Bula ! SavuSavu, we are in Fiji

Monday morning (july 31st) the wind dies on us and we have to motor the last 12hours to SavuSavu because we want to get there before dark. We arrive at 16.30 under blue skies at the Q (quaranteen) dock from Copra Shed Marina and receive a warm welcome with “bubbles” from our friends from SY North. This was not in our “sailing plan” but a nice surprise. Three Fijiean ladies came aboard to clear Sanuk for customs, immigration and bio-security and after a lot of giggles and filling out documents we were free to go on land.

The British ruled Fiji from 1874 till 1970. In 1970 Fiji became a fully independent nation. Several coups took place in Fiji after their independence (1987,2000, 2005 and 2006) because of growing tensions between the Indo-Fijan and the native Fijans. It was only in 2014 that new democratic elections took place. The Indians originally came to Fiji under British rule to work on the sugarcane plantations. A lot of them stayed in Fiji because they did not have the money to return. The Indians make up about 38% of the population in Fiji.

Savusavu is on the island of Vanua Levu. We will visit Labasa by car and go to Taveuni by ferry. From Savusavu we sailed to the Yasawa group of islands before arriving in Nadi on Viti Levu. Viti Levu and Vanua Levu account for 87% of the population.
View from our anchorage in SavuSavu.
The market on saturday with the typical Fiji smile and friendliness. Fijieans are melanesian and differ from the polynesians in Tahiti. In contrast to the long hair of the French Polynesian girls, the Fijieans have short curly hair.
Fijian woman selling sea grapes and snails. We tasted both and it was very yummy.
Eggs for sale at the market, no choice of free-range eggs 🙂  10 Fiji dollar (4EUR) for a tray of eggs (24). Above the egss is the cava root for sale. .
Typical Fiji kids enjoying their saturday. On sunday all stores are closed and everybody respects the sabat.
When a cruise ship arrives they dress up in traditional dress for the tourists. More and more traditions will disappear over the years.
Sanuk at anchorage in Savusavu.
The main street in Savusavu with all the businesses and restaurants. Most of these are owned by Indians who have clearly more commercial ambitions than the Fijians. This picture was taken on a sunday morning, no stores open or people on the street.
The landscape on our way to Labasa.
Lots of fields with huge coconut trees used for the copra (dried coconut).
A truck loaded with sugarcane on its way to the sugarcane factory in Labasa.
Many trucks waiting in front of the sugarcane factory waiting to be unloaded. Sometimes they have to wait 12-14hrs before they can unload. They receive on average 70Fiji dollars (28EUR) for a ton of sugarcane. It takes about 9 ton of sugarcane to get one ton of sugar. Most of the sugarcane plantations are run and worked by Indians.
The train runs through the sugarcane plantations to pick up the sugar cane. The crushing season starts in june and lasts till about november. It takes about 15months before sugarcane can be harvested.
Sea grapes on the left and snails on the right. They are best eaten together as an appetiser with a cold glass of white wine 🙂

As Stefan already mentioned in his blog we were unexpectedly stuck in Savusavu because another boat’s mooring broke and hit us in the front. No major damage but we had to involve the insurance company and this took 2 extra weeks. During that time we did go to the island of Taveuni (garden island) with the Taveuni Princess.

More on the Return of the Taveuni Princess in our next blog.

 

Fiji Augustus 2017, Savusavu boemboem

We zijn na een reis van 3,5 dagen goed en wel aangekomen in Savusavu op het tweede grootste eiland van Fiji, Vanua Levu. Tot nu toe telden de lengtegraden altijd op terwijl we west vaarden, maar onderweg hebben we de lengtegraad van 180 west doorkruist, waardoor we van 179° 59.999’W naar 179° 59.999’E vaarden. Vanaf nu tellen de graden terug af, naar 0°, zijnde Greenwich in England. Savusavu ligt bijvoorbeeld op 16° 54.882’S, 179 18.944’E, Gent ligt op 50° 59’N 3° 40’E.

We naderen Fiji, op de voorgrond zie je duidelijk de 180W lengtegraad, net onder het wateroppervlak

We hadden gehoord van een andere zeilboot dat hun navigatieprogramma tilt was geslagen bij het kruisen van 180°, en dat ze plotseling midden in het grootste eiland van Fiji, Viti Levu, aan het ‘varen’ waren. Ons nogthans bejaard Raymarine systeem (C120W van 2010) met kaarten van Navionics (V1.20, waarschijnlijk van rond 2014) was echter niet van slag te brengen. Wel heeft hij/zij(?) de onhebbelijke gewoonte om nu en dan eens zijn gps signaal te verliezen, waardoor we een minuut of twee niet meer weten waar we zijn op de wereld. Gelukkig houdt de autopiloot dan de laatste koers aan, zodat we niet plotseling van een ruime wind tot scherp aan de wind draaien. Of bij dagenlang continu gebruik zoals een oversteek durft het navigatieprogramma al eens te herstarten, meestal terug zonder veel erg en het houdt ons alert. Bij het schrijven valt me op dat we onze autopiloot, toch wel de belangrijkste derde man aan boord, nog geen naam gegeven hebben. Daarom vanaf nu, standvastige Stanny als piloot en Ray voor het navigatiesysteem.

Ray, voor een keer is hij juist als hij zegt dat we op het land varen. Hij zit er wel een paar honderd meter naast.
De bediening van standvastige Stanny rechtsboven, naast Ray. Daaronder twee displays die een variabel aantal gegevens kunnen tonen: windsnelheid/richting, diepte, tijd, …

Nu moeten we zeggen dat we binnen ook een C120W hebben (Bisray), maar we die meestal niet gebruiken. In plaats daarvan draaien we een programma op de pc, OpenCPN, dat ik eigenlijk beter vind. We kunnen er immers satellietfoto’s van Google Earth mee opladen, en die geografisch laten overeenkomen met de getekende kaarten. Dus kunnen we op moeilijke plaatsen, zoals bij een pas of een rif, heen en weer flippen tussen de satteliet foto en de kaart. De pc heeft een gps-puck, zodat we twee onafhankelijke systemen van navigatie hebben. Ook hebben we een ipad met een bluetooth GPS en daarop een Garmin kaartprogramma. We zorgen voor redundantie, door ook nog twee Iphones met gps te hebben, en een Garmin gps handtoestel dat in de ‘grab bag’ zit. Dus zolang het gps systeem niet uitvalt zullen we weten waar we ons op aarde bevinden! (oh, ik vergat de sextant) Terzijde, de grab bag is de sportzak die we meenemen in het reddingsvlot en altijd klaar staat. Daarin zit ondermeer een manuele watermaker, vuurpijlen, ehbo kist, energie repen, batterijen, vhf, mes, zaklamp, spiegeltje, zonnecreme, visgerief.

Onze zwarte grab bag in de achtergrond met ervoor/erop de inhoud.

Enfin, na al het bovenstaande kwamen we dus aan de maandagavond in Savusavu, Fiji. We meerden aan het Quarantaine-dock van de Copra Shed Marina aan met onze gele vlag in de mast. Dit wijst erop dat je nieuw in een land bent en nog niet langs de douane en immigratie bent gepasseerd. We werden verwelkomd door onze vrienden van North, die ons op een fles bubbels trakteerden.

We mogen nog niet van boord, maar we zijn toch al aan het feesten!

Alhoewel er schrikverhalen de ronde doen over de biocontroles in Fiji viel dit allemaal verschrikkelijk mee. We kregen 4 vrouwelijke officials op de boot, wat wel wat moeite kostte want het dek van Sanuk ligt zowat een meter boven het water oppervlak. Dus moesten de ladies via een rubberen stootkussen met gaten dat als laddertje dienst doet naar boven, al dat Melanesisch gewicht!
Na veel gegiechel, geduw en getrek – dit hadden ze nog nooit moeten doen – waren ze aan boord. Het bleken goedlachse dames, en er was geen enkel probleem met Sanuk, noch met zijn bemanning en dus kregen we na het invullen van een twintigtal documenten (en 160) de toelating om de gele vlag te strijken en de Fiji vlag te hijsen. Welcome to Fiji!
Savusavu is een 1-straat stadje. Vanaf het marinagebouw, een oude copra opslag plaats, kom je het busstation tegen, de markt en dan het ene winkeltje na het andere. Er is de ‘download’ winkel voor muziek en films, twee bakkerijen, drie banken met ATM, autoverhuur, tankstation, apotheker, souvenierwinkel, slager, kledingszaken, … Op het eerste gezicht verkopen de kruideniers allemaal hetzelfde, maar toch zijn er kleine verschillen die je pas na een paar bezoeken opvallen. Zoals je merkt was Savusavu voor ons was een grootstad!

het busstation
Savusavu op een zondag: hier wordt de heer zijn dag nog gerespecteerd
het ene winkeltje naast het andere

In de marina liggen een twintigtal zeilschepen, waaronder sommigen al een hele tijd. Het is immers verleidelijk om te blijven hangen in een plaats waar voor het eerst sinds Tahiti terug de meeste courante dingen te vinden zijn, aan schappelijke prijzen. Internet is hier zeer goedkoop (50Gb/20) en meestal snel, dus we besteden de eerste dagen met het whatsappen naar het thuisfront en het lezen van wat er ondertussen bijgekomen is op het web… De mensen op straat zijn ook anders: naast de Melanesiers lopen er minstens evenveel Indiers rond, naar hier gekomen onder Engels bewind om mee te helpen aan de copra en suikerriet oogst. En dus zijn er ook veel Indische restaurants waar je goedkoop curry kan eten. Het leven en vooral het eten is hier een pak goedkoper dan de voorbije maanden, dus gaan we geregeld op ‘restaurant’. Voor 6  krijgen we een curry van eend met rijst, naan-broodje, chutney en een sausje. Het vlees is altijd wel ongeveer de helft beentjes, dus je moet voorzichtig eten.
We hebben een auto voor een dag gehuurd en zijn naar de andere grootstad van het eiland getrokken: Lambasa (geschreven Labasa). Het is een twee uur durende rit over asfaltweg, die zich over de bergen slingert om aan de noordkant bij de zee uit te komen. Het is nog een stuk groter dan Savusavu, nog een stuk Indischer, nog een stuk grauwer. Er is terug een grote winkelstraat die eindigt aan het busstation en de markt.

overdekte markt in Lambasa

Er is eigenlijk niets te zien, behalve de vele tractoren die langsrijden, geladen met suikerriet. We hebben hen gevolgd tot aan de fabriek even buiten de stad en zagen de vele, vele vele vrachtwagens en tractoren staan wachten tot ze hun lading mochten lossen. Ik vroeg aan de fabriekspoort of we de installatie mochten bezoeken, en hoewel dat na wat overleg initieel mocht hebben ze dat ingetrokken toen ze zagen dat we sandalen droegen. De veiligheidsvoorschriften vereisen gesloten schoenen. De manager was oprecht teleurgesteld dat hij ons geen rondleiding in zijn fabriek kon geven, en vertelde over de moeilijkheden van Fiji’s suikerindustrie. Een subsidiering van de EEG met een vaste suikerprijs verloopt in drie maanden, en de wereldprijs van de suiker was in de loop van het veeljaren contract gezakt tot een derde van wat ze vandaag nog krijgen. Harde tijden in het verschiet, en er was zelfs sprake om de fabriek te sluiten, maar voor de vele boeren is het suikerriet hun enige inkomen. Dus gaan ze herstructuren, moderniseren en stroomlijnen. Hopelijk worden de wachttijden voor de vrachtwagens dan een stuk minder, want nu varieren ze van 10 uur tot 2 dagen!

Aanschuiven om hun lading in de suikerfabriek te mogen afgeven
De hoofdstraat in Lambasa

Ondertussen in Savusavu was er echter een incident dat onze reisplannen danig in de war stuurde!
We waren op 6 augustus in de namiddag vertrokken vanuit de marina naar het einde van de baai, zo een 8 km verder. Dit was het vertrekpunt om de volgende morgen een kleine zeiltocht te maken naar een nabij gelegen eiland, Taveuni. Maar we hadden ons huiswerk slecht gedaan: toen we de rust van de baai ruilden voor de open zee zagen we dat de wind en de golven het geen pretje zouden maken om de 25Nm af te leggen. Na een uurtje worstelen tegen de wind en de golven gaven we het op en besloten om terug te keren naar Savusavu. Dus zo kwam het dat we terug aan dezelfde mooring lagen die we de dag voordien hadden verlaten.
Terwijl Ilse en ik rustig in het salon aan het internetten waren, lag Sanuk zoals gewoonlijk met haar kont te draaien aan het meertouw. Catamarans liggen immers niet stil zoals een zeiljacht, en draaien nerveus altijd heen en weer. Niets speciaals, en ook de wind was in de beschutting van de marina niets om zich zorgen over te maken, een door de weekse 15 knopen.
Maar toch was dat genoeg om onze buur zijn meerketting te laten breken. Niet zijn touwen van de boot naar de boei, maar de verankering van de boei naar de grond. De 15 meter lange boot kwam zijdelings tegen onze Sanuk zijn twee boegen gedreven. Het duurde even voor Ilse en ik doorhadden waarom Sanuk plots een harde schok te verwerken kreeg. Maar dan schoten we in aktie: Ilse nam een stootkussen en hield dit op de plaatsen waar ze het meeste schade kon vermijden. Ik greep naar de misthoorn van gecompresseerde lucht en trok de aandacht van andere boten afgemeerd in de marina. Het was allemaal voorbij in 5 minuten, en de schade was beperkt. Met een 4-tal bootjes konden we de losgeslagen boot, Moon Dancer, terug aan een mooring leggen, en de schade nagaan. Bij hem viel het zeer goed mee, bij ons was er schade aan beide boegen zo een meter boven de waterlijn, en wat aan de stuurboord kant waar hij langs gegleden was.

Moon Dancer, die onze Sanuk molesteerde, wordt met een paar dinghy’s terug aan een mooring gelegd. De ronde tonboei hangt met zijn meertouwen nog vast aan de boot, maar niet aan de bodem…
Auwww, Sanuk heeft zijn boegen geschaafd. Wie zijn neus schendt, schendt zijn boot!
De meerboei …
… en zijn ketting, of wat daarvoor moest doorgaan.

Dus niets erg, maar de Copra Shed Marina, eigenaar van beide boeien, verwierp alle verantwoordelijkheid. Ook de eigenaar van Moon Dancer wilde niets met de zaak te maken hebben, hij had een derden verzekering met hoge vrijstelling en vond dat hem geen schuld trof. Daar kon ik inkomen, want het was duidelijk dat de ketting die onder water de indrukwekkende meerton op zijn plaats moest houden, totaal verroest en versleten was. Omdat het na een aantal dagen duidelijk werd dat niemand onze schade zou vergoeden, heb ik onze verzekering – Generali – aangesproken via onze makelaar in Marseille. Nou die lieten er geen gras over groeien! Ze stuurden een inspecteur vanuit Tahiti ter plaatse om het volgende weekend alle partijen te interviewen en een raming van de herstelkosten op te maken. Of we tot zolang zeker ter plaatse konden blijven. En zo kwam het dan dat we drie weken in Savusavu gebleven zijn, een week langer dan verwacht. De positieve kant van de zaak is dat ik eens mijn franse verzekeringstaal heb kunnen oefenen met de polis te lezen, en dat we eens te weten komen wat onze maatschappij waard is.

Ilse en ik besloten om de bus en de overzet te nemen naar het eilandje Taveuni, dat we in onze eerste poging gemist hadden. De ‘return of the Taveuni princess’ firma, richt een georganiseerde reis in: eerst een luxebus van Savusavu via de snelweg naar de haven van de baai van Nassau, dan een ferry naar de haven van Somosomo op Taveuni. Dat alles voor de prijs van 32 voor 2 personen, heen en terug. Ok, ok, de luxebus was een gewone bus met open ramen als ventilatie, de snelweg was een asfaltweg en veranderde halverwege in grave, en de ferry was een omgebouwd vissersbootje waar een extra dek was opgezet. Maar het was leuk zo tussen de Fijians te kunnen reizen, en het viel allemaal reuze mee. We kwamen aan in Taveuni de vrijdagmiddag om 11 uur, en hadden tot zondagmorgen 7 uur om het eiland te zien. Maar dat bleek voldoende, want met de hulp van een gecharterde taxi hebben we de hoogtepunten van het eiland gezien: een mooie strandwandeling vertrekkende van Lavena die eindigde in een waterval, de drie watervallen wandeling in het reservaat van Bouma waar we de hoogste waterval voor uren helemaal alleen voor ons hadden, en verder nog de oudste kerk van Fiji (1892) en het 180 lengtegraden infopunt. Een mooie herinnering aan een mooi eiland!
Terug in Savusavu leerden we dat het vliegtuig van Tahiti naar Auckland van onze expert was geannuleerd, waardoor we een nieuwe afspraak hebben, ditmaal in de door ons gekozen locatie van Vuda Marina, waar ze de boot kunnen uit het water halen, en waar hij een drietal weken kan blijven liggen.
Afspraak op 28 augustus in Vuda Marina, op het grootste eiland van Fiji: Viti Levu. Volgende blog zal gaan over onze reis van Savusavu naar Viti Levu, via de Yasawa eilanden.

Tonga: Whales, Whales, Whales…

July 2017

Every year , from June to October, the humpback whales migrate from Antarctica to the warmer waters of the Pacific to have their calves and to mate. Tonga is one of the few places in the world where it is possible to swim or snorkel with whales. We did not want to miss this opportunity. Although the end of July is still early in the season, we really hoped to have this unique experience. We checked the weather and saw that monday July 24th would be a good day, not a lot of wind, calm seas and sun. We decided to go with Vava’u whale watch at Mounu resort together with our fellow cruisers from SY North (Milike and Nejat). We made reservations for dinner on sunday evening at the resort as I had read that the food was excellent there. And it was!

Mounu resort, really an idyllic place to relax and enjoy the water.

 

Ready to enjoy a great evening, underneath the cheekbones of a whale.
Having great fun with Melike from SY North.
Celebrating Amber’s (co-owner of Mounu resort) birthday with a fantastic meal. From left to right: Nejat (SY North), Melike(SY North), Kirsten (co-owner Mounu resort), Amber (birthday girl), Evelyne (great chef), Ilse and Stefan. Julia took the picture.
We had carpaccio of tuna, a red snapper with rice and a great sauce and for dessert there was a soursop pudding. Everything was very yummy.
From left to right : Evelyne, Melike, Stefan, Amber, Julia, Kirsten and Ilse..dancing was next.

It was hard to get up the next morning at 6.30AM, but the anticipation of swimming with whales made it easier. No whale watch company will guarantee that you will swim with whales as it really depends if they can find a whale that will let you come close. There are many companies “fighting” for a whale. We were lucky to be out there very early and till about 10am did not see another whale watching boat. After about 45min motoring we encountered a mother whale with a calf. Yeah!! Before we could jump in the water Kirsten and Amber had to evaluate if this whale was going to stick around and  let us swim with her and her calf. 45 minutes it was clear this would not be the case. This early in the season mothers are hesitant and nervous because their calfs are still little. For this reason it is better to do this end of August and early september when the calfs are already bigger and the mothers are more confident. A baby whale weighs about 1ton when it is born and is between 3 and 5m long. It drinks approximately 500 liters of mothermilk per day ! The milk consists of 60% fat so they can grow quickly ready to swim to Antartica in October.

Was this the most we would see of the mother?

Here are videos taken by Mileke and Stefan. We found a whale pod with 1 female and 5 males. They gradually got used to us, and the swimming experience was fantastic, judge for yourselves:

The kingdom of Tonga

We left Niue on friday July 14th (Bastille day) late in the afternoon to the tunes of great French music. We crossed the international date line and lost the 15th completely in a flash and arrived early monday morning the 17th in Neiafu, the Vavau group of Tonga.

We only cruised the Vava’u group of Tonga (60 islands) as we did not have time enough to go more south.

After a visit from the health inspector, customs and immigration officials at the dock and paying our duties we were cleared in and free to take a mooring in Neiafu harbour.

Neiafu harbour left, Nieafu town in the middle, mooring field on the right. Picture taken from Mt.Talau (130M)

The kingdom of Tonga is the oldest and last remaining Polynesian monarchy and the only Pacific nation never brought under foreign rule. It is the first country west of the International Dateline and they call themselves “the place where time begins”. They are a very Christian nation.

Utula’aina Point, with the Tongan Flag, a cross symbolizing Christianity (97% of the people are Christian), white colour is purity and the red colour symbolizes the sacrifice of the Blood of Christ.
Typical schooluniform of girsl and boys is conservative, no knees are shown. The boys wear a wrap around skirt (tupenu) and a woven mat (ta’ovala) of pandanus leaf around the waist.
Pandanus leaves drying in the sun before it is flattened to weave mats, hats, baskets etc.
Tongans carrying pandanus to be washed and soften in the sea before it is dried.
Weaving of a pandanus mat. Usually women will get together in a weaving house to make mats or other handicrafts.
We went to a Tongan feast in the village of Matamaka and visited the school. There were 2 classrooms. One for ages 5 to 8 and one for 9 to 12 years old. This picture was taken in the class of the older group.
Happy Tongan school kids.
Typical Tongan dance, totally different from the Polynesian hip dancing we saw in French Polynesia. In Tonga the arm and hand gestures were important. During the dancing money gifts are collected in the basket on the floor. In some places Tongan dollar bills will be stuck in the belt of the dancers. The skirt is made from tapa.

The next day we motorsailed to the Coral garden anchorage and snorkeled…

The Linckia laevigata. There were many of these blue seastars.
Soft coral. It comes in very many different colours and shapes.
Anemonefish trying to hide.
Soft coral.
It was almost like being in an underwater flowershop…Acropora sp hard coral
Feather stars, they are animals! They like to be in a spot where there is a lot of current since they feed on passing plankton.
A “heart shaped” coral, I think the Acropora hyacinthus, but I am not sure.
A beautiful spider shell hiding between the coral. We did not take it with us since it was occupied.
Sanuk and Flipper in another paradise like anchorage.

Coral with, I think, polyps on it. They look like eyes …
Swallow cave. We went inside with Flipper but found only a lot of graffiti.

Stay tuned for our next blog post where we talk about our incredible whale encounter !

Beveridge Reef, tussen Palmerston en Niue

Tussen Palmerston en Niue ligt Beveridge Reef: ongeveer een cirkel van 2 zeemijl (3,6 km) doormeter, vanbinnen 7 meter diep koraal met daarrond een brede zandbank van 2 a 3 meter diepte en daarna het rif met zijn brekende golven… Vanop volle zee zie je enkel het opspattend witte schuim van brekende golven die vanuit het niets opduiken, uitgezonderd aan de westkant een 200 meter strook waar de golven niet breken: de pas.
Onze GPS gaf aan dat we tegen 17:00 uur aan het zuiden van het rif zouden komen, en de zon ging onder om 18:20. Onze Navionics kaarten gaven het rif enkel aan als een ondiepe vlek zonder detail, hetzelfde voor OpenCPN (we hadden geen satellietfoto van het rif), maar we hadden wel een nauwkeurig verslag met tekening en gps coordinaten van ene zeker MrJohn VI.

Vanwege een wijde boog kwamen we aan de pas ongeveer bij zonsondergang, en hoewel er een driekwart maan stond was de zichtbaarheid slecht. In retrospectief hadden we moeten omkeren en doorvaren naar Niue – en nadien hebben we er ook een nieuwe regel van gemaakt: geen navigatie op nieuw terrein in de buurt van land na zonsondergang – en we vaarden dus enkel op gps een ons onbekend rif in. Ilse deed me beloven dat als er iets misging ik niet zou zeggen: het spijt me, ik kon er niets aan doen. Er stond weinig stroming, een 15 knopen wind met kleine deining, maar het bleef wel blind varen. Met drie knopen over de grond volgden we de koers van MrJohn, en eens binnen hebben we zo snel mogelijk het anker uitgegooid en gewacht op de zon van de volgende dag (zo ergens midden in de atol). Maar de weergoden waren niet met ons: zelden meegemaakt maar 360 graden rondom ons waren er grijze lage wolken waaruit af en toe een bui viel.

Toch was het water zo ontzettend helder dat we ons konden verleggen naar de zandbank aan de rand. We passeerden heel veel koraalkolommen en hoewel ze er benauwend hoog uitzagen in het heldere water bleven ze allemaal 2 tot 3 meter onder het oppervlak. Sanuk heeft 1m20 diepgang.
Op onze eenzame parkeerplek in de oceaan hebben we tijdens onze twee dagen ter plaatse toch eens een straaltje zon gehad zodat we spectaculaire foto’s hebben kunnen maken van deze heel speciale plek. Met Flipper zijn we naar de rif gevaren op zo een 300 meter, en hebben we massa’s vissen en mooi koraal gezien. Ondanks het slechte weer was het een van de beste snorkelingvaringen.

Maar het blijft toch wel een dubbele bedoening: heen en weer tussen Sanuk en het rif mag de motor van flipper niet uitvallen, want dan drijft de wind je weg, en met roeien kom je niet terug aan de boot. En er is ook geen andere boot in de wijde omgeving, enkel zee. Daarom dat Ilse toch wel opgelucht was toen we terug door de pas vaarden, op weg naar onze volgende bestemming op 150 zeemijl: Niue, een van de kleinste landjes van de wereld.

heel veel vis bij het rif
Ook deze nog niet eerder geziene soort rode zeeegel
Een blauwe papegaaivis
Deze bleekschijters (latijnse naam) zagen mij wel zitten

Niue, the Polynesian rock

We arrived in Niue thursday, july 6th early in the afternoon. From a distance at sea, it looks like a dark and foreboding place. Unlike other coral islands, Nieu rises up from the sea as a black massive rock, hence it’s nickname ‘Polynesian rock’.

the rock
Looking from ashore, Sanuk lies alone in the large bay, which is unprotected from westerly winds.

We took a mooring and radioed the Niue Yacht Club for customs and immigration. Stefan was picked up about an hour later at the dock and another hour later we were checked in.
We immediately went ashore although this involves some work. You cannot just leave your dinghy at the dock because of the waves pounding against the unprotected harbor wall. This could cause damage if you would leave it there for some time. So Niue has engineered a system where the dinghy is hoisted out of the water by a crane to which you can attach to your boat. The 8 days we were in Niue this worked great although on some days it took some acrobatics to get in and out of the boat because of the large waves.

We were immediately charmed by the island. We had dinner at an Indian restaurant, good food for a small price. The Indian had wanted to immigrate into New Zealand but ended up in Niue and liked it so much that they decided to stay.

The captain attaching Flipper’s single point harnass to the crane at Niue dock.
Flipper hoisted out of the water with the electric motor.
and safely deposited on the dinghy cart at the dock. You try to make sure that you did not forget anything on the boat because it takes a while “parking” the dinghy.

It took Captain Cook in 1774 three tries to get on land in Niue. He was not welcomed by the natives who all had painted faces and red teeth and he therefore called it “Savage island” which stuck for centuries until it reverted to Niue. He was able though to plant the flag and claim “Savage Island” for the Queen.
Niue (which means “behold the coconut”) is made up of limestone with cliffs rising up 30m from the sea. It is the largest raised coral island in the world. Niue was once ruled by kings but it became part of New Zealand in 1901. NZ is responsible for foreign affairs, defense and the necessary economic and administrative assistance. Just when we arrived the departure tax had gone up from 34NZD per person to 80NZD. This fee has to be paid by every person leaving Niue. Niueans are not happy with this increase imposed by NZ and fear that it will impact tourism. The future will tell.
Niue suffered a devastating blow in January 2004 by Cyclone Heta. Winds of up to 300km per hour damaged 90% of the buildings. The hospital was completely blown away… The population before Heta was about 2500 but declined to as low as 1100 and is now, 13 years later, 1900 souls. Niue tries hard to get its expatriates back, mostly from NZ and Australia.

Lots of abandoned houses after Cyclone Heta hit Niue hard in 2004.
well maintained roads

Niuean is the official language but most people also speak english, their second language. Besides fishing and agriculture, tourism is one of the main economic pillars of Niue. Niue is famous for its limestone caves and many chasms, crystal clear seawater (up to 50m visibility) and diving. We tried to do all ….

One of the first caves we visited was spectacular Avaiki Cave. This was the private bathing cave for the ancestor kings and site of the first canoe landing.
Looking down in the crystal clear water. The beautiful colours were really incredible.
People are not burried in a cemetary but along the road in a nice spot or in the gardens.
During the WE we walked around the island visiting the different chasms leading up to the sea.
We rented a car and visited most of the tourist attractions of Niue in 2  full days. A highlight was the walk in the Togo chasm ib the east side with its black coral pinnacles .
A canyon leads to a small beach area with golden sand and coconut trees.
The typical coastline in Niue with the limestone cliffs.
the ladder that leads into the canyon near Togo Chasm

 

Anapala Chasm, 155 steps to a fresh water pool which was used by the local people to get their water
Palaha cave: looking from within the cave to the ever restless sea.
The Limu pools were great for a swim and snorkeling.
An Arceye hawkfish in the clear waters of the Limu pools.
Corals in the Limu pools. It is so great to just hang in the water and look at these underwater aquariums.
Beautiful colours in the limestone cave near the Talava arches.
A rock in the limestone cave, such beautiful colors…
The Talava arches.
Having fun with our fellow cruisers, Nijad and Milike from “North” (Turkish boat) in the anchorage of Alofi.
A whale in the anchorage at about 30M from the boat. We are a little early in the season to see a lot of the humpback whales who migrate from the cold waters of Antarctica to Niue and Tonga to have their babies and mate. The top of the season is during August and September when you see a lot of baby whales.
We hope to see more whales in the Kingdom of Tonga, our next stop…

After one full week in Niue the winds changed and made the anchorage very rolly. Time to leave for Tonga. We dropped our mooring Friday July 14 after checking out and paying our departure tax. We really enjoyed the friendly people of Niue and its beautiful caves and chasms.

The generous people of Palmerston

Before leaving Aitutaki we decided to participate in a lagoon cruise and yes the sun was out so we could admire the different shades of blue of the lagoon and it’s motus. We visited Akaiami motu, once a refueling stop on the famous Coral Route in the 1950’s-60’s for waterplanes on their route from New Zealand to Tahiti. We had a barbecue lunch on One Foot Island, awarded one of the leading beaches in Australasia region. We did some snorkeling but were disappointed after being spoiled in the Tuamotus. The lagoon cruise is definitely a must if you want to see all aspects of Aitutaki.

We booked one evening at a resort for a typical Cook dance performance.
I was amazed by the way they handled the fire.
Our daily visitor in Aitutaki, the reef heron.
The lagoon of Aitutaki on a sunny day.
cruising the Aitutaki lagoon on a beautiful day with all the shades of blue…
View of “one foot island” where we had a lunch barbecue.
I do not think it can get more paradise-like.
The snorkeling was not so great compared to what we have seen in the Tuamotus but I did manage to take a picture of the White barred triggerfish. You see them a lot in French Polynesia but they are very fast…
We could walk from the sand spit to One Foot island.
Last beautiful sunset in Aitutaki, time to leave for Palmerston.

June 25, Sunday , we checked the weather and the wind was good so it was time to leave for Palmerston. Bill’s wife (whom we met in the visitor centre) asked if we could take “something” for her family to Palmerston which we gladly accepted. This “something” turned out to be 16 cartons with bananas and papayas and 4 more bags with watermelons, a suitcase, and a bag of candy … a good thing we have a catamaran and lots of hull space! Two days and 236NM later we arrived at lunch time in Palmerston and took one of the moorings guided by Bob Marsters.

The streets in Palmerston with a view of the original house of William Marsters (next to the church), still standing after several cyclones
View of the beach of Palmerston. Every morning somebody will sweep and makes sure the fallen leaves and dirt is collected.

The history of Palmerston is unique. In 1862 William Marsters from Lancashire settled here with his 3 wives and 26 children. He divided the island and motus into sections for each of the 3 families with strict rules of intermarriage. Today 58 people are living on the island all connected somehow to William Marsters, except for some people employed by the Cooks Government (nurse and teachers). The island has no airport and the supply ship only comes when it is profitable to come by, so once every 2-3 months. Since 2015 they have 24hr electricity supplied by a solar power station sponsored by the Cooks government. Before that they only had a generator who supplied 6hrs electricity in the morning and 6hrs in the evening. There is internet and one TV channel since 2014, so life is changing….

The welcome was incredible. We were invited into Bill’s house for lunch and after saying a blessing we had rice, fish, lamb, corn and tarrot root. For dessert there was ice cream. Not only the first day but every day we were invited for lunch prepared by Bill because his wife was in Aitutaki with one of their daughters, Caroline. The other children, Juliana (16), Ngariki (14) and the youngest son (10) ate after returning from school around 2-3PM. Ngariki gave us a tour of the island, showed us the school (15 children between 6-18 years old), the infirmary with an enthousiastic nurse from Fiji, the wreck from the Riri and the old cemetary. There are no paved roads on Palmerston but the sand roads are raked clean on a daily basis. No cars but  at Bill’s house they had 2 motorcycles and we did see one quad…times are changing. There are no stores on Palmerston and thus everything has to be ordered from Rarotonga to come with the supply ship. Every house has serveral huge freezers to make sure they have enough food till the next ship arrives. Most of the families live from fishing. They sell their fish (mostly parrotfish) to hotels and cooperