Pan Pan Pan is een variant van de mayday call, waarbij er geen levens of materiaal direct bedreigd zijn, maar er toch sprake is van een noodtoestand. (Pan komt van het franse panne). Boten in de buurt zijn VERPLICHT om bijstand te verlenen indien ze dit kunnen doen.
Wat was er gebeurd? Bij het verlaten van Bora Bora door de pas had ik ogemerkt tegen Ilse dat het stuur weer stroef was en we er in Apataki zeker moesten naar kijken. Eens buiten de pas stond de autopiloot op en we waren vertrokken voor onze 2 daagse tocht naar Papeete. Niet voor lang echter, na 2 minuten gaf de autopiloot een alarm dat hij zichzelf uitschakelde. Ik probeerde manueel aan het stuur te draaien, maar dat bewoog niet, het zat muurvast.
Er stond een redelijke golfslag, maar we waren een halve mijl buiten de pas, dus er was niet direct reden tot paniek. Ik overliep in mijn hoofd de mogelijke oorzaken: ofwel het roer zelf, ofwel de roer-as, ofwel de aansturing, ofwel het wiel. Bij een catamaran zijn beide roeren verbonden met een vaste stang, zodat ze altijd gelijktijdig en evenveel bewegen.
Ik poogde te weten te komen wat het probleem was door even met het hoofd in het water te kijken naar de roeren (ze waren er nog!), achter het stuurwiel de kabels te inspecteren (ok), in de motorruimte de connectie tussen de roeren en de autopiloot motor na te gaan (zag er goed uit). Dus ik zag niet direct wat het probleem was. Omdat we net vertrokken waren om 11:00 uur voor onze 150 Nm tocht naar Tahiti die tussen de 22 en de 30 uur zou duren, zat er niets anders op dan terug te keren, maar daarvoor moest ik natuurlijk terug door de pas. Die is wel breed en relatief rustig, maar heeft wel met onverbiddelijke koraalwanden die polyester voor ontbijt, middag en avondmaal lusten.
Omdat de roeren op 30 graden stuurboord klem zaten, slaagde ik er niet in om alleen met de motoren te sturen. (Op een catamaran kan je met de roeren in neutrale stand bij lage snelheden sturen door aan stuurboord of bakboord meer gas te geven, of zelfs ter plaatse draaien door een kant in achteruit en de andere in voorruit te zetten) Het nazicht van de roeren, de verbindingsstang en het stuurwiel scheen allemaal in orde, voor zover dit na te gaan was op een zee met 1,5 m deining.
Na overleg tussen ons beide besloten we om bijstand te vragen, via het noodkanaal 16 van de marifoon. Ik riep de nooddiensten op, en kreeg onmiddellijk antwoord van JRCC Tahiti (centre de sauvetage et recherche en mer) Na overleg besloten we een pan pan pan af te kondigen.
Dus vroeg ik om bijstand van boten in de buurt om me naar binnen te slepen. De JRCC Tahiti antwoordde op mijn oproep op noodkanaal 16 en er werd een boot gevonden in Bora Bora om me terug naar binnen te slepen.
Onze redder van dienst bleek een lege toeristen boot te zijn, met twee zware 150pk motoren op een anders lichte boot. Vanwege de deining was het een hele klus om twee lijnen naar de toeristenboot te gooien, maar het is na een poging of drie gelukt. Als bij wonder raakten we elkaar in de woelige zee niet, en we vertrokken. Soms leek het wel of Sanuk met zijn/haar 15 ton het 5m lange bootje van links naar rechts sleurde, maar na een tijdje kregen we de truc te pakken: ik stuurde (onvrijwillig) naar links, de motoren beide op gelijke kracht en de sleepboot trok ons naar rechts.
Sleper van dienstSoms leek het wel de Tiajaja Tiajaja, wij trokken onze sleper van links naar rechts
Toch knapte onder de grote krachten een aluminium touwgeleidingsstuk , maar met weinig nadelige gevolgen voor het slepen (wel voor de portemanee). Gelukkig bleef het hierbij.
(enige) slachtoffer van de hele affaire
Zo zijn we terug in de lagune geraakt, en daar hebben we de toeristenboot langszij gebonden om ons zo naar een meerboei te voeren. Een catamaran Liberty die ons de ganse tijd van nabij gevolgd was, heeft ons geholpen om de touwen rond de meerboei te leggen, en zo lagen we op 50 meter van waar we die ochtend 3 uur vroeger waren vertrokken. Voor we de kans hadden om onze sleper te bedanken was hij al vertrokken. Ik hoop dat hij een vergoeding krijgt van de staat want hij had mooi werk geleverd. Radio kanaal 16, GRC tahiti nam ook afscheid, en dat was blijkbaar dat.
Hartelijk bedankt aan de catamaran Omoa en Liberty, en aan het grote zeil cruiseschip
Hartelijk dank aan Te Aroha Rah 2!
windspirit om te wachten met de lagune te verlaten tot de pas vrij was, en tenslotte aan onze helper TE AROHA RAH 2. En natuurlijk ook JRCC Tahiti die de hele actie gecoordineerd hebben, in perfect engels met vertaling naar frans voor de bijstandsboten.
Eens afgemeerd heb ik de oorzaak van de panne snel ontdekt: de stuurkabel van stuurboord was van zijn katrolschijf geraakt en zat klem tussen de katrol en de katrolophanging. Omdat de bakboord kabel in de markiezen was uitgevezeld en geknapt durfde ik daarna de nieuwe kabels niet erg aan te spannen, wat voor teveel speling op de kabel zorgde. Dit heb ik nu verholpen, en daarna was onze Sanuk terug bereid te luisteren naar de bevelen van het stuurwiel. De volgende ochtend zijn we dan vertrokken op een tweede poging. We zijn er goed geraakt en ondertussen zijn we al in Copra Shed Marina, SavuSavu in Fiji.
De stuurkabel zat geklemd tussen het katrolwiel en zijn houder
Naschrift augustus 2017: ik heb gewacht met deze blog te posten om geen onnodige onrust aan het thuisfront te veroorzaken. Achteraf bleek dat de aluminium touwhouders niet standaard Lagoon uitrusting zijn, maar werden toegevoegd door de eerste eigenaars. Deze zeer nuttige meertouw begeleiders zijn ondertussen vervangen door een roestvrij stalen versie. Moraal van een panpanpan: slechts in laatste instantie inroepen, want eens je geholpen wordt ben je afhankelijk van de manier waarop dit verloopt. Indien we de sleepboot hadden geraakt, dan hadden we waarschijnlijk een verzekeringsclaim aan onze broek. Eigenlijk had ik de oorzaak van dit euvel op zee moeten vinden, en zoals gezegd was de oplossing snel gevonden. (En in Apataki hebben we de oorzaak van de stroefheid gevonden en verholpen.)
June 6th, Raiatea in French Polynesia. We are at anchor just before the little town of Uturoa and are taking advantage of the reasonable internet to order parts for the boat and to update the blog.
If all goes well we will sail from Bora Bora to the Cook islands, then Niue,Tonga, Fiji, New Caledonia to arrive in Australia early november.
We will sail tomorrow to Bora Bora to check-out of French Polynesia and to wait for a good weather window, looks like the 11th will be a good day to leave.
We arrived in French Polynesia a year ago on june 8th, after a 22 day crossing from the Galapagos. We enjoyed the culture, the people and the way of life in French Polynesia. Their smiles, although life is not always easy here, the flowers in their hair, the music everywhere, we will surely miss it. But we feel it is time to go and discover other beautiful countries and islands. Mauruuru French Polynesia, I feel so fortunate to have been here with Sanuk.
Partir, c’est mourir un peu,
C’est mourir à ce qu’on aime :
On laisse un peu de soi-même
En toute heure et dans tout lieu. (Edmond Haraucourt)
Before going to Tahiti we made a stop at Rangiroa, the biggest atoll of the Tuamotus. Supermarket in Rangiroa with the tricycles. They are frequently used on all the atolls in the Tuamotus.So happy we finally got our diving permit. We should have done it much sooner but now we will be able to dive in all the wonderful islands to come.Church in Tiputa village on Rangiroa.The cemetary in Tiputa with lots of flowers and frangipani trees. The Frangipani tree is said to be immortal, because flowers and leaves still grow even after being uprooted. That is why it is planted on all the cemeteries in French Polynesia.The blue lagoon in Rangiroa. We stayed at anchor for one night but it was very rolly.When we wanted to go snorkeling at the Blue Lagoon we were greeted by at least tens of black tip sharks. I did jump in the water but did not feel very comfortable with all those sharks around waiting to be fed.The interior of the supermarket in Rangiroa. At the cash register a man with a crown of flowers. Mahu (men-women) are part of life in French Polynesia where, at one time, families with all boys would raise the 2nd boy as a girl.Papeete Harbour seen from the Belvedere restaurant just after a rainy sunset.
Wednesday May 3th in Apataki. It has been almost 2 weeks since we arrived with the Cobia 3 in Apataki and slowly but surely we are getting Sanuk ready for the water.
We left Auckland on Monday morning April 17th to arrive in Papeete on Sunday afternoon the 16th since we crossed the international dateline (IDL). The IDL is an imaginary line from the North Pole to the South Pole and demarcates the change of one calendar day to the next. NZ is West of the IDL while French Polynesia is East of the IDL. It was like going back in time and so we got to experience Easter sunday twice! When we will sail to Fiji we will again cross the IDL but then we will loose one day.
Stefan had arranged a pick-up at the airport from the hotel and indeed we saw our name on one of the many cardboards at the exit of the airport. What a nice feeling it was, back in 28degrees celsius, humid but I did not mind and lots of friendly faces with flowers in their hair. They were surprised when they saw our amount of luggage! No, we are not a normal tourist in Polynesia! We had 5 bags of each 23KG and 2 smaller bags of each 12KG…but the van was big and we got everything loaded. Papeete was like a ghost town since it was Easter but at least the “Roulottes” (foodtrucks) were open and we were happy to have dinner there. We decided on “Galettes et Crepes Bretonnes” :-)! The wait was soooo long (almost 3hours when we had eaten) but we enjoyed being in the atmosphere, watching the tourists and Tahitians enjoying their Easter with family.
The next day we decided to rent a car to get all the shopping done (only boat stuff and food 🙂 ) to take with us on the Cobia 3. Unfortunately all the stores were closed except for Supermarket Hamuta, they were open till noon, we got there at 11.30AM but they let us shop till 12:30 and they delivered everything to the Cobia 3 the next day . Luckily we also found the Carrefour open and got another 3 boxes filled with food… For dinner we met with our friends from Jambote, Simon-Pierre and Marine, who had just arrived in Marina Taina. It was so good to see them back and tell our stories ! Life is wonderful!
Important cargo for Apataki. All our luggage and boxes went into this crate for Apataki.
Not a luxury cruise but at least we have a bed. And Jesus!
We had made reservations for the Cobia months ago but were kind of nervous since we had not paid anything and did not know what time the Cobia would leave. Stefan left at 7AM to go check it out and sure enough at 7.30AM the office was open and our names were on the list!! We paid 7000XPF per person (about 70EUR) and were told to bring our luggage by 11AM. Stefan knew where to get all the things he needed so in an hour he had all the boat stuff and we could leave the hotel by 10AM with all our bags and boxes. We paid another 7000XPF for all our luggage. (more than 150KG!!). We put it in the crate for Apataki and left to return the car just in time! We had a couple hours left to spend in Papeete and by 2.30PM we had to be back at the Cobia 3. I could not believe how smooth it all went! This was great! The Cobia was definitely an experience! We had a bunk bed :-), but there was no real place to sit….so we could only lay down :-(, and the journey took 34hrs. Because of the high waves (4m) I got sea sick :-(, luckily after 8hrs I felt better! There is no food on the Cobia, you have to bring your own food and water. I was too sick to eat the croissants we had. The Tahitian we shared our room with offered 2 apples (they really share soo easily) and I was happy to eat those. We arrived at 2AM in the morning at Apataki village and I cannot say how happy we were to see “Pappie” from the Carenage waiting for us!! We loaded all our stuff in the pick-up truck from Alfred and left for their house in the village where also “mamie” was waiting for us. We took a quick cold shower and went to bed for the remainder of the night. At 9AM in the morning we loaded everything in Alfred’s motorboat and made the trip to the Carenage. We arrived soaking wet (from the waves) but happy to be back “home” and see Sanuk!
View from Sanuk on the carenage and the lagoon in the backCould not dream of a better place to have the boat out of the water.Now we only have to unpack everything ! Good to be back home.Cleaning and oiling the teak toprail.Scrubbing the teak floor.
We have been busy fixing, painting, replacing, rearranging and socialising and hope now that we can get Sanuk in the water on May 8th or 9th. It is clear that a boat needs to sail and having it on the hard this long (almost 6months) is not so good. There was a corrosion on the connecting bar between the two rudders …..with patience, acid and oil they are now cleaned and like new and this solves also the steering problem we had before. The bottom is halfway painted, I am now waiting for an extra pot to arrive on the Cobia tomorrow. I should be able to finish the other half the latest by sunday. The Honda motor of Flipper had to be cleaned since we forgot to drain the gasoline when we left. It got sticky and plugged up the carburator. It sounded fixed but Stefan wants to test all the motors before going in the water. The oil from the generator is replaced, the trampoline is replaced with a new one, all the teak wood is cleaned and oiled, the chips in the gelcoat are fixed, and our fix it list is getting smaller.
Putting on a new anti-fouling coat on Sanuk’s bottom. Anti-fouling paint is important because this prevents the growth of mussels, algae etc on the hull. These growths can affect the performance or durability of the boat.
A job well done by the admiral :-).The captain at breakfast.Pua (meaning pig in tahitian) the mascot of the carenage. He behaved more like a dog than a pig. He could roam around the carenage freely until one day she ate “mamie’s” flowers…then he was to stay in his cage.
The hardest part was working in 32degrees celsius and high humidity (70%) so we had to make sure to get up as early as possible (still not my strongest point 🙂 ) and from 12 till 2PM it was siesta time. Too hot to eat but we are drinking liters of water! Luckily we have the sea close by and a shower (cold only) with unlimited water supply !
Gaston and Valentine from Anse Amyot came visit and were always ready for a party with singing and good food.Dinner with all the cruisers at the carenage. An international group from Mexico, France, Madagascar and Belgium.Valentine playing the ukulele and singing.
The people from the carenage are all very friendly and we have been invited a couple times to have fish barbecue with them. The fish is put ALIVE on the barbecue and there is rice and homemade sweet and sour sauce. Very yummy. The first time they played the ukulele and guitar and sang while we were having dinner under a starry sky! Does it get any better?
Getting Sanuk ready to be put back in the water. 15 Ton to be carried on the trailer is a delicate operation but Tony and his team know what they are doing.Also in the water there is preparation to be done.Alfred watching over Stefan while he is cleaning off the last piece of tape.Nini putting on some last minute anti-fouling under the keel.View from Sanuk, almost in the water.Saying goodbye to Ryan and Natasja from “Cheeky Monkey”. From left to right, Natasja, Stefan, Manu, Ryan, William, Nini, Tony and his mom Pauline.Stefan saying goodbye to the nurse shark. Watch those feet…
De voorbije weken zijn er enkele geweest van onderhoud. Maar het einde is in zicht. We zijn nu op zee onderweg van Papaeete, Tahiti naar Raiatea zowat 120 zeemijl varen of een goede twintig uur.
Daar gaan we nog even een technische stop doen om de electronica na te kijken, en daarna vertrekken we naar ons laatste Polynesisch eiland(Bora Bora) waar we uitchecken uit FP en op weg zijn naar een nieuw land, de Cook Islands.
We hebben de voorbije weken vooral aan de boot gewerkt. De reis van Papeete naar Apataki waar de boot lag hebben we met de pakjesboot Cobia III gedaan. Langzaam aan met een redelijk wilde zee heeft het twee en een halve dag geduurd. Ik had de indruk dat we met Sanuk rapper zouden gevaren hebben, maar ze hadden last van de hoge golven. En wij ook een beetje, het is een ligreis geworden.
De Cobia III vaart elke week langs een 5-tal atols
Maar om 02:00 uur kwamen we aan in de haven van Apataki dorp, en daar stonden enkele van de eigenaars van Apataki Carenage, de familie Lau, ons op te wachten. Samen met onze 150kg bagage zijn we naar het verblijf van de Lau’s in Apataki dorp getrokken, en de volgende dag met de boot naar de Apataki Carenage zelf, waar Sanuk op het droge ligt.
Een korte rit van twee uur, maar we kwamen wel doornat aan vanwege de wind die op de kop stond. Gelukkig zat onze bagage onder een zeil en was alles droog gebleven.
Van en naar het dorp vanuit de Carenage. Aan boord mamie, papie (rechtsachter), Dominque van Cap A Cap en rechts de helper Manou
We waren blij terug op onze Sanuk te zitten, ook al was het dan op het land en niet in de zee.
Happy to be back
Alles zag er op het eerste gezicht goed uit, niet te veel zwarte schimmel. We hebben een dag genomen om al het gerief weg te steken, en dan zijn we aan ons takenlijstje van 3 bladzijden begonnen.
De saildrives kregen nieuwe seals, de versnellingskoppelingen kregen terug een ruw oppervlak (lapping the cone drives noemt dit in het engels). Nieuwe olie en filters in de drie motoren, de nieuwe trampoline werd gemonteerd, het nieuwe code 0 zeil werd opgehangen.
Tony toont mij hoe het moetDe Honda van flipper is gefikst. Rechts William, midden Tony
Ilse hield zich bezig met de buik van Sanuk een nieuwe anti-aanslag luier aan te doen. Zestien liter Micron 66 anti algenverf, en
hij zag er weer blauw uit, onze Sanuk. De onderste laag is zwart, en daarboven blauw, zodat we kunnen zien wanneer we door de eerste laag zitten.
Er was echter een serieus probleem met de stuurinrichting: de roeren zaten muurvast. Het bleek dat langs het afsluitdeksel van de nood-roeren er regenwater naar binnen kwam, en dit viel op de
connectie van de verbindingsstang tussen beide roeren. Ik ben erin geslaagd om de geroeste kop van zijn pin af te trekken, en los te vijzen van de verbindingsstang.
Met geduld en vooral fosphor zuur kwam er elke dag wat meer beweging in, en op het einde was de verbinding van de kop in zijn houder terug soepel. Dan nog laten trekken in een oliebad, terug monteren en het stuur was beter dan ooit. In retrospect was dit probleem al een jaartje aan de gang, maar ik dacht dat het aan de stroefheid van de roerstang in zijn houder lag, maar dat bleek dus mis. Ik ben heel gelukkig
dat ik dit gevonden heb en met de hulp van Tony Lau heb kunnen oplossen.
De dagen zijn bloedheet in de Carenage, het is 32 graden en de zon schijnt ongenadig van 8:00 tot 16:00. Enkel in het uurtje ervoor en erna is het nog licht en is de temperatuur flink lager.
Dus om 6 uur s’avonds is het donker. Dan nemen we een heerlijk doucheke, en koken een warme maaltijd. Daarna lopen we nog even langs bij de familie Lau, of komen we samen met andere
zeilers die ook aan hun boot aan het werken zijn in de Carenage.
Heel veel Touamotanen kunnen een ukele bespelen, want tv is er nietIk hield het bij wat neurien, of met lepels proberen de maat te volgen…
Er liggen eind april nog een 20-tal boten, waarvan er drie a vier bewoond zijn. Iedereen werkt om zo snel mogelijk van de muggen, de hitte en windstilte af te zijn er terug op het water te liggen. Voor ons was dat twee weken, en hoewel dit lang is hebben we toch geen dag stil gezeten. Er is hier trouwens toch niets anders te doen behalve werken, veel drinken, wat eten en veel slapen. Meestal lagen we om 21:00 uur al in onze nest van een zalige slaap te genieten. Ik sta ‘s morgens op rond 6:00 uur, maar Ilse blijft graag even liggen tot 8:00 uur. Ik geniet dan van wat personal time: wat naar podcasts luisteren (er is daar internet, maar wel traag – grootte orde van 20Kb/download snelheid), wat luisteren naar audioboeken of wat lezen.
Alfred Lau rijdt de draagwagen onder de boot.
Enfin, de dag kwam dat Sanuk te water werd gelaten, en dat we klaar waren om te vertrekken. De meeste werkjes waren bijna af, maar aangezien het moeilijk is om gerief in Tahiti te bestellen en naar Apataki te laten leveren, besloten we om zelf nog met de boot naar Tahiti te varen om alles af te werken.
2 van de 5 nursesharks, trouwe klanten van de Carenage
Maar eerst zijn we dus langs Rangiroa atol gepasseerd, waar we met een andere Apataki boot – You Neva Know – nog een weekje bleven. Ilse en ik hebben er duikles genomen, zodat we beide nu
niveau A bereikt hebben van het franse / Internationale systeem. Dit betekent dat we mogen duiken met begeleiding tot 29 meter diepte. (Normaal is het 20 meter, maar vanwege de temperatuur van het water en de goede zichtbaarheid is dit in Frans Polynesie 29 meter) Na vier duiksessies werden we goed bevonden om ons brevet te halen. De eerste drie lessen waren in ‘het aquarium’, een ondiepe plek
(9 meter) waar we oefeningen deden, maar de laatste twee lessen waren in de pas. Met een bootje gingen we buiten op zee, daalden af tot zo een twintig meter en kwamen dan met het hoogtij terug in
de pas gedreven. Als hoogtepunt was er een dolfijn die ons nieuwsgierig kwam bekijken en die we konden strelen, en een schildpad die zich met de heen en weer golf-stroming over de bodem liet
drijven en ondertussen van het koraal at.
Maar natuurlijk waren er ook ontelbare vissen en redelijk wat (ongevaarlijke) haaien. We zijn in elk geval blij dat we nu op de volgende eilanden zullen kunnen duiken.
Op het einde van de week was onze kookgas echter ver op. Ik maakte een misrekening ivm aantal volle flessen, en dus waren we aangewezen op wat er restte van de barbeque gasfles. Daarom zeilden we door
naar Tahiti, waar we na een tweetal dagen aankwamen in de ons bekende marina, het was immers onze derde keer.
Een beetje ongelukkige timing want het was net lang weekend van OLHV, maar de maandag kon ik toch in aktie schieten om de overgebleven of nieuwe taken aan te pakken.
Een boot is gemaakt om te varen, en de 6 maanden op het droge deden hem/haar geen deugd: de watermaker klaagde van een te hoge druk en de startbatterijen van de motoren die niet mee worden opgeladen
door de zonnepanelen bleken ook de geest gegeven te hebben. Enfin, een kredietkaart lost de meeste van deze problemen op, en voila, hier zijn we nu op zee naar ons volgend eiland aan het varen:
Raiatea, waar we reeds twee maal waren met respectievelijk Emma/Seba en Katie/Karel, maar waar nu een electronica specialist ons opwacht om samen eens door het systeem te lopen.
Het is sinds Colombia van kwaad naar erger gegaan met onze electronica: eerst liet de radar het afweten, dan twee van de 4 GPSsen, dan de AIS, en nu heeft de dieptemeter kuren: we denken dat hij
nog de juiste diepte aangeeft, maar hij pinkt steeds. Ik denk dat het een zaak is van corrosie: ergens is het netwerk slachtoffer van roest. We zullen het maandag waarschijnlijk weten. [Update na bezoek van de ‘expert’: het is waarschijnlijk geen corrosie maar de dieptemeter is end-of-life. We gaan moeten zien of we een nieuwe hier kunnen vinden (weinig waarschijnlijk), of we een nieuwe bestellen in de VS (10 dagen wachten) of we zo doorgaan met een manke meter. ]
Dus de sfeer aan boord is opperbest, we zijn beide blij dat we veel werk verzet hebben, en dat we weer reizen.
We hebben leuke mensen leren kennen in Apataki/Rangiroa/Papeete (Cheeky Monkey, Cap a Cap, YouNevaKnow, El Nido), we zijn enkele keren op restaurant geweest, en we hebben een mooi aandenken
aan de Polynesische eilanden gekocht, het staat Ilse bijzonder mooi…
De gekko aan boord is goed voor het opeten van insecten. (Lengte 4 cm)Het familiebedrijf LauDe nieuwste maskotte van de Carenage: Poua het varken.
Belgium: It is sunday, January 8th, it is a foggy and cold morning while I am looking at the last pictures we took in Apataki…
November 12 2016: Apataki
Picture taken from our last anchorage in Apataki, november 2016.One last time climbing in the mast…Taking off the mainsail and all the halyards under clear blue skies.Cleaning off the salt and the rust.Almost ready to go on land… The exterior is ready.Our last sunset on the water !Sanuk being pulled out of the water on an adjustable hydraulic trailer. Alfred is driving the tractor while Pauline (his wife) is making sure everything is going well. Tony is underneath the boat adjusting the pads.Slowly but surely…Almost there… Tony and a helper are adjusting the metal plates for the trailer wheels.Finally on the hard…Sanuk on the hard ! We were lucky she was taken out of the water early in the morning on the 10th of November because afterwards the wind picked up and changed direction making it impossible to take out another boat that day and the day after!
We take the three days that we are on the hard in the carenage to thoroughly clean the boat on the inside. All the walls get a bleach solution treatment to prevent mold from growing. All lockers get emptied, cleaned and refilled.
While I was cleaning I found a little gecko on board ! They are good to have on board because they eat insects. I wonder if he will be still there when we return.
After 3 days on the hard, cleaning and preparing the boat for the 6 months on land, we were ready to fly to Papeete. It was a gorgeous sunday morning ! No wind, blue skies, the water was like a mirror…
The boat on the right will take us to the airport of Apataki.The day we left, the sea was like a huge swimming pool.“mamie” gave us each a flower wreath before we left. We will be back the end of April.Stefan is ready to leave.The sign for the boatyard in Apataki town…
Ready to leave for Papeete in the 16 seater.View out of the plane, flying over the atoll of Rangiroa. To the left the ocean, on the right the lagoon.
Flight Papeete -> Los Angelos -> New York
After a couple days in Papeete we left for New York to visit with our daughter Meliena (living in Boston). Stefan and I spent a beautiful day at the “9-11 Memorial” in New York City. A total difference from the gorgeous nature in French Polynesia but we enjoyed the City for the day!
The National September 11 memorial and museum is a tribute to the 3000 victims of the 2001 terrorist attacks.
Part of the antenna which stood on top of the twin towers.The foundation of one of the old towers.Billboard: Curious what 2017 will bring for the world order with the new leader in place. They both seem to have their doubts.
Het is zover – “de grote oversteek” van Moorea naar Huahine. Voor het eerst wordt er echt gevaren, weg van de kust, weg van de bewoonde wereld, met enkel de wind en de zee als constante. Rond 15 uur ‘s middags wordt het anker gelicht en gaan we door de passe de Stille Oceaan op. Er staat een discrete bries tussen de 10 en 15 knopen wat maar net voldoende is om al zeilend goed vooruit te geraken. Stef vindt dat uitstekend weer om zijn Oranje “Code 0” zeil uit te halen en eens te testen of de stikster degelijk werk heeft geleverd bij de reparatie.
Het oranje code 0 zeil met de witte herstelling van de zonneschade. So far so good.
De boot kreunt en haalt nu een gezapige 5 knopen. Moorea glijdt weg aan de horizon. We gaan aan tafel maar al het geschommel en de pillekes tegen de zeeziekte hebben duidelijk een invloed op de appetijt van de bemanningsleden. Dus erg veel gegeten wordt er eigenlijk niet. Alhoewel, de Kapitein laat de deining niet aan zijn hart komen en trekt een blik Pilchards in tomatensaus open dat vervolgens goed gemutst naar binnen wordt gewerkt (kwestie van de hoeveelheid reserve-proviand uit het vooronder gradueel af te bouwen).
Ook al hebben we electrische winchen, het kan geen kwaad om de spieren af en toe wat te oefenen. Hier bij het hijsen van het grootzeil.
De nacht valt en we verdelen de wachten. Ik kijk er eigenlijk wel naar uit om in het relatieve donker (het is bijna volle maan) wakker te blijven en de koers in de gaten te houden en kies dus voor de “hondenwacht”, tussen 0 en 3 uur ‘s nachts. Zoals te verwachten was duurt het natuurlijk geen half uur of de wind sterkt stevig aan (toch in mijn definitie) en komt wat scherper aanwaaien. Stef had gezegd: “als er iets is, moet ge niet aarzelen en maak je me maar wakker”, maar bij de scouts hebben we geleerd om “onze plan te trekken” en voor alles permissie gaan vragen bij het hogere gezag is niet echt aan mij besteed, dus maak ik wat beperkte koerscorrecties en hou op die manier de wind in de zeilen. Uiteraard buiten de waard gerekend, want de skipper heeft subiet gemerkt dat er aan het stampen en rollen van de boot wat is veranderd en verlaat zijn warme kooi om polshoogte te komen nemen. Na kort overleg, een blik op de GPS en een kleine aanpassing aan de stand van het grootzeil zag hij dat het goed was…
Eigenlijk is zo’n nachtelijke zeiltocht een bijna mystieke ervaring. Je zit alleen in de stuurhut, met enkel de sterren, de maan en het spel van wind en golven als gezelschap. Pure natuur die je na een tijd in een soort trance brengt en waardoor de uren eigenlijk snel voorbijglijden. Rond drie uur neemt Stef over; we fluisteren wat en werken het logboek bij. Ik kruip in bed, val als een blok in slaap en wordt pas wakker op het moment dat ’s morgens de motoren worden gestart omdat de wind het laat afweten.
We spelen wat gezelschapsspelletjes en slapen wat bij tot we rond 14 uur de lagune van Huahine binnenvaren en vrijwel onmiddellijk ankeren om rustig wat te kunnen eten en snorkelen. Huahine bestaat eigenlijk uit twee eilanden binnen één koraalrif. Na de afwas beginnen we aan het laatste stuk van de overtocht en varen we binnen de turkooizen lagune naar Faré, het hoofddorp op de noordkant van het eiland. Net voor zonsondergang vinden we een ankerplek en genieten met geel-rood-oranje tinten van een prachtige ondergaande zon.
De Windsong, een zeil cruiseschip dat we regelmatig tegenkomen
Dag 10 Huahine
Na een stevig ontbijt (pancakes met esdoornstroop) en een mok sterke koffie staan we om 10 uur aan de wal en huren een paar fietsen.
FAQ 9 – Fietsen bij tropische temperaturen, is dat wel een goed idee?
Dat valt uitstekend mee zolang ge u niet laat inspireren door het vuur en de ambities van de gemiddelde Vuile Brakée. Noem het “slow biking” als je wil.
Wie had gerekend op een Cube 29er met een Shimano XT versnellingsgroep en hydraulisch bediende Magura remmen als vaste zekerheid, vist achter het net… We zijn in Polynesië en fietsen doe je met een bike die het midden houdt tussen een meisjesfiets uit de jaren 70 en een Chopper uit Easyrider. Een stalen frame met dikke zware banden, enkel een torpedorem om onheil te voorkomen, géén versnellingen en een stuur in “longhorn” formaat als pikant (beter: pikerend) detail. Het geheel lichtpaars geverfd, kwestie van vooral niet op te vallen.
Enfin niet geklaagd, beter op de fiets dan te voet. We doen een prachtige rondrit op het eiland, met een tussenstop op een “pearl farm” en bezoeken nog een prachtige Marae (Maeva, met Visitor’s Centre) aan de kust. Alhoewel het oude geloof van de Polynesiërs animistisch van inslag was, worden we ook hier vriendelijk verzocht om het bordje met “A tatara ti to, tatou tia’a” te respecteren en onze schoenen buiten te laten staan (waarvoor “Mouruuru” ofte “dank u”). Gelukkig lopen we enkel blootsvoets om het delicate weefwerk van bladeren op de vloer niet te beschadigen en niet om godsdienstige redenen. Elegante hutten en boten bouwen, de Polynesiërs hebben er een handje van weg.
stenen vis fnuik op de rivier
Na een groepje heilige blauwogige alen in een riviertje om moed te hebben gebeden, rijden we de eerste (en enige) col van het eiland op om vast te stellen dat onze gebeden niet zijn verhoord… De weg slingert zich opeens naar boven met een stijgingspercentage van tegen de 15%, een oefening in nederigheid voor een minder geoefend fietser, we stappen af en duwen onze loodzware hippy bikes naar boven, zuchtend, puffend en nat van het zweet. Ook Stef ziet af, hij heeft wel versnellingen, maar sleurt een aanhangwagentje met gerief mee naar boven.
Na te voet (op een hongerige maag) een 200-tal hoogtemeters te hebben bemeesterd worden we navenant beloond met een absoluut verbluffend uitzicht op de andere kant van het eiland.
We koesteren ons met de wetenschap dat het vanaf nu alleen bergaf zal zijn en we ons dus rustig tot helemaal beneden kunnen laten glijden over blinkende asfalt. Quod non!
Wat volgt zal een legende worden in de annalen (let op de dubbele “nn”) van ons nageslacht: Mevrouw mijn Echtgenote slaagt erin om haar torpedorem volledig op te smoren, het ding is misschien wel geschikt voor huis- tuin- en keukengebruik, maar voor het controleren van de daalsnelheid schiet de achteruittraprem volledig tekort. De naaf braakt donkere zwarte rook uit en Ilse gilt “Katie, pas op… uw fiets staat in brand…”. Gelukkig roept ze dat net voordat de rem finaal de geest geeft en wordt het ijzeren ros zonder ongelukken tot stilstand gebracht. Ik sta ermee te lachen, tot blijkt dat ook mijn torpedorem rook afgeeft. Résultat des courses: we klommen te voet naar boven en mogen nu ook te voet naar beneden.
De rest van de dag genieten we van de uitzichten. Huahini is een zacht, vrouwelijk en vruchtbaar eiland. De natuur gedraagt er zich naar. Abondant groen, afgewisseld met prachtige vergezichten. Het eiland wordt niet voor niets “l’authentique” genoemd, het is één grote tropische tuin.
Na een laatste krachtinspanning duiken we de bar op het strand vlak bij de boot binnen, net op Happy Hour. Alles bij elkaar hebben we een 30 km gefietst onder de tropenzon. Terwijl Stef en ik de fietsen en de boodschappen wegbrengen bestellen de dames hun eerste Mai Tai bij de ondergaande zon. Het zal niet bij één drankje blijven en de vermoeienissen van de dag én het feit dat we over de middag niks gegeten hebben zijn alras vergeten…
Karel en Stefan begroeten de vele fotografen, maar het was helaas voor de zonsondergang achter ons. Ook loopt net een bevoorradingsschip de atol binnen.
Dag 11 Huahine
Grotendeels een rustdag. We slapen uit, maken briochebrood en sterken de inwendige mens met een stevige portie spek met eieren.
Er wordt gekeuveld, gelezen, gescrabbeld en vooral veel gediscussieerd over de spelregels en hun verreikende consequenties. Voor de liefhebbers: vervoegde werkwoorden zijn tegenwoordig Scrabble-fähig, er zijn een pak woorden met Q’s, Y’s en X’en, maar je kan ze best op voorhand instuderen want als een woord niet wordt aanvaard ben je onverbiddelijk je beurt kwijt.
In de late namiddag verleggen we ons van het levendige Faré naar het zuiden van het eiland. Door een kleine inschattingsfout van de Kapitein – Stef maakt bij het navigeren énkel en alleen schoonheidsfoutjes – moeten we na een uurtje op zee rechtsomkeer maken en de lagune opnieuw binnenvaren. De route buiten de lagune, langs de zeekant, brengt ons immers niet tot bij de snorkelplek Point Hiva die we voor ogen hadden. Onder het motto “we go with the flow” beslissen we om voor anker te gaan in een prachtige baai (Bourayne Bay) die we een dag eerder met de fiets hebben aangegaan.
De Admiraal spot in de verte een aanlegboei op een idyllische plek en we beslissen om ons daar aan vast te leggen. Zo’n maneuver lijkt in theorie makkelijk, tot je daar op het net tussen de rompen aan de voorplecht staat en die boei zo’n 2 meter lager onder je bootshaak doorglijdt. Bovendien weegt dat ding lood met al die doordrenkte meertouwen die absoluut geen zin hebben om uit het zilte nat gehesen te worden. Enfin, mits enige ruggenspraak tussen de dekknechten en hun baas, een tweede poging en wat gevloek ligt de boot aan de boei vast. Rest nog de telkens weerkerende endurance-test…
Ilse gaat er een aan de haak slaan… Met Karel zijn hulp!
FAQ 10 – Wat is dat nu weer, die endurance proef?
Stefan staat gekend als een voorzichtig schipper en zijn boot wordt enkel toevertrouwd aan aanlegboeien wanneer hij er zeker van is dat er bij frisse bries (5 bft) of matige wind (6 bft) geen ongelukken van kunnen komen. Lees: de boei en bijhorend betonblok moeten de 15 ton wegende Sanuk netjes op zijn plaats kunnen houden.
De proef is simpel: we meren aan en dan wordt er 10 seconden met beide motoren op volle kracht achteruit aan het meertouw en de boei getrokken om zeker te zijn dat de zaak muurvast zit. Tijdens die operatie knarsen die touwen en blijf je maar beter uit de buurt want er staat op dat moment nogal wat spanning op de landvasten. Laat ons het houden op: “een veiligheidstest uitgevoerd (en uitgevonden) door de Kapitein, gekruid met een toets van vanille en geblancheerd in een saus van testosteron”.
Voor de taalpuristen: zo’n aanlegboei wordt in het Frans dood lichaam of “corps mort” genoemd. Het blijft dus ietwat luguber naar mijn mening: met twee motoren liggen trekken aan een lijk; het beeld van de vierschaar is nooit ver weg.
Nu de boot netjes gezekerd is profiteren we van de totale afwezigheid van golfslag in de baai om de mastlamp die de voorplecht verlicht te vervangen. Stef kruipt in een harnas en laat zich door zijn echtgenote de mast inhijsen (met behulp van de elektrische winch weliswaar). Een broos moment waarop de skipper zich volledig overgeeft aan de nukken van zijn levenspartner. Ik tracht het geheel te filmen als een timelapse (het duurt allemaal nogal lang), maar dat mislukt jammerlijk omdat de batterij van mijn iPhone het voor bekeken houdt.
Enkele honden blaffen en Stefan en ikzelf dagen ze uit door te huilen naar de volle maan, gedurende 10 minuten weerklinkt over het meer niets dan honden- en mensengejank tot we ermee ophouden en aan tafel gaan om uitgebreid te dineren onder een volle maan.
Na de maaltijd zetten we wat muziek op en luisteren we tot bedtijd naar Leonard Cohen. Zijn lage en donkere stem (do you want it darker?) past perfect bij de sfeer in de baai en zorgt voor een meesterlijk meditatief moment. We laten het allemaal over ons komen en genieten van de rust en de natuur om ons heen. Het water zit vol leven, de vissen foerageren en springen af en toe naar insecten. In de jungle klinkt de roep van een ons onbekende vogel (volgens kenners verwant aan de Polifinario) en langs de oever vaart een Polynesische visser voorbij.
Onder de maan blinkt de rimpelloze lagune Over de luwte van de lagune schuift moede de maan Onder de maan in de luwe lagune schuift de kano naar zee Langs het hoogtij, langs het laagtij schuift de kano naar zee schuift met de schuivende maan de kano naar zee Zo zijn ze gezellen naar zee de kano de maan en de man Waarom schuiven de maan en de man getweeën gedwee naar de zee?
… om te gaan vissen! (vrij naar Melopee van Paul Van Ostaijen)
Vandaag gaan we de zee op voor een korte oversteek naar Moorea, het eiland dat we vanop onze ligplaats al gans de week aan de horizon zien liggen, zo’n 17 mijl (31 km) verderop.
Alle proviand is aan boord, de dames hebben hun pilletjes tegen zeeziekte ingenomen en we gooien de trossen los. Ilse neemt via de VHF radio contact op met de havenmeester want er komen nogal wat overzet- en vrachtboten toe in Papeete haven en dus heb je de toestemming nodig om de havenuitgang, de “passe” door te varen.
FAQ 5 – wat is dat nu weer, een “passe”?
Relatief simpel: de eilanden zijn allemaal omgeven door een koraalrif (onderwater) of motu’s (riffen die boven het water zijn uitgegroeid en waarop aan tuinbouw wordt gedaan), daarbinnen ligt een lagune met rustig, relatief ondiep en kristalhelder water en in het midden daarvan het bergachtig eiland zelf (alle Genootschapseilanden zijn van vulkanische oorsprong). De golven breken niet echt zachtaardig op de riffen en het water klotst op die manier permanent naar binnen in een grote kuip. Vanuit de lagune stroomt het weer naar de volle zee door één of meerdere passe’s, uitgesleten door de stroming, vol met vis. Sommigen zijn bevaarbaar, andere te ondiep, maar overal staat dus een tegenstroom bij het binnenvaren van de lagune. We komen hier nog op terug want één en ander is niet zonder gevaar; zelfs niet voor een ervaren Kapitein met een absoluut aan hem verknochte bemanning…
Van de havenmeester krijgen we te horen dat we wat geduld moeten oefenen omdat één van de sneloverzetten uit Moorea in aantocht is. Stef navigeert de boot dus een beetje uit de vaargeul opzij binnen de strekdam. In de verte zien we de ferry inderdaad met volle geweld toesto(r)men en zeer snel uitgroeien tot vrij impressionant gevaarte dat zonder veel discussie zijn eigen voorrangsregels afdwingt.
We varen de passe uit en ontrollen de genua (de “fok” voor onervaren groentjes zoals ik) en het grootzeil. Ineens komt Sanuk tot leven, het gebrom van de motoren valt weg, de boot piept en knarst, kreunt en steunt onder de druk van een wind rond de 14 knopen en snijdt door de golven. Volgens Stef is er maar net genoeg wind om goed te kunnen zeilen, voor ons is de deining en de golfslag meer als sterk genoeg voor een eerste kennismaking met de Stille Oceaan en de onverbiddelijke impact ervan op onze halfcirkelvormige kanalen.
We gooien twee vislijnen uit, maar de tonijnen hebben duidelijk in de mot dat het metalen glinsterding (met weerhaak) waar ze in moeten bijten fake is, dus we blijven alvast figuurlijk op onze honger zitten…
Na een dikke vijf uur varen lopen we de lagune van Moorea binnen. Hier zijn de films over de Bounty opgenomen en de combinatie van een lichtblauwe lagune met de grillige bergketens is absoluut betoverend. “Mérite le détour” om het in Michelin-termen uit te drukken (ook al is dit specifieke omweggetje 16000 km ver weg). We ankeren in de buurt van een aantal andere schepen om te gaan snorkelen. Op de plek waar we gaan zwemmen staat nog een stevige stroming dus het is wel oppassen geblazen en terwijl Katie en Ilse volop genieten van de onderwaterwereld en Stefaan met onverdroten ijver de onderkant van zijn schip (zeg niet zomaar “boot”) inspecteert, hou ik het relatief snel voor bekeken.
Die avond aperitieven we in de Hilton, het is net Happy Hour, dus – net als de bemanning van de Bounty – laten we de discipline aan boord van het schip en spoelen we de restanten van het zoute snorkelwater met wat alcohol door. Er is bovendien internet, dus onze bloedjes van kinderen worden gerustgesteld: het gaat ons voor de wind… De dag wordt afgerond met een uitstekende zelf bereide maaltijd. Wat kan een mens nog meer wensen?
Kapitein verbroedert met het werkvolk
Dag 5
Tijd voor wat beweging. We staan met de zon op, nemen een stevig ontbijt en varen dan de Ōpūnohu baai in om 500 meter van het strand te ankeren. Intussen is ook de copieuze picknick voor vanmiddag klaar en trekken we met Flipper (de dinghy) naar de vaste wal. Vandaag staar er een stevige voettocht op het programma. Deels tussen de weiden, deels door de jungle, deels door ananasplantages. Een kleine 20 km, maar met de hitte, de vochtigheid en de hoogtemeters ruimschoots voldoende.
Vanop onze lunchplaats zien we: rechts Cooks baai in Moorea… en links, Opunohu baai, waar Cook landde in 1777Onbewaakt moment foto
FAQ 6 – zit het daar dan niet vol met vieze beestjes?
Wel dat viel allemaal uitstekend mee. Malaria komt op deze eilanden niet voor (al een chance – geen Deet verstuivers en geen Malarone pillen nodig). Denghé koorts komt wel op de eilanden voor. De stranden zitten wel vol mieren en zandvlooien dus vooraleer ge uw badhanddoek bovenhaalt kan je maar beter even uitkijken naar een goede plek. Van muggen hebben we relatief weinig last gehad, al was het zoetere bloed van Ilse toch occasioneel in trek bij prikkende (of geprikkelde?) geleedpotigen.
Het gevaarlijkste beestje op het land is een giftige honderdpoot waar je maar beter met een grote boog omheen wandelt. [Stefan: er zijn geen slangen of andere giftige dieren op de eilanden. De gevaarlijkste dieren op het land zijn de bij en de honderdpoot, de echt giftige zitten in het water.. ]
In de jungle voel ik me een beetje een ontdekkingsreiziger (maar dan één van het late uur, want het eeuwenoude pad is al discreet gebaliseerd). De weg door de jungle draait en keert gestaag tot we uiteindelijk met een stevige klim uit het bos breken. Over de middag verslinden we onze picknick op een bergrug met een prachtig uitzicht op de kust en in onze rug de ruige resten van de krater die het eiland vorm gaf. Omdat we geen kaart meehebben blijkt de terugtocht problematischer en langer dan verwacht. Echt verloren lopen doen we niet, maar een paar keer moeten we toch op onze stappen terugkeren en de nodeloze kilometers wegen een beetje op het enthousiasme van de wandelaars.
Ilse toont de weg
een voorbeeld van een gevaarlijk landdieren waar zitten die ananas nu?Aha, hier zit er eentje
Terug in de buurt van asfaltbaan horen we het doffe geboenk van Polynesische muziek in de verte en lopen we recht op een rave party. Lokale twintigers hebben hun auto’s geparkeerd onder een impressionante bamboestruik met de hoogte van een eik. Met batterijen, versterkers en grote luidsprekers bouwen ze een zondagnamiddag-feestje (met muziek en drank, zonder dans).
De laatste kilometers worden afgemaald aan een gezapig tempo. Op het strand vinden we een bar naast een geïmproviseerd petanqueterrein. Na wat aandringen duikt de waardin van dienst met ons in de koffer (van haar auto) en diept daar 4 liter koel bier uit op. De lokale mede, Hinano, deed ons meer deugd dan een fles Orvelo na een toertocht.
We gaan terug aan boord, nemen een douche en verleggen ons naar een andere plek in de lagune, niet ver van het Intercontinental Hotel waar we reserveren voor een Polynesische avond die georganiseerd wordt voor de “normale” hotelgasten. Dat we ook hier weer blijven plakken aan de bar met een piña colada of een mojito is louter WIFI-toeval.
Dag 6
Vandaag is een rustdag. Na een uitgebreid ontbijt varen we met Flipper tot aan een plek in de lagune waar het maar een anderhalve meter diep is. Al snel zien we de eerste pijlstaartroggen in het water. De beesten worden af en toe gevoederd door hotelgasten en zijn dus vrij tam, maar het blijft oppassen geblazen. Je wil absoluut niet toevallig op een roggen-rug (wat een mooie alliteratie!) trappen als die, half ingegraven in het zand, zijn dutje ligt te doen.
pijlstaartrog die komt bedelen
We snorkelen tussen de koralen door en plots zijn ook de zwartpuntrifhaaien van de partij. Die beesten blijven gelukkig op een respectvolle afstand (en wat mij betreft is dat respect wederzijds). Moorea verbergt duidelijk een deel van zijn charme onderwater want zo veel multicolore visjes heb ik nog nooit bij elkaar gezien.
De opportunisten van de zee zijn er als de haaien bij
Stef weet aan één van de toeristenboten wat sardientjes te ontfutselen en de roggen hebben dat onmiddellijk gezien. Zijn populariteit stijgt tot ongekende hoogten en plots zijn we omringd door een tiental roggen die allemaal sardienenbloed geroken hebben… De beesten blijken echter zacht (van vel) en aardig (van gemoed) dus buiten het feit dat een oudere, bijziende rog Ilse’s vinger voor een stuk aas aanzag gebeuren er geen ongelukken. De vissen pletsen met hun vleugels in het water wanneer ze aan de oppervlakte komen zoeken achter een goedkope maaltijd. Prachtige vissen zijn het, maar die lange pijlstaart blijft bij mij toch een kwalijke connotatie oproepen en ik ben eerlijk gezegd content wanneer we een halfuur later allemaal weer in de dinghy zitten.
Karel, waar zit je? Ik word hier aangevallen! [ Karel zit nu al in de dinghy ]Gelukkig was er nog de kapitein… en de admiraal die alles onder controle hielden.
Voor vanavond staat er cultuur op het programma. We komen goed op tijd in het Intercontinental hotel aan waar het strand is omgetoverd tot een gezellig restaurant. In een ondergrondse bakoven liggen wat speenvarkentjes te garen in bananenbladeren, en specialiteiten uit de verschillende eilanden worden gepresenteerd in aparte standjes, ze zien er overheerlijk uit. Het geheel wordt overgoten met een prachtige sterrenhemel en de geur van de zee.
FAQ 7 – en nooit last gehad van een té vlotte spijsvertering?
We waren erg goed voorzien van moderne geneesmiddelen, pillekes en zalfjes allerhande. Naast de traditionele zachtere middelen had onze EHBO doos ook de straffere toebak in voorraad, kwestie van ons spijsverteringsstelsel aeroob en anaeroob volledig te kunnen ontsmetten – just in case.
Ik durf het bijna niet te stellen, maar van alle verre reizen die we de afgelopen tien jaar hebben gemaakt is dit de eerste waar de Immodium en actieve kool ongeopend in de toiletzak is gebleven. We dronken nochtans gefilterd zeewater, aten lokale ijsroom, verorberden rauwe vis van de lokale markt en aten bananen met de kilo.
Enkel het doosje met artisanaal bereide pilletjes tegen zeeziekte werd aangebroken (met dank aan Magister Beirnaert).
Tijdens het eten wordt er wat gezongen, maar dan barst de show pas echt los.
Polynesische gezangen begeleiden de maaltijd
Beeldschone schaars geklede vrouwen, prachtige (eveneens half naakte) mannen; waar zelfs Stef (momenteel in zijn beste form en vorm) bij verbleekt. De meeste vrouwelijke heupbewegingen worden aangestuurd door spieren waar ik het bestaan nooit van heb gekend. Ik kom ogen tekort. Onze dames laten het zich overigens ook welgevallen.
Het is telkens weer spannend om af te wachten of de natuurvezels sterk genoeg zijn om het de hele avond uit te houdenHier wordt met vuur gespeeldOok de mannen doen niet onder voor de Vahines (= vrouwen in het tahitiaans) (een beetje een ongelukkige naam?)
De Polynesische jongemannen brengen een soort Haka waarbij een aantal maagden uit het publiek worden ontvoerd. Ocharme – ge zijt op huwelijksreis en dan komt daar plots een gespierde Polynesiër voor u staan, die uw kersverse Amerikaanse echtgenoot doet verbleken tot een slap afkooksel van wat een man écht kan zijn… Het zal u maar overkomen.
We varen een eindje terug over de lagune en ankeren ons in de buurt van Cook’s bay recht tegenover de Manutea Tahiti. Manutea Tahiti is een manufactuur waar ananas, mango’s en ander lokaal fruit worden verwerkt tot vruchtensap, confituur en Tahitian rum.
Ze zijn er vooral fier op hun 50° rum, maar die was toen wij passeerden volledig uitverkocht. Erger nog: de bar was toe wegens verbouwingswerken, dus even van de lokale gefermenteerde vruchtensappen proeven zat er ook niet onmiddellijk in. Na een korte rondleiding, hebben we dan maar een voorraadje ingeslagen dat representatief was voor het nog beschikbare productengamma in de fabriek: naast veel gezond fruitsap voor het ontbijt o.m. een fles exotische ananaschampagne.
Dezelfde middag zijn we doorgevaren naar Paraoro, een stadje een paar kilometer verderop en hebben we “das Boot” geankerd in de buurt van het Moorea Beach Café (volledig toegewijd aan Veuve Cliquot). Dat het café een comfortabele aanlegsteiger had in de buurt van de lokale Libre Service was meegenomen, want dan konden we weer bunkeren vooraleer de sprong te wagen naar het volgende eiland: Huahine.
Moorea yacht club met het Moorea Beach Cafe
Dit werd de lakmoesproef: 20 tot 25 uur varen, 80 zeemijl (150 km) af te leggen in een stevige deining. Een test voor onze zeebenen.
FAQ 8 – geraak je op die eilanden nog makkelijk aan eten?
Op elk eiland vind je kleine superettes waar de meest courante producten makkelijk te krijgen zijn. Uiteindelijk zijn we in Frankrijk… Brood en kip worden gesubsidieerd en zijn spotgoedkoop. Verse vis is uiteraard makkelijker te krijgen dan in België en vind je in stalletjes naast de baan. Vlees (lam, rund) komt dikwijls uit Nieuw Zeeland. Luxeproducten (bier, wijn maar ook kazen en spuitwater) zijn wat duurder dan normaal maar blijven betaalbaar. Courante groenten vind je zoals thuis. Fruit is er in overvloed met mango’s, lokale bananen (niet de Chiquita bucht), papaya’s, ingevoerde appelsienen, etc. Het grootste probleem: citroenen zijn op de eilanden en zelfs in Tahiti bijna niet te vinden. Het leven is er zoet – niet zuur;-)