhoudswerken passeert.

Na 5 uur relax schudden en wiegen waren we bijna op onze bestemming. Nog een lokale rit met de mensenvrachtwagen, en we waren in het gouden rots-dorp Kinmon. De Gouden rots ligt nog zo een 10 km bergop, maar er is een wel uitgebouwde navette naar de top: met 40 personen in een vrachtwagen die naar boven vliegt, de haarspeldbochten één voor één doorscheurt en ons 30 min later afzet, samen met honderden andere Burmaanse pelgrims. Wel onderweg twee keer gestopt: een keer om iedereen de kans te geven om een drankje te kopen (enkel de chauffeur kreeg zijn drankje, iedereen bleef zitten) en nog eens om twee mensen af te zetten bij de eerste kabelbaan van Myanmar. Dan moet je nog een wandelingetje maken langs een straatje afgezoomd met kraampjes die elke religieuze of culinaire wens in vervulling kunnen laten gaan. Wel zonder schoenen natuurlijk, want in een klooster of religieus gebouw moet je op blote voeten en met bedekte benen en schouders rondlopen (petje geen bezwaar), ook nog een kleine toeristenbelasting betaald van 6€.


Golden rock, een gelovige brengt nog wat bladgoud aan


Overal families. En ja, dat zijn offerblokken voor de monniken met echt geld in. Het is zelfs geen gewapend glas, want niemand steelt hier, en zeker al niet van Boeddha!


Met de toeristen- en pelgrimsvrachtwagen de berg op. Al goed dat het niet te lang duurde, want …


… vergeleken met dit heeft Ryanair riante beenruimte


Gelukkig wordt het bladgoud aan de goed kant geplakt, kwestie van het evenwicht niet te verstoren

De rots was spectaculaIr. Volledig in het goud geverfd, en daarna grotendeels met bladgoud overplakt door de gelovigen. Ook ik heb dat eens geprobeerd, maar dat bladgoud is zooo dun, dat het meeste aan mijn vingers kleefde of aan mijn kleren, en slechts een microgram aan de rots… A propos, dat was een mannenaangelegenheid, want vrouwen mogen niet aan de rots zelf komen. De laatste camion naar beneden was om 18:00 uur, en toch zagen we nog honderden pelgrims naar boven komen, om de nacht op de rots door te brengen (verboden voor toeristen). Een hele leuke belevenis.

De volgende dag trokken we verder met de trein voor nog een dagrit naar Mawlamyine, zo een 5 uur verder (150 km). Weerom een prachtdag, met uitzicht op weidse dorre steppen, eenzame dorpen in de vlakte, heuvels met gouden stupa’s en onderweg treinavontuur: stationnetjes, onderhoudswerkzaamheden, kinderen die hoopvol op een presentje meelopen met de trein, zwaaien naar mensen die voor de overweg staan, en ook hopen vuilnis aan de rand van elk dorp. Maar dat is iets waar we ondertussen stilaan gewoon aan geraken.

In het vroegere Moulmein, nu Mawlamyine zijn we een drietal dagen gebleven. We huurden een scooter en bezochten er de lokale bezienswaardigheden. Voor mij was de liggende boeddha een topper! 200 m lang, 40 meter hoog in 5 verdiepen.

Je kan hem al van ver zien liggen, deze world guiness boek Boeddha. Een monnik haalde het in zijn hoofd om de grootste liggende budha ter wereld te maken, en de gelovigen steunden hem hierin. Na een maand Myanmar kan ik gerust zeggen dat de boeddhistische monniken het grootste bouwbedrijf van Myanmar moeten zijn. Overal, werkelijk overal rijzen er pagodes of boeddha’s op. De mensen geven naast offer eten ook veel geld aan boeddha omdat ze geloven in een beter volgend leven. Heel origineel, bij de liggende boeddha was er geen entreegeld, maar je kon wel een donatie doen in bouwmateriaal: ik kocht 4 tegels en legde die neer bij het altaar.

