Na ons bezoek aan Ho Chi Min/Saigon hebben we een nachtbus genomen naar Da Lat. ‘s Avonds om 10 uur op een slaapbus, en om 5 uur kwamen we aan in Da Lat, 310km verder. Prijs ongeveer 17 EUR per persoon voor een open ticket (enkele reis). De bussen zijn van goede kwaliteit. Je ligt bijna horizontaal, en ik heb redelijk goed geslapen. Da Lat is een stad in centraal Vietnam, in de bergen, op 1500m hoog en ver weg van de kust en dus redelijk koud s’nachts.
Omdat Tet (het Vietnamese Nieuwjaar) in aantocht is, werd er door een bouwmaatschappij in Da Lat een goed jaar van de goden afgesmeekt met een seremonie en offerande:
We zijn drie dagen gebleven in Da Lat en hebben de tweede dag een scooter gehuurd (5 EUR/dag) en de wijde buurt verkend. Geen indrukwekkende natuur, maar wel veel kleine bezienswaardigheden. De tweede dag zijn we ook Mister Hung tegengekomen, een lid van de ‘Easy Riders Club Dalat”. Na aandachtig naar zijn voorstel geluisterd te hebben besloten we om onze vliegtuigreis van DaLat naar Hoi An te annuleren, en met hem mee te gaan op een 5-daagse motor/scooter tocht naar Hoi An.
Zodoende hebben we dus 5 dagen door het midden van Vietnam gereden met een gids. We hadden heel mooi weer (al heel de reis trouwens), en we hebben het traject van de eeuwenoude Ho Chi Ming trail gevolgd door centraal Vietnam, via de nieuw aangelegde ‘autostrade’. Ilse bij mij achterop de scooter ( een 125cc SYM Atilla), en de bagagge achterop bij de gids. Het is een leuke tocht geworden, met veel rijke ervaringen. Dank zij onze gids hebben we een kort bezoek gebracht aan een 4-tal etnische groepen en hun woning, en hebben we heel veel ambachtelijke beroepen zien uitoefenen.
Ik som even op, maar ik vergeet er wellicht een paar:
aardbij en bloemen (rozen, gerbera, lelies) kwekerij
zijderups kweker en zijde weverij [ van pop tot zijde ]
beeldhouwer en meubelmaker
fabriekje van multiplex platen
vietnamese trom maker
tapioka fabriekje
koffie plantage met speciale civet-kat koffiebonen
thee plantage
rijstwijnbrouwerij
Hierboven: Civet kat die enkel koffiebonen te eten krijgt.. Zie ook foto lager.
Hierboven: het ontrollen van de cocoon van de zijderups
Hierboven: stenen worden gemaakt en opgestapeld vooraleer gebakken te worden in de oven
Hierboven: ontrollen van een boomstam in schelletjes voor verwerking als fineer.
Civetten kaka die voor 100$ de kilo de deur uitgaat
We hebben ook kunnen genieten om eens met Vietnamezen te zijn in een niet toeristische omgeving. Het eten is bvb spotgoedkoop (2 EUR pp eten en biertje), lekker, maar beperkt in varieteit. We zijn ook twee keer in panne gevallen (een keer ergens een aandrijfriem en de andere keer een startmotor), maar dat heeft onze gids vlot en goed verholpen. Dan merk je een beetje hoe de plattelands maatschappij werkt: hij deed ons in de schaduw wachten terwijl hij hulp ging halen. Na 10 minuten is hij terug met een technieker (Probeer dat maar eens tussen Oosterzele en Zottegem!), en als die het euvel niet kon verhelpen doet hij een klein busje stoppen om ons mee te nemen naar het eerstvolgende restaurant, terwijl hij een brommer-met-kar doet stoppen om de scooter mee te nemen. Een uurtje later stond hij aan het restaurant, met de vermaakte scooter.
Ilse bij het groot vuil? Nee hoor, gewoon wachten op scooterherstel in de schaduw van een boom tussen de mini pagodatjes
Hierboven: stop langs het Dak Lak meer tijdens onze trip met een visser die de vis in de netten jaagt.
We hebben ons ook onderweg geamuseerd om te zien wat de Vietnamezen allemaal op hun scooter meesleuren. Sommige scooters zijn achteraan uitgerust met metalen zijbakken volgeladen met marktproducten, andere scooters brengen vader moeder en twee kinderen naar hun bestemming. Iedereen draagt een helm en er wordt bedaard gereden. De enige uitzondering vormen de trucks, slaapbussen en minibusjes. Die rijden (te) hard en deinzen er niet voor terug om blind in te halen, met drie te kruisen op een tweevaksbaan, of te tripleren op een drievaksbaan. De fietsers en scooter rijders worden van ver gewaarschuwd dat ze eraan komen door het loeien van hun hartstilstand veroorzakende claxons. Eens je dit weet, is het redelijk relax rijden: tussen de dorpen is er niet zoveel verkeer, en bijna elk stadje heeft een gescheiden vier- of zesvaks baan door het centrum, waarvan het rechtse rijvak voorbehouden is voor scooters. (De scheiding dient om te verhinderen dat er om de haverklap brommers en fietsers de weg kruisen)
Hierboven: wachten langs de weg tot onze scooter vermaakt is. De kinderen zijn het verkeer gewoon.
Hierboven: Vissers in de zeer koude rivier vangen maar kleine visjes. Op de brug zelf is het uitkijken waar je je voeten zet.
Je merkt dat Vietnam een land in ontwikkeling is. De communistische overheid legt grote industrieterreinen aan met navenante toegangswegen. Soms zijn die nog leeg, wat wel een “alleen op de wereld na atoombom” effect geeft.
We stonden stil midden op het kruispunt, alle vier richtingen zien er hetzelfde uit…
Hierboven: in een etnisch dorp werd een feestmaaltijd voorbereid voor de ganse familie: oa. kip en varken aan ‘t spit stond op het menu.
Hierboven: overal zagen we mensen papieren geld en huisjes verbranden, om de goden gunstig te stemmen voor het nieuwe jaar. Hier heeft Frank Vandenbroeke de mosterd gehaald.
Overal hoor je Karaoke, of zoals hier een zangwedstrijd op het dorpsplein in Hoi An
Hier is een kaart van de reis die we gemaakt hebben (60 dagen, 8050km)
Duvel, Chimay, Leffe, La Chouffe: slechts een adres in Australië (helaas): Dan Murphy stores
Wandelen in Australië: van rots tot regenwoud
Hier konden we wandelen tot aan de rand van de afgrond. Raar hoe een wankel afsluitingske direct een gevoel van veiligheid geeft. Hier lag ik op mijn buik op de rotsen , de iphone over de rand houdend terwijl ik bijna in mijn broek deed…Het is gezond voor het bos om af en toe eens een brand te kennen. Daarom worden er soms gecontroleerde branden aangestoken.Deze plant, Xantorrhoea, heeft zelfs vuur nodig om zich voort te planten. Meer hier.Een wurgende vijgeboom die rond zijn slachtoffer is gegroeid. Na een 50tal jaar blijft er enkel een gat over in het midden waar eens zijn gastheer stond.Sommige hoge bomen houden zich recht door hun plankachtige wortels. Beklimming van mount Warning. De laatste 400m naar boven waren steil…… maar we zijn boven geraakt! (Zie ook video verder)Rond eind januari waren er vele veldbloemen in bloeiBezoek aan een zandsteen rots en grot waar de aboriginals hun sporen hadden nagelaten. Prachtige kleurschakeringen in de zandsteen.Nieuwjaar 2018 in Sydney. Leuk gezelschap, goed vuurwerk, veel drank… Rechts het kopppel (Kerry en Neil) dat we leerden kennen in Frans Polynesie en waarbij we een week hebben verbleven.Supermarkten in Australië hebben veel over voor hun gemeenschap.
En tenslotte nog wat video’s
De witte ibis: de meeuw van Australie
bij de volgende video: neen, ‘t’was geen stallagmiet, ‘t was door de mens gemaakt.
Bij de wandeling met het steile einde was er een meisje dat haar voet had verzwikt. Ze kon de 10km wandeling naar beneden niet meer doen en moest worden van de berg geplukt worden. Net toen wij er voorbijkwamen:
Een wandeling zoals ik het graag heb: wat avontuurlijk en geen volk:
Vandaag is het 13 februari, maar ik kijk terug op onze eerste week in Saigon (Ho Chi Min city center)
Ik kan weer in gelijk welke situatie met mijn mond vol tanden staan. Ik had bij de stomatoloog Wilfried Vermout een implantaat laten plaatsen in België ergens in september 2017, maar er was geen tijd genoeg om de wonde te laten helen en dan nog een kroon te plaatsen. Het kan echter geen kwaad om te wachten, want het implantaat is afgesloten met een soort schroefdeksel. In Noumea vertelde een Australische zeilster me dat ze een hele (tand)brug had laten maken en installeren bij een tandartsenpraktijk in Saigon. Na wat heen een weer geemail heb ik een afspraak gemaakt met de tandarts. Het bleek een enorm modern en groot kabinet te zijn. Ze konden de Zwitserse “kit” (schroevendraaier en tand basis) voor mijn implantaat (Straumann3.3 x 12 mm 021.2512 NC Bone Level Roxolid) lokaal vinden, en twee dagen later werden de nodige foto’s en afdrukken genomen. Nog eens twee dagen later was ik weer een geheel mens! Kostprijs: 200$ voor de kit en omgerekend 120€ voor de porcelein op titanium tandkroon. Er kan weer breed gelachen worden!
Na de inkom beneden, is dit de opvang op het eerste verdiepDe radiologie afdelingHet kabinet, met de gemaskerde assistente en de nimf aan de muur, kwestie van de aandacht af te leiden van de naald of boorHet eindproduct naast de kit (schroevendraaierkop en -body)
Door het voorgaande hebben we dus een weekje in Ho Chi Min city doorgebracht, en we hebben de Vietnamezen een klein beetje leren kennen. Het eerste wat onvermijdelijk opvalt is de totaal andere manier van gedrag in het verkeer. Ho Chi Min is een grote stad met ongeveer 8,5 miljoen inwoners. Er zijn gelukkig weinig auto’s (dank zij een overheids taks die oploopt tot 200%) maar daar staat tegenover dat er 7,5 miljoen scooters in de stad zijn.
Toch verloopt het verkeer er soepel, en ik denk zelfs vlotter dan bij ons. Hier is hoe het werkt in de stad:
je rijdt niet rapper dan 40km/uur. Ook (bijna) alle anderen doen dit.
Je kijkt vooral vooruit, en anticipeert de richting van voorliggers.
Iedereen rijdt traag maar gestaag. Ook dwarsende voetgangers/fietsers/brommers/autos doen dat. Zo kan je reeds erachter mikken.
Je gebruikt je claxon om voorliggers te laten weten waar je bent, of om tegenliggers en dwarsenden te laten weten dat je voor hen gaat passeren en zij moeten wachten.
Er is geen verkeersagressie. Alhoewel er massaal getoet wordt, soms met oorverdovende claxons (bussen en vrachtwagens) wordt dit niet als agressie gezien.
Rode lichten zijn een sterke motivator: je mag ze negeren op eigen risico maar de meeste doen het niet. (Ook dit wordt niet als verkeersagressie gezien). Leuk: er is een aftelscherm met de seconden dat het licht nog groen of rood blijft.
Je mag tegen het verkeer in rijden, maar je blijft dan aan de uiterste rand van de weg.
richtingaanwijzers worden bijna altijd gebruikt, zo weten achteropkomers wat je van plan bent. (Een andere weggever van een afslag is als ze achter zich uit kijken)
Genoeg theorie, hier volgt een voorbeeld van de praktijk:
Vietnamezen houden van luide muziek en Karaoke. Het zijn schuchtere mensen, maar geef ze een microfoon en ze worden een Vietnamese Sam Goris. In deze wandelstraat in het hartje van de toeristische uitgaansbuurt gaat het er luid aan toe.
We hebben echt wel de toerist uitgehangen, hier gingen we terug naar ons hotel op een fietstaxi.
Tijdens onze vele wandelingen door de stad (we namen maar twee keer een Uber) kwamen we al de eerste tekenen van het komende nieuwjaar (16 februari) tegen. Hier komen twee tijgers de kindjes van de kleuterklas verassen. De vietnamezen vinden het heel leuk dat je als toerist geinteresseerd bent, je mag op de eerste rij staan. Dat moet je mij natuurlijk geen twee keer vertellen.
De tijger is getemdMet nieuwjaar (Ted) wordt er veel gekocht gedaan. Hier staan de bestelde pakjes buiten klaar voor afhaling (met de brommer natuurlijk)Tintin au vietnam. Fake natuurlijkOm het de shoppers gemakkelijk te maken verpakt de winkel een aantal artikelen reeds in geschenkverpakking. Vooral koekjes, bier, coca-cola, en snoep. Dit pak kost ongeveer 25 EURIlse bij een salon waarvoor alle Vietnamezen direct zouden tekenen: zeer zwaar en Flinstoniaans (wel omgerekend 12000 Eur neerleggen AUB)En we mogen de vaas voor de gang niet vergeten. Massief hout.
Ons bezoek aan Australië zit er bijna op, en het is tijd om nog enkele impressies en reflecties weer te geven.
We hebben veel beestjes gezien, heel veel. In vergelijking met NZ ongeloofelijk veel. Het leuke is dat ze meestal geen schrik hebben van mensen, en speciaal op de campings. Hier volgen twee voorbeelden:
‘s Morgens en ‘s avonds geven ze van katoen, in concurrentie met de lachende kookaburra. (Ik laat de eer aan Ilse om een videooke en een foto van deze laatste te tonen)
Op ons allereerste wandeling in Australie ( in de tuin van het Heide museum in Melbourne ) zagen we onze eerste witte Kockatoos, en we dachten dat ze ontsnapt waren uit een kooi. Toen wisten we nog niet dat er ons nog duizenden vogels zouden verassen met hun verschijning en gezang. Heerlijk.
Helaas heeft deze blauw getongde hagedis hierboven zijn bek niet open gedaan, want dan zag hij er zo uit:
Ilse ( of het brood?) charmeert een Crimson Rosella papegaai
Onze Skippy – de campervan – heeft ons goed geholpen. We hebben hem in die 64 dagen en 7500km goed leren kennen en als we zo eens rond ons keken op campings naar de alternatieven, dan zijn we best tevreden met onze keus. Hier zijn enkele momentopnames:
We hebben online een kleine bbq gekocht (store pickup) en die hebben we goed gebruikt: Ilse marineert de lamskotteletjesFoto van een tevreden man: eten in het vooruitzicht, kolen op het vuur, bier of wijn in de frigo…
We hebben een schaapscheerder bezig gezien in Hay. Het record is 38 seconden, maar dit was meer om te tonen hoe het gaat:
Een australisch stekelvarken: de echidna (spreek uit ee-kied-na)
Australië is een droom voor museum bezoekers: er zijn er veel, ze zijn van zeer hoge kwaliteit en ze zijn meestal gratis (donaties worden geapprecieerd). Van alle steden is Canberra – de hoofdstad – hier wel de koploper. We hebben er drie dagen binnen gezeten in de verschillende musea:
Beeldentuin van de National Gallery. Topwerken in een prachtig kader.Australia war memorial. We hebben de taptoe bijgewoond, en de volgende dag liep ik er 4 uur verloren. Nu weet ik tenminste wat er in Gallipoli gebeurd is…Ned Kelly – elke Australiër kent hem! Zeer beroemde reeks schilderijen van Sidney Nolan
Nog enkele losse flitsen
Aussies LOVE boats! Overal vind je ze: op elke rivier, zee of … straat. Ik ga niet zeggen dat ze populairder zijn dan caravans, maar je komt er in elk geval veel tegen, ook op de baan. (Hier in Sydney randstad, waar je ze mag parkeren voor onbepaalde duur)
Aussies LOVE campers! Dit is wel een speciaal model: De truck rijdt onder de caravan met wielen, en vormt al rijdende een geheel. Ter plaatse gebruik je dan gewoon de truck zonder de caravan. De meeste caravans zijn heel stoer en hoog: geschikt om achter een 4×4 te hangen en overal door gesleurd te worden (Zie hier voor enkele voorbeelden)
In Australië (en Nieuw Zeeland en Amerika) kan je niet de weg op zonder engels te kennen. De wegwijzers zijn heel verbaal en gebruiken soms woorden die niet direct intuitief zijn voor toeristen. (Vb: CREST, Gravel Road, …)
In Europa zou het dit zijn:
En zo zijn er nog honderden andere voorbeelden, werkelijk!
Nog iets raars: we waren op een zeer smalle en bochtige bergweg, en in het begin stond er een bord met de tekst dat de weg sterk afgeraden werd voor wagens met een aanhangwagen. Er stond niet dat je er niet op mocht, het werd sterk afgeraden. En inderdaad, ik weet niet of je er met een caravan op zou geraakt zijn. Ik vraag me af wat er gebeurt als er een auto met caravan de weg blokkeert. Boete of sterke vermaning?
Begrijp me niet verkeerd: ik vond het heel aangenaam rijden in Australië, en dat links rijden zit er nu wel goed in. Het zal raar doen om terug rechts te rijden…
And a last one for the road:
soms staan er een aantal van deze na elkaar, en tegen de laatste rij ik stapvoets…
We zijn toegekomen in Melbourne, Victoria, Australie na een rechtstreekse reis met het vliegtuig. We waren gepakt en gezakt voor een drie maand durende afwezigheid van thuis, Sanuk, die we achtergelaten hadden in Noumea. Vermits de zonnepanelen nog aanliggen, met de AIS en de frigo als enige verbruikers, checkte ik toch regelmatig of ons snoekske nog een teken van leven gaf, en misschien nog belangrijker, of ze niet van plaats verhuisd was. Dat laatste zou wel erg onwaarschijnlijk zijn, want dan moeten er 4 stevige spanbanden ofwel breken, ofwel de 4 betonblokken die eraan vasthangen verplaatst worden.
We reizen door Australie met een gelijkaardige oplossing als voor Nieuw Zeeland: een camperwagen die we Skippy gedoopt hebben. Omdat we maar twee maand in Aussie zijn, hebben we gehuurd ipv gekocht/verkocht. Dat kwam op 79AUS$ per dag (of 51EUR). Je moet hierbij nog de prijs van een kampeerterrein rekenen, zo rond de 35AUS$ (22EUR) voor een plaats met electriciteit. Om de twee nachten proberen we ook ergens goedkoop of gratis te staan, dan wel zonder electriciteit maar wel met wc en meestal ook warme douches. Onze Skippy zit goed in elkaar, je ziet dat ze in NZ/AUS veel ervaring hebben met camperen. Enkele verschillen met Burnie (onze campervan in NZ): motor is benzine met 600.000 km op de teller (waarschijnlijk niet originele motor 😉 ), geen wc (toch nooit gebruikt in NZ), frigootje dat prima werkt, kastjes met slotjes tegen het openvallen, een zeer ingenieus uitgedacht intereur, een slaapplaats in het dak die we gebruiken als opslag. De topsnelheid ligt ergens boven de 110km/uur, maar nog niet getest want de limiet is 100km/h in VIC (Victoria), en 110km/h in SA (South Australia). Meestal rijden we rond de 80/90 kmu op de B type banen: niet de autostrades (type A, maar denk dan aan expressweg Antwerpen-Knokke met kruispunten zonder lichten). Type B is meer de provenciaalse franse weg: geen lichten, goede asfaltbaan met lijn in het midden, en trekt door de dorpen. In de dorpen is er een snelheidsbeperking van 50, maar gelukkig geen snelheidsdrempels zoals in Nieuw Caledonie.
Flashback Lifou eiland NC: auto gehuurd voor een dag om met Hannah en Wence het eiland te verkennen. Het eiland ligt bezaaid met snelheidsdrempels, van het nijdige type: alsof grote rioolbuizen nog met hun rug boven de weg steken. Elk dorp heeft er minstens twee. Nu waren we goed geladen (4 pers) in de redelijk stevig gebruikte Dacia met 100.000 km op de teller, en we kwamen aan ongeveer 90km/u uit een bocht om plotseling een drempel te zien, onaangekondigd. Ik smeet ietwat te laat alle remmen toe, maar ik denk dat we toch aan zo een 50km/uur erover gegaan zijn, in elk geval hard genoeg om met het voorste van de auto de grond te raken… Enfin, er klonk geen raar geluid, de banden hadden nog lucht, en we zijn verder gereden alsof er niets gebeurd was. Achteraf bleek dat de borden die de drempel aankondigden, slachtoffer geweest waren van vandalen. De rest van de dag hebben we geen problemen gehad. ‘s Avonds was het tijd om Hannah en Wence naar de luchthaven te brengen, maar op 11 km van ons doel klonk er een raar geluid, ging de temperatuurmeter omhoog en was het gedaan met rijden. Toch even zenuwachtig dat we de vlucht niet gingen halen, maar een lieve meneer van een andere verhuurmaatschappij (!) nam Hannah en Wence mee naar de luchthaven. Ilse en ik werden opgehaald door onze verhuurmaatschappij, en we hebben de auto niet meer gezien. Ik denk toch dat er misschien een verband was tussen drempels en stilvallen, maar het zal wel iets klein geweest zijn want we hebben er nog een ganse dag mee gereden. Enfin, als het Sanuk geweest was had ik Mr Dobbit erbij gehaald 😉
Terug naar Australie: indrukken na een kleine maand en zo een 2500km.
veel mooie natuurgezichten, zowel binnenland als de zee. (Zie Ilse’s blog post)
Heel veel beestenboel: vogels vogels vogels, kangoeroes, koalas, en andere eigenaardige dingen. Nog geen slangen gezien, alhoewel er overal bordjes staan om ervoor uit te kijken.
Wc’s : elk gehucht, park, rustplaats heeft er minstens 1. Nog nooit een gezien zonder toiletpapier! Aan de zee meestal ook nog een douche.
kampeerfaciliteiten: er zijn er heel veel, en waar het niet expliciet verboden is mag je ‘s nachts blijven staan. Dat is dus bijna overal, maar wij verkiezen plaatsen met minstens een toilet.
Er wordt heel rustig gereden (in vgl met Belgie) op de zeer goed onderhouden asfaltbanen. We zijn nog niet in de bush geweest (niet verharde wegen) maar daar gaan we deze trip niet echt naartoe.
Een mooie afwisseling van grote steden en grootse, wijde landschappen. We beperken ons bewust tot een klein deel van Australie om te vermijden dat we niets anders doen dan km vreten. (Melbourne->Adelaide->Kangoeroe eiland->Sydney->Goldcoast->Brisbane)
Nog niet veel buitenlandse toeristen gezien (in vergelijking met NZ), maar veel Aussies zijn met vakantie, elk met een serieuze caravan achter de 4×4. Er zijn zelfs carvans die bedoeld zijn om achter een 4×4 in de brousse te gaan, hoog van de grond en met indrukwekkende wielen.
Weinig volk in de parken/campings. We denken dat na het einde van het schooljaar op 15 december, de aantallen toeristen zullen toenemen.
Het eten in de restaurants en bistro’s is lekkerder en veel goedkoper dan Nieuw Caledonie. Toch kan het niet tippen aan de Belgische keuken.
Het is een raar gevoel om kerstmis in de zomer te beleven. Overal klinken kerstliedjes maar de sneeuw blijft niet liggen (30 graden en meer)
De meeste museums zijn gratis, of vragen een donatie. Eerst bezoeken we het museum, maar bij het buitengaan zijn we meestal zo gecharmeerd dat we dat met plezier doen.
Internet, internet, internet overal! Het is lang geleden dat we zo goedkoop en overvloedig internet hadden. Wat een luxe! Voor 4 keer 13 EUR kocht ik vier startpaketten van Vodafone met elk 15Gb data. We luisteren nu onderweg naar radio 1 via de app. De nachtwacht, met om het uur kort nieuws. Zelfs een videootje pikken we mee. Daardoor zagen we de toch wel indrukwekkende Pano reportage over de bende van Nijvel in Aalst met Ilse haar neef Jo.
Reizen op de weg is ZOVEEEEEL gemakkelijker dan met de boot. Elke dag passeer je langs een supermarkt waar verse dingen op je liggen te wachten.
Ok, genoeg getijpt, hier volgen enkele foto’s met hoogtepunten van de reis tot nu toe :-):
Wandeling in de Grampians: zicht naar het eindpunt…… en zicht vanop het eindpunt 😉onderweg kwamen we mooie vormen van versteende lava tegenex-bos op weg naar de vuurtoren van Cape Otway langs de great Ocean Road. Ook dode dingen kunnen mooi zijn.Heide museum in MelbourneNiet altijd goed weer. Hier een donderwolk in aantocht op weg naar de Great Ocean Road bij Point LonsdaleVan kerstboom versieren kennen ze hier niet veel.Australia, land van de UGG’s. Hier met kangoeroeoren
En we leren weeral bij. Manchester is linnengerief zie ook hierWe zijn terug in een land van overvloed…We hadden geluk, we landden met black friday: alles bij Vodafone was aan de helft van de prijs!Vulkaan krater rond Hamilton (VIC)Druilerige dag op de Great Ocean Road, maar er moet gewerkt worden!Onze eerste kangoeroes! Na wat overleg zijn we tot besluit gekomen dat het mannetjes moeten zijn, want ze hebben geen buidel.kangoeroes zijn luie beesten, overal zie je ze liggen. Ik zou denken dat dat toch gevaarlijk is met al dat verkeer.Kijk, wie we daar hebben!prachtige natuur met grasboompjes. Nog steeds geen slangen gezien!Kunst in The Art Gallery of South Australia in Adelaide. Wie kent hem?Zelfde museum: wie kent haar? Belgie zendt zijn kunstenaars uit.zicht op Adelaide (of zoals Ilse het zegt: Adelheid met stille h) 1.3 miljoen inwoners!Grootste schommelpaard van de wereld, in Gumeracha. Neen we zijn er niet op geweest.Australie is een land van grootse dingen. Na het schommelpaard, nu Larry de Lobster
Hier is nog een video van ons drie daags verblijf in de lagoon van Ouvea. We waren de gehele tijd gans alleen.
Je vraagt je misschien af wat al die donkere plekken in het blauwe water zijn. Welnu, dat zijn koraalhoofden, tete de corail in het Frans of coralheads aka bommies in het Engels.
En wanneer je ankert in water met een heen en weer beweging, zoals eb en vloed in een nauw kanaal, dan draait de boot en zijn anker zich mee met de stroming. Soms kan het zijn dat je ketting dan rond een koraalhoofd vast komt te zitten, zoals hier het geval was:
mooi ingepakt als een kerstmis cadeautje
Gelukkig was het water zeer ondiep, 2 meter, en konden we zien vanop de boot hoe we moesten varen om de knoop te ontwarren.
Net voor we toekwamen in Nieuw Caledonia passeerden we op ongeveer 5 mijl voorbij Durand reef, en daar lag blijkbaar een schip:
AIS (Automatic Identification System) geeft details van een andere boot via de VHF signalen. Deze status (aground) hadden we nog nooit tegengekomen
Hier zijn de details van de Kea Trader. Blijkbaar leest niet iedereen de kaart terwijl hij vaart…
De paarse lijn op de kaart hierboven is hoe we gevaren hebben. Rechts (niet op de kaart is Fiji). We vermijden mooi alle kruisjes op de kaart: rotsen, al dan niet onder water op een diepte van minder dan 10 meter. Zo zie je dat Durand Reef gerapporteerd is in 1886 en eigenlijk een onderwater berg is want rondom is de zee 574m diep.
We vaarden onder de punt van Nieuw Caledonie, in de lagoon, naar de westkant om in te klaren in Noumea. Daarna gingen we in de Lagoon zuidoost en zuidelijk (zigzag) naar Isle des Pins. Daarna NO buiten de lagoon om de Loyaute eilanden te bezoeken: Mare, Lifou, Ouvea. En dan via de lagoon bezochten we het oosten en zuiden van Grande Terre, terug naar Noumea.
In afwachting van het bezoek van onze dochter Hannah en onze kersverse schoonzoon Wence in Noumea, haalt Ilse het bleekwater en de azijn boven in de bikkelharde strijd tegen de schimmel. Ilse wint altijd, maar het kost veel zweet.Op een lokaal marktje in Noumea, hoofdstad van NC. Deze bezoekende groep was van het eiland Futuna, en kon ons best charmeren.We bezochten het cultureel centrum Tjibaou van NC, gebouwd door dezelfde architect als van het centre Pompidou in Parijs.Hannah en Wence op het eiland “Isle des pins”, deel van N. Caledonia. Vanwege wind op kop heeft het ons wel wat moeite gekost om er te geraken, maar de aanhouder wint. Niemand was (erg) zeeziek.Cruiseship meert aan op Isle des Pins: de traditionele klederdracht en gezangen worden uit de kast gehaald voor de ontvangst van de vermogende bezoekers. En Sanuk deelt mee in de vreugde.Ilse op isle des Pins. In de achtergrond een voorbeeld van de karakteristieke dennebomen. Zeer groot, rechte stam en vele kleine zijtakjes.Op het eiland Lifou hebben we enkele grotten bezocht. Deze worden uitgesleten uit het koraal en kunnen groot zijn.Nog een grot, enkele honderden meters lang. “Enkel met gids te bezoeken” stond er op een bordje aan de ingang. Maar we waren er gans alleen en mochten zelf onze weg zoeken. In het stikkedonker. Spannend en leuk.
Op een eilandje (Kouaré) in de lagoon van NC zat het vol met zeeslangen. Giftig maar niet gevaarlijk want ze zijn mensenschuw en kunnen hun bek niet ver opensperren… We hadden deze diertjes al tegengekomen tijdens onze duik in Niue.Hannah en Wence proberen onze nieuwe kano uit die we in Fiji hebben gekocht. Goedgekeurd!Traditionele hut op het eiland Mare. Dit is een mooi onderhouden exemplaar en er zijn er nog veel in gebruik.Liefde is… samen op het strand van LifouOnderweg van Mare naar Lifou. Een mooie yellowfin tuna aan de haak. We hebben ervan gesmuld!
Na een leuke drie weken samen, zijn Hannah en Wence terug vertrokken. Het duurde een tweetal dagen voor we terug op onze plooi waren, terug met ons tweetjes. We vaarden door naar het eiland Ouvea, een grote lagoon.
Het eiland Ouvea, met de kerk van het dorpje Mouly. Terug die karakteristieke dennebomen.
Sanuk voor de ondiepe kust van Ouvea, aan de kant van de lagoon. Blauw in al zijn schakeringen vanwege de weerkaatsing op het zand. Sanuk ligt in twee meter water, geen koraalhoofd te zien.Les Falaises de Lekiny: Ouvea is een half verzonken lagoon van zo een 20km doormeter. Daarom zijn er aan de oostkust hoge koraalrotsen, en aan de westkust stroken waarbij het koraal volledig in de zee is gezakt en de lagoon naadloos overgaat in de zee.Sanuk ligt op een eenzame maar zeer toffe plek in de lagoon van Ouvea.De kaas wordt letterlijk van tussen mijn tenen gegeten.Op terugweg van Ouvea naar het vasteland (Grand eTerre) vangen we een Wahoo (of Tazar in het frans) : vis met de hondetanden. Ik draai hem om terwijl ik wijselijk de bek gesloten hou.
We hebben onze tijd genomen om terug te varen van de oostkant naar Noumea aan de westkant. Na de oversteek zijn we binnen de lagoon van Grande Terre zachtjesaan zuidelijk gevaren, onderweg elke inham en baai aandoend.
Richtingaanwijzers in de baai van Boise. Van dichtbij zien die dingen er toch een stukje groter uit dan vanop het water. De bedoeling is om vanop een boot de twee driehoeken op een lijn te houden en zo de baai onder de juiste hoek in te varen.In tegenstelling tot andere eilanden zoals Fiji en Tonga, zijn de waterwegen in NC zeer goed onderhouden. Als de kaart zegt dat er een boei ligt, dan ligt die er ook, en op de juiste plaats. Hetzelfde kwamen we tegen in Frans Polynesie, duidelijk geen toeval dat deze twee eilandengroepen het best ontwikkeld zijn. Ook het aanbod in de winkels is zoveel groter dan de buureilanden. In 2018 gaat NC stemmen om uit te maken of ze onafhankelijk van Frankrijk willen worden of niet. Het is redelijk duidelijk dat als dit zou gebeuren (weinig kans), ze HEEEEL veel zullen moeten inleveren van hun levensstandaard.
In de Province Sud zijn er veel wandelwegen. Ze zijn uitstekend bewegwijzerd. Hier hebben we net een riviertje overgestoken.Typische wandelweg door het ertsrijke landschap. NC is wereldwijd tweede producent van nikkel.Baie de Prony, met in de achtergrond de bergen van het vasteland van NC (Grande Terre genaamd)zicht op het binnenland van zuidelijk Nieuw Caledonie. Een afwisseling van groene valeien en droge bergen.Overal vind je rare steensoorten. Hier sta ik in een droge rivierbedding en de stenen zijn pikzwart.Ilse op de top van de berg die de baai van Prony overziet. Op de achtergrond de vuurtoren.De baai van Prony. De boot is niet Sanuk, wij liggen verborgen in de volgende inham naar rechts.
Na onze terugtocht naar Noumea zijn we nog een paar dagen in de marina gaan liggen. Voor 30EUR per dag heb je er volop vers water, electriciteit en Wifi. Plus je ligt aan een loopkade, zodat je niet per bootje naar de kant moet. De stad ligt op 5 minuten wandelen.
We hebben de tijd gebruikt om Sanuk op te kuisen en klaar te maken voor zijn winterslaap. Binnenkort wordt het hier cycloonseizoen, en dan leggen we Sanuk op het droge voor een 4 tal maanden. Ondertussen reizen we zelf naar Australie en Vietnam. Ook Birma staat op het lijstje, maar nog niets concreet.
Na de trip naar Belgie om de trouw van onze dochter Hannah en onze nieuwe schoonzoon Wence mee te maken, vlogen we terug naar Fiji waar Sanuk op ons wachtte. We vertrokken nog diezelfde week naar Nieuw Caledonie.
Hier is een video indruk van dit afscheid en een van onze 780 NM lange zeetrip onderweg.
Eerst was er het touchante zangstukje (Isa Lei )terwijl we bij het tankstation lagen nadat we reeds uitgechekt waren (zelfs de chauffeur van de dieselleverancier komt meezingen), met de Fiji tekst en zijn vertaling eronder:
Isa Isa vulagi lassa dina
Nomu lako au na rarawa kina
Cava beka ko a mai cakava,
Nomu lako au na sega ni lasa.
Chorus:
Isa Lei, na noqu rarawa,
Ni ki sana vodo e na mataka
Bau nanuma, na nodatou lasa,
Mai Suva nanuma tiko ga.
…. Engelse vertaling:
Isa, Isa you are my only treasure;
Must you leave me, so lonely and foresaken?
As the roses will miss the sun at dawning,
Every moment my heart for you is yearning.
Chorus:
Isa Lei, the purple shadow falling,
Sad the morrow will dawn upon my sorrow;
O, forget not, when you’re far away,
Precious moments beside dear Suva.
Isa, Isa, my heart was filled with pleasure,
From the moment I heard your tender greeting;
‘Mid the sunshine, we spent the hours together,
Now so swiftly those happy hours are fleeting.
(Chorus)
O’er the ocean your island home is calling,
Happy country where roses bloom in splendour;
O, if I could but journey there beside you,
Then forever my heart would sing in rapture.
(Chorus)
En hier is een impressie van onze overtocht ergens halverwege:
We zijn na een reis van 3,5 dagen goed en wel aangekomen in Savusavu op het tweede grootste eiland van Fiji, Vanua Levu. Tot nu toe telden de lengtegraden altijd op terwijl we west vaarden, maar onderweg hebben we de lengtegraad van 180 west doorkruist, waardoor we van 179° 59.999’W naar 179° 59.999’E vaarden. Vanaf nu tellen de graden terug af, naar 0°, zijnde Greenwich in England. Savusavu ligt bijvoorbeeld op 16° 54.882’S, 179 18.944’E, Gent ligt op 50° 59’N 3° 40’E.
We naderen Fiji, op de voorgrond zie je duidelijk de 180W lengtegraad, net onder het wateroppervlak
We hadden gehoord van een andere zeilboot dat hun navigatieprogramma tilt was geslagen bij het kruisen van 180°, en dat ze plotseling midden in het grootste eiland van Fiji, Viti Levu, aan het ‘varen’ waren. Ons nogthans bejaard Raymarine systeem (C120W van 2010) met kaarten van Navionics (V1.20, waarschijnlijk van rond 2014) was echter niet van slag te brengen. Wel heeft hij/zij(?) de onhebbelijke gewoonte om nu en dan eens zijn gps signaal te verliezen, waardoor we een minuut of twee niet meer weten waar we zijn op de wereld. Gelukkig houdt de autopiloot dan de laatste koers aan, zodat we niet plotseling van een ruime wind tot scherp aan de wind draaien. Of bij dagenlang continu gebruik zoals een oversteek durft het navigatieprogramma al eens te herstarten, meestal terug zonder veel erg en het houdt ons alert. Bij het schrijven valt me op dat we onze autopiloot, toch wel de belangrijkste derde man aan boord, nog geen naam gegeven hebben. Daarom vanaf nu, standvastige Stanny als piloot en Ray voor het navigatiesysteem.
Ray, voor een keer is hij juist als hij zegt dat we op het land varen. Hij zit er wel een paar honderd meter naast.De bediening van standvastige Stanny rechtsboven, naast Ray. Daaronder twee displays die een variabel aantal gegevens kunnen tonen: windsnelheid/richting, diepte, tijd, …
Nu moeten we zeggen dat we binnen ook een C120W hebben (Bisray), maar we die meestal niet gebruiken. In plaats daarvan draaien we een programma op de pc, OpenCPN, dat ik eigenlijk beter vind. We kunnen er immers satellietfoto’s van Google Earth mee opladen, en die geografisch laten overeenkomen met de getekende kaarten. Dus kunnen we op moeilijke plaatsen, zoals bij een pas of een rif, heen en weer flippen tussen de satteliet foto en de kaart. De pc heeft een gps-puck, zodat we twee onafhankelijke systemen van navigatie hebben. Ook hebben we een ipad met een bluetooth GPS en daarop een Garmin kaartprogramma. We zorgen voor redundantie, door ook nog twee Iphones met gps te hebben, en een Garmin gps handtoestel dat in de ‘grab bag’ zit. Dus zolang het gps systeem niet uitvalt zullen we weten waar we ons op aarde bevinden! (oh, ik vergat de sextant) Terzijde, de grab bag is de sportzak die we meenemen in het reddingsvlot en altijd klaar staat. Daarin zit ondermeer een manuele watermaker, vuurpijlen, ehbo kist, energie repen, batterijen, vhf, mes, zaklamp, spiegeltje, zonnecreme, visgerief.
Onze zwarte grab bag in de achtergrond met ervoor/erop de inhoud.
Enfin, na al het bovenstaande kwamen we dus aan de maandagavond in Savusavu, Fiji. We meerden aan het Quarantaine-dock van de Copra Shed Marina aan met onze gele vlag in de mast. Dit wijst erop dat je nieuw in een land bent en nog niet langs de douane en immigratie bent gepasseerd. We werden verwelkomd door onze vrienden van North, die ons op een fles bubbels trakteerden.
We mogen nog niet van boord, maar we zijn toch al aan het feesten!
Alhoewel er schrikverhalen de ronde doen over de biocontroles in Fiji viel dit allemaal verschrikkelijk mee. We kregen 4 vrouwelijke officials op de boot, wat wel wat moeite kostte want het dek van Sanuk ligt zowat een meter boven het water oppervlak. Dus moesten de ladies via een rubberen stootkussen met gaten dat als laddertje dienst doet naar boven, al dat Melanesisch gewicht!
Na veel gegiechel, geduw en getrek – dit hadden ze nog nooit moeten doen – waren ze aan boord. Het bleken goedlachse dames, en er was geen enkel probleem met Sanuk, noch met zijn bemanning en dus kregen we na het invullen van een twintigtal documenten (en 160€) de toelating om de gele vlag te strijken en de Fiji vlag te hijsen. Welcome to Fiji!
Savusavu is een 1-straat stadje. Vanaf het marinagebouw, een oude copra opslag plaats, kom je het busstation tegen, de markt en dan het ene winkeltje na het andere. Er is de ‘download’ winkel voor muziek en films, twee bakkerijen, drie banken met ATM, autoverhuur, tankstation, apotheker, souvenierwinkel, slager, kledingszaken, … Op het eerste gezicht verkopen de kruideniers allemaal hetzelfde, maar toch zijn er kleine verschillen die je pas na een paar bezoeken opvallen. Zoals je merkt was Savusavu voor ons was een grootstad!
het busstationSavusavu op een zondag: hier wordt de heer zijn dag nog gerespecteerdhet ene winkeltje naast het andere
In de marina liggen een twintigtal zeilschepen, waaronder sommigen al een hele tijd. Het is immers verleidelijk om te blijven hangen in een plaats waar voor het eerst sinds Tahiti terug de meeste courante dingen te vinden zijn, aan schappelijke prijzen. Internet is hier zeer goedkoop (50Gb/20€) en meestal snel, dus we besteden de eerste dagen met het whatsappen naar het thuisfront en het lezen van wat er ondertussen bijgekomen is op het web… De mensen op straat zijn ook anders: naast de Melanesiers lopen er minstens evenveel Indiers rond, naar hier gekomen onder Engels bewind om mee te helpen aan de copra en suikerriet oogst. En dus zijn er ook veel Indische restaurants waar je goedkoop curry kan eten. Het leven en vooral het eten is hier een pak goedkoper dan de voorbije maanden, dus gaan we geregeld op ‘restaurant’. Voor 6 € krijgen we een curry van eend met rijst, naan-broodje, chutney en een sausje. Het vlees is altijd wel ongeveer de helft beentjes, dus je moet voorzichtig eten.
We hebben een auto voor een dag gehuurd en zijn naar de andere grootstad van het eiland getrokken: Lambasa (geschreven Labasa). Het is een twee uur durende rit over asfaltweg, die zich over de bergen slingert om aan de noordkant bij de zee uit te komen. Het is nog een stuk groter dan Savusavu, nog een stuk Indischer, nog een stuk grauwer. Er is terug een grote winkelstraat die eindigt aan het busstation en de markt.
overdekte markt in Lambasa
Er is eigenlijk niets te zien, behalve de vele tractoren die langsrijden, geladen met suikerriet. We hebben hen gevolgd tot aan de fabriek even buiten de stad en zagen de vele, vele vele vrachtwagens en tractoren staan wachten tot ze hun lading mochten lossen. Ik vroeg aan de fabriekspoort of we de installatie mochten bezoeken, en hoewel dat na wat overleg initieel mocht hebben ze dat ingetrokken toen ze zagen dat we sandalen droegen. De veiligheidsvoorschriften vereisen gesloten schoenen. De manager was oprecht teleurgesteld dat hij ons geen rondleiding in zijn fabriek kon geven, en vertelde over de moeilijkheden van Fiji’s suikerindustrie. Een subsidiering van de EEG met een vaste suikerprijs verloopt in drie maanden, en de wereldprijs van de suiker was in de loop van het veeljaren contract gezakt tot een derde van wat ze vandaag nog krijgen. Harde tijden in het verschiet, en er was zelfs sprake om de fabriek te sluiten, maar voor de vele boeren is het suikerriet hun enige inkomen. Dus gaan ze herstructuren, moderniseren en stroomlijnen. Hopelijk worden de wachttijden voor de vrachtwagens dan een stuk minder, want nu varieren ze van 10 uur tot 2 dagen!
Aanschuiven om hun lading in de suikerfabriek te mogen afgevenDe hoofdstraat in Lambasa
Ondertussen in Savusavu was er echter een incident dat onze reisplannen danig in de war stuurde!
We waren op 6 augustus in de namiddag vertrokken vanuit de marina naar het einde van de baai, zo een 8 km verder. Dit was het vertrekpunt om de volgende morgen een kleine zeiltocht te maken naar een nabij gelegen eiland, Taveuni. Maar we hadden ons huiswerk slecht gedaan: toen we de rust van de baai ruilden voor de open zee zagen we dat de wind en de golven het geen pretje zouden maken om de 25Nm af te leggen. Na een uurtje worstelen tegen de wind en de golven gaven we het op en besloten om terug te keren naar Savusavu. Dus zo kwam het dat we terug aan dezelfde mooring lagen die we de dag voordien hadden verlaten.
Terwijl Ilse en ik rustig in het salon aan het internetten waren, lag Sanuk zoals gewoonlijk met haar kont te draaien aan het meertouw. Catamarans liggen immers niet stil zoals een zeiljacht, en draaien nerveus altijd heen en weer. Niets speciaals, en ook de wind was in de beschutting van de marina niets om zich zorgen over te maken, een door de weekse 15 knopen.
Maar toch was dat genoeg om onze buur zijn meerketting te laten breken. Niet zijn touwen van de boot naar de boei, maar de verankering van de boei naar de grond. De 15 meter lange boot kwam zijdelings tegen onze Sanuk zijn twee boegen gedreven. Het duurde even voor Ilse en ik doorhadden waarom Sanuk plots een harde schok te verwerken kreeg. Maar dan schoten we in aktie: Ilse nam een stootkussen en hield dit op de plaatsen waar ze het meeste schade kon vermijden. Ik greep naar de misthoorn van gecompresseerde lucht en trok de aandacht van andere boten afgemeerd in de marina. Het was allemaal voorbij in 5 minuten, en de schade was beperkt. Met een 4-tal bootjes konden we de losgeslagen boot, Moon Dancer, terug aan een mooring leggen, en de schade nagaan. Bij hem viel het zeer goed mee, bij ons was er schade aan beide boegen zo een meter boven de waterlijn, en wat aan de stuurboord kant waar hij langs gegleden was.
Moon Dancer, die onze Sanuk molesteerde, wordt met een paar dinghy’s terug aan een mooring gelegd. De ronde tonboei hangt met zijn meertouwen nog vast aan de boot, maar niet aan de bodem…Auwww, Sanuk heeft zijn boegen geschaafd. Wie zijn neus schendt, schendt zijn boot!De meerboei …… en zijn ketting, of wat daarvoor moest doorgaan.
Dus niets erg, maar de Copra Shed Marina, eigenaar van beide boeien, verwierp alle verantwoordelijkheid. Ook de eigenaar van Moon Dancer wilde niets met de zaak te maken hebben, hij had een derden verzekering met hoge vrijstelling en vond dat hem geen schuld trof. Daar kon ik inkomen, want het was duidelijk dat de ketting die onder water de indrukwekkende meerton op zijn plaats moest houden, totaal verroest en versleten was. Omdat het na een aantal dagen duidelijk werd dat niemand onze schade zou vergoeden, heb ik onze verzekering – Generali – aangesproken via onze makelaar in Marseille. Nou die lieten er geen gras over groeien! Ze stuurden een inspecteur vanuit Tahiti ter plaatse om het volgende weekend alle partijen te interviewen en een raming van de herstelkosten op te maken. Of we tot zolang zeker ter plaatse konden blijven. En zo kwam het dan dat we drie weken in Savusavu gebleven zijn, een week langer dan verwacht. De positieve kant van de zaak is dat ik eens mijn franse verzekeringstaal heb kunnen oefenen met de polis te lezen, en dat we eens te weten komen wat onze maatschappij waard is.
Ilse en ik besloten om de bus en de overzet te nemen naar het eilandje Taveuni, dat we in onze eerste poging gemist hadden. De ‘return of the Taveuni princess’ firma, richt een georganiseerde reis in: eerst een luxebus van Savusavu via de snelweg naar de haven van de baai van Nassau, dan een ferry naar de haven van Somosomo op Taveuni. Dat alles voor de prijs van 32€ voor 2 personen, heen en terug. Ok, ok, de luxebus was een gewone bus met open ramen als ventilatie, de snelweg was een asfaltweg en veranderde halverwege in grave, en de ferry was een omgebouwd vissersbootje waar een extra dek was opgezet. Maar het was leuk zo tussen de Fijians te kunnen reizen, en het viel allemaal reuze mee. We kwamen aan in Taveuni de vrijdagmiddag om 11 uur, en hadden tot zondagmorgen 7 uur om het eiland te zien. Maar dat bleek voldoende, want met de hulp van een gecharterde taxi hebben we de hoogtepunten van het eiland gezien: een mooie strandwandeling vertrekkende van Lavena die eindigde in een waterval, de drie watervallen wandeling in het reservaat van Bouma waar we de hoogste waterval voor uren helemaal alleen voor ons hadden, en verder nog de oudste kerk van Fiji (1892) en het 180 lengtegraden infopunt. Een mooie herinnering aan een mooi eiland!
Terug in Savusavu leerden we dat het vliegtuig van Tahiti naar Auckland van onze expert was geannuleerd, waardoor we een nieuwe afspraak hebben, ditmaal in de door ons gekozen locatie van Vuda Marina, waar ze de boot kunnen uit het water halen, en waar hij een drietal weken kan blijven liggen.
Afspraak op 28 augustus in Vuda Marina, op het grootste eiland van Fiji: Viti Levu. Volgende blog zal gaan over onze reis van Savusavu naar Viti Levu, via de Yasawa eilanden.