Alhoewel de 200 m lange boeddha nog niet af is, zijn ze toch al bezig met de fundamenten voor een overbuur van 250m lang. Terug bij onze eerste boeddha: het is een heel bizar schouwspel binnenin. In de halfduistere betonnen gangen loop je blootsvoets door een opeenvolging van boeddhistische taferelen. Zeer aanschouwelijk wordt het leven van prins Siddharta uitgebeeld in een 50tal scenes. De beschilderingen zijn gedetailleerd en mooi, maar overal is een dikke laag stof. Zowel hele families als verliefde paartjes lopen door de gangen. De kleinsten gapen naar de wel heel realistische uitbeeldingen van de hel. Toch is het werk niet af: naarmate je naar hogere verdiepingen klimt kom je meer en meer onafgewerkte beelden tegen. Ook is het nooit duidelijk of een trap naar een doodlopende gang leidt, of net naar de uitgang gaat. Eigenlijk wel spannend.


De liggende Boeddha in al zijn glorie


Zijn overbuur, de andere boeddha in aanbouw. Is me dunkt al aan renovatie toe.


Wij kochten bij de ingang 4 ceramic sheet for holy robe (1,2€) als donatie


De boeddhistische hel, deel 1: trollen steken met spiezen door de stoute mensen


Deel 2: Chop Chop. A propos, dit is de enige keer dat ik een beeld met blotenborsten in Myanmar ben tegengekomen


zo ziet het vagevuur er wellicht uit


Naarmate je wat hoger gaat kom je soms stukken tegen die niet geheel afgewerkt zijn.


Dit tafereeltje moet nog geschilderd worden


De vingertoppen van boeddha zitten nog in de bamboe stelling


Grappig, een bouwwerf waar het verboden is om met schoenen in rond te lopen.


Zou het langs hier zijn?

Na het memorabel bezoek aan de boeddha zijn we ook nog op zoek gegaan naar een rij van tientallen standbeelden van monnikken. In onze excellente Trotter gids stond er een foto van een monnikbeeld  midden in de begroeiing. Het heeft wat moeite gekost, maar we hebben ze gevonden. Boven op een nabijgelegen heuvel stond een staande boeddha, en drie stupa’s. En vandaar kon ik een rij van beelden zien, niet te ver weg, maar wel midden zeer hoge en dichte begroeiing. Er was geen pad, maar waar een wil is is een weg, en dat hebben we gevolgd! Ik denk niet dat dit een drukbezochte plek is…


Volgens de trotter gids staat hier een wegwijzer… Zie je hem? (Hint: groot uitgevallen)


Op zoek naar de monniken beelden in het struikgewas, gelukkig geen slangen.


Gevonden!


Zo stonden er tientallen, maar we hebben er maar 4 bezocht.

maart 2018: halfweg Vietnam, quizvragen met oplossingen

Het zuiden van Vietnam is – en ik hoop dat ik hiermee tegen niemand zijn schenen schop – eigenlijk een lelijk land. Ware het niet voor de super vriendelijke en gedienstige mensen, je moet er niet gaan voor de ongerepte natuur of de wilde dieren. Elk stukje land wordt bewerkt en overal zie je sporen van de mensen, of wat ze achterlaten: hopen plastiekzakken vol met huisvuil worden gedumpt langs de weg. Eigenaardig genoeg is de stad properder dan de boerebuiten dank zij een leger van vrouwelijke vegers die vanaf de late namiddag tot midden in de nacht de stoepen schoonvegen en het vuil in vuilniswagens laden. Vietnam heeft (nog) geen prioriteit gemaakt van natuurbehoud, dus is er weinig mogelijkheid tot wandelen in de natuur via aangelegde paden. Wel is het heerlijk rijden langs de smalle betonwegen op de buiten tussen de rijstvelden van dorpje naar dorpje.

Maar een halve dag slecht weer gehad, op een bergpas. Anders altijd zon en mooi weer, daar zorgt Ilse voor

Nieuw (voor mij) bord: haarspelbochten komen eraan

Deze had ik niet direct door: er zijn hoogspanningskabels, maar ze hangen hoger dan 5 meter

Met de scooter zijn we dus naar Hoi An gereden, een klein kuststadje dat nog uit de middeleeuwen dateert en heel goed bewaard is. Helaas zijn we niet de enige toeristen die dit weten: omdat het Vietnamese nieuwjaar, Tet genaamd, in aantocht is kan je over de koppen lopen. Overal zie je bloemen en versieringen en de verlichte lampionnen waar Hoi An voor gekend is. Tet is duidelijk voor de mensen een heel belangrijk (en meestal de enige) 6-daagse vakantie, leve de tet 🙂

Nog wat lampions ophangen voor Tet

We zijn hier ook naar een waterpoppenspel geweest en dat was best leuk. De poppen worden onzichtbaar onder water aangestuurd en beelden grappige tafereeltjes uit, zoals de visser die door een vis wordt onder water meegesleurd.

Random gedachte 1: de waterbuffel is mijn favoriete dier hier: zachtaardig maar oersterk. En de kalfjes zijn heel lief, maar een beetje schuw. Ze blijven dicht bij de mama, die vrij rondloopt. In tegenstelling met de koeien die er graatmager uitzien, zit de waterbuffel stevig in het vlees. Elke avond met het vallen van de duisternis is het opletten geblazen: dan keren ze naar hun stal terug, ook langs de drukste banen.  Het is niet ongewoon om op de ‘autostrade’ te moeten stoppen omdat er een groep waterbuffels oversteekt.

random 2: Vietnamezen houden enorm van verkleden, een beetje (veel) kitsch en versieren. In elk paleis of historisch museum kan je tegen betaling je in de kleren van keizers of mandarijnen hijsen, en zo rondlopen. Een sprookjes park als de Efteling moet hier het summum zijn,  al zal dat voor de meesten mensen helaas buiten budget vallen. In Da Lat hebben we zo de “valley of love” bezocht. We wisten niet echt wat te verwachten, maar het bleek een groot betalend pretpark, waar de attrakties bestonden uit: pedalo’s als grote witte zwanen, je laten opsluiten in een levensgrote versie van een sneeuwbol (je weet wel, een plastieken bol met een landschap dat ondersneeuwt nadat je ermee schudt), waar je tussen de door ventilatoren rondgeblazen izomo-sneeuw kan laten fotograferen. Of een foto van jezelf op een western paard, vastgehouden door een vietnamese cowboy in volle uitrusting.


Random 3: bonsai is hier big business. Overal kom je de dwergboompjes tegen en met Tet hebben we al een aantal openbare wedstrijden gezien. Elk zichzelf respecterende toeristenattractie heeft minstens een subliem exemplaar van een dwergboom met een stam van enkele tientallen jaren oud, die zich rond een rots is gegroeid. Groot in ‘t klein!

Random 4: er is geen muntgeld in Vietnam (noch in Myanmar), het kleinste biljet is 1000 dong, dat is ongeveer 3 eurocent. Het grootste courant biljet is 500.000 dong of 17 eur, maar dat heb je alleen nodig bij toeristische aangelegenheden 😉

Random 5: Bij het eten wordt alles gebracht als het klaar is, en dat is meestal zeer snel. Het is niet nuttig van een voorgerecht te bestellen, want je kan dat ook evengoed als laatste gerecht krijgen. Ook hebben we een aantal keer gehad dat het eten koud opgediend wordt, als het restaurant weet dat je komt. Hier steekt dat niet zo nauw. Als je de laatste hap van je bord gegeten hebt, is de kans groot dat ook je bord reeds verdwenen is. Vietnamezen zien niet graag lege borden op tafel. Ook is het verschil tussen zout en MSG op tafel niet altijd duidelijk.

Langs de weg, een eenvoudige maaltijd voor geen geld.

Random 6: internet is hier werkelijk overal, elk hotel heeft min of meer degelijke wifi, maar wij kochten 18Gb data sim kaart, geldig voor een maand, voor 8 EUR. Bijna overal hadden we 3G of 4G dekking, enkel niet in het gebergte in het midden van Vietnam.

Random 7: Het vietnamees alfabet is gebaseerd op ons latijns schrift, maar met heel veel extra accenten (soms accenten op accenten). Het is leesbaar voor ons en heel handig om iets op te zoeken in google maps omdat je het kan intypen zonder accenten. Weinig Vietnamezen spreken Engels, en nog minder kunnen het zonder fouten schrijven.

Random 8: Google maps is werkelijk een wondermiddel om met de scooter in een vreemd land te reizen. Maar ook als het misloopt zijn daar nog steeds de Vietnamezen: Eens waren we verdwaald in de vele bruggen rond Hoi An (de oude weg was vervangen door een nieuwere) en een Vietnamees op de scooter reed ons voor tot we terug op de juiste weg zaten.

Random 9: de mensen apprecieren het enorm als je een paar woordjes Vietnamees kent. Zo is ‘sien tjaaw’ hallo, ‘chuck moeng nam moj’ gelukkig nieuwjaar, en ‘cam on’ danku. Apropos, wij zijn van bi, dat is Belgie in het Vietnamees.

“Gelukkig nieuwjaar. Lente komt eraan” Over gans het land zijn de affiches in dezelfde font, meestal ook het formaat, kleur en inhoud… Sponsoring van vadertje staat?

Varia uitsmijters:

lokaal goedkoop bier. Lang geleden dat ik nog zo een blik-opener heb gezien: millenials zo waren vroeger alle blikjes

We zijn ook eens ‘speciaal’ gaan eten. (Het eten was hetzelfde, maar de versiering was veel beter)

Allez, ik voel me al wat beter in mijn vel, want deze goedlachse boedha zie je overal, inclusief buik en borsten. Fat Budha: fat, happy en poor. 2 v/d 3 matchen nu al, drie komt eraan…

mountainbike ervaring komt van pas…

Google Translate zegt: kaders en mensen in Tan An zijn vastbesloten om hun socio-economische taken en nationale veiligheid in 2018 met succes uit te voeren. Het blijft wel een communistische staat natuurlijk. 2de de van rechts is nonkel Ho (Chi Ming)

Vietnamezen nemen het niet te nauw met de wegcode. Hier zat een familie te picknicken op de afslag rijstrook op een redelijk druk kruispunt

We reden met Tet voorbij een huis waar mensen Tet zaten te vieren (met black label), en werden prompt uitgenodigd om mee te drinken. Na 3 rondjes en een foto onder het portret van Ho Chi Min zijn we vertrokken. A propos, de Vietnamezen vinden het niet erg om in een niet afgewerkt huis te wonen.

Bevoorraadingsriem, na de Orval riem het nieuwste design… (Vuile brakee insider joke)

Hoi An dakwerker:

Feb 18 Met de scooter door midden Vietnam, op weg naar Hoi An

Na ons bezoek aan Ho Chi Min/Saigon hebben we een nachtbus genomen naar Da Lat. ‘s Avonds om 10 uur op een slaapbus, en om 5 uur kwamen we aan in Da Lat, 310km verder. Prijs ongeveer 17 EUR per persoon voor een open ticket (enkele reis). De bussen zijn van goede kwaliteit. Je ligt bijna horizontaal, en ik heb redelijk goed geslapen. Da Lat is een stad in centraal Vietnam, in de bergen, op 1500m hoog en ver weg van de kust en dus redelijk koud s’nachts.

 

Omdat Tet (het Vietnamese Nieuwjaar) in aantocht is, werd er door een bouwmaatschappij in Da Lat een goed jaar van de goden afgesmeekt met een seremonie en offerande:

We zijn drie dagen gebleven in Da Lat en hebben de tweede dag een scooter gehuurd (5 EUR/dag) en de wijde buurt verkend. Geen indrukwekkende natuur, maar wel veel kleine bezienswaardigheden. De tweede dag zijn we ook Mister Hung tegengekomen, een lid van de ‘Easy Riders Club Dalat”. Na aandachtig naar zijn voorstel geluisterd te hebben besloten we om onze vliegtuigreis van DaLat naar Hoi An te annuleren, en met hem mee te gaan op een 5-daagse motor/scooter tocht naar Hoi An.

Zodoende hebben we dus 5 dagen door het midden van Vietnam gereden met een gids. We hadden heel mooi weer (al heel de reis trouwens), en we hebben het traject van de eeuwenoude Ho Chi Ming trail gevolgd door centraal Vietnam, via de nieuw aangelegde ‘autostrade’. Ilse bij mij achterop de scooter ( een 125cc SYM Atilla), en de bagagge achterop bij de gids. Het is een leuke tocht geworden, met veel rijke ervaringen. Dank zij onze gids hebben we een kort bezoek gebracht aan een 4-tal etnische groepen en hun woning, en hebben we heel veel ambachtelijke beroepen zien uitoefenen.

Ik som even op, maar ik vergeet er wellicht een paar:

  • aardbij en bloemen (rozen, gerbera, lelies) kwekerij
  • zijderups kweker en zijde weverij [ van pop tot zijde ]
  • beeldhouwer en meubelmaker
  • fabriekje van multiplex platen
  • vietnamese trom maker
  • tapioka fabriekje
  • koffie plantage met speciale civet-kat koffiebonen
  • thee plantage
  • rijstwijnbrouwerij

Hierboven: Civet kat die enkel koffiebonen te eten krijgt.. Zie ook foto lager.

Hierboven: het ontrollen van de cocoon van de zijderups

Hierboven: stenen worden gemaakt en opgestapeld vooraleer gebakken te worden in de oven

Hierboven: ontrollen van een boomstam in schelletjes voor verwerking als fineer.

Civetten kaka die voor 100$ de kilo de deur uitgaat

We hebben ook kunnen genieten om eens met Vietnamezen te zijn in een niet toeristische omgeving. Het eten is bvb spotgoedkoop (2 EUR pp eten en biertje), lekker, maar beperkt in varieteit. We zijn ook twee keer in panne gevallen (een keer ergens een aandrijfriem en de andere keer een startmotor), maar dat heeft onze gids vlot en goed verholpen.  Dan merk je een beetje hoe de plattelands maatschappij werkt: hij deed ons in de schaduw wachten terwijl hij hulp ging halen. Na 10 minuten is hij terug met een technieker (Probeer dat maar eens tussen Oosterzele en Zottegem!), en als die het euvel niet kon verhelpen doet hij een klein busje stoppen om ons mee te nemen naar het eerstvolgende restaurant, terwijl hij een brommer-met-kar doet stoppen om de scooter mee te nemen. Een uurtje later stond hij aan het restaurant, met de vermaakte scooter.

Ilse bij het groot vuil? Nee hoor, gewoon wachten op scooterherstel in de schaduw van een boom tussen de mini pagodatjes

Hierboven: stop langs het Dak Lak meer tijdens onze trip met een visser die de vis in de netten jaagt.

We hebben ons ook onderweg geamuseerd om te zien wat de Vietnamezen allemaal op hun scooter meesleuren. Sommige scooters zijn achteraan uitgerust met metalen zijbakken volgeladen met marktproducten, andere scooters brengen vader moeder en twee kinderen naar hun bestemming. Iedereen draagt een helm en er wordt bedaard gereden. De enige uitzondering vormen de trucks, slaapbussen en minibusjes. Die rijden (te) hard en deinzen er niet voor terug om blind in te halen, met drie te kruisen op een tweevaksbaan, of te tripleren op een drievaksbaan. De fietsers en scooter rijders worden van ver gewaarschuwd  dat ze eraan komen door het loeien van hun hartstilstand veroorzakende claxons. Eens je dit weet, is het redelijk relax rijden: tussen de dorpen is er niet zoveel verkeer, en bijna elk stadje heeft een gescheiden vier- of zesvaks baan door het centrum, waarvan het rechtse rijvak voorbehouden is voor scooters. (De scheiding dient om te verhinderen dat er om de haverklap brommers en fietsers de weg kruisen)

Hierboven: wachten langs de weg tot onze scooter vermaakt is. De kinderen zijn het verkeer gewoon.

Hierboven: Vissers in de zeer koude rivier vangen maar kleine visjes. Op de brug zelf is het uitkijken waar je je voeten zet.

Je merkt dat Vietnam een land in ontwikkeling is. De communistische overheid legt grote industrieterreinen aan met navenante toegangswegen. Soms zijn die nog leeg, wat wel een “alleen op de wereld na atoombom” effect geeft.

We stonden stil midden op het kruispunt, alle vier richtingen zien er hetzelfde uit…

Hierboven: in een etnisch dorp werd een feestmaaltijd voorbereid voor de ganse familie: oa. kip en varken aan ‘t spit stond op het menu.

Hierboven: overal zagen we mensen papieren geld en huisjes verbranden, om de goden gunstig te stemmen voor het nieuwe jaar. Hier heeft Frank Vandenbroeke de mosterd gehaald.

Overal hoor je Karaoke, of zoals hier een zangwedstrijd op het dorpsplein in Hoi An

Enkele fotos en videos van onze twee maand in Australië

Hier is een kaart van de reis die we gemaakt hebben (60 dagen, 8050km)

Duvel, Chimay, Leffe, La Chouffe: slechts een adres in Australië (helaas): Dan Murphy stores

Wandelen in Australië: van rots tot regenwoud

Hier konden we wandelen tot aan de rand van de afgrond. Raar hoe een wankel afsluitingske direct een gevoel van veiligheid geeft. Hier lag ik op mijn buik op de rotsen , de iphone over de rand houdend terwijl ik bijna in mijn broek deed…

Het is gezond voor het bos om af en toe eens een brand te kennen. Daarom worden er soms gecontroleerde branden aangestoken.

Deze plant, Xantorrhoea, heeft zelfs vuur nodig om zich voort te planten. Meer hier.

Een wurgende vijgeboom die rond zijn slachtoffer is gegroeid. Na een 50tal jaar blijft er enkel een gat over in het midden waar eens zijn gastheer stond.

Sommige hoge bomen houden zich recht door hun plankachtige wortels.


Beklimming van mount Warning. De laatste 400m naar boven waren steil…

… maar we zijn boven geraakt! (Zie ook video verder)

Rond eind januari waren er vele veldbloemen in bloei

Bezoek aan een zandsteen rots en grot waar de aboriginals hun sporen hadden nagelaten. Prachtige kleurschakeringen in de zandsteen.

Nieuwjaar 2018 in Sydney. Leuk gezelschap, goed vuurwerk, veel drank… Rechts het kopppel (Kerry en Neil) dat we leerden kennen in Frans Polynesie en waarbij we een week hebben verbleven.

Supermarkten in Australië hebben veel over voor hun gemeenschap.

 

En tenslotte nog wat video’s

De witte ibis: de meeuw van Australie

bij de volgende video: neen, ‘t’was geen stallagmiet, ‘t was door de mens gemaakt.

Bij de wandeling met het steile einde was er een meisje dat haar voet had verzwikt. Ze kon de 10km wandeling naar beneden niet meer doen en moest worden van de berg geplukt worden. Net toen wij er voorbijkwamen:

Een wandeling zoals ik het graag heb: wat avontuurlijk en geen volk:

en tenslotte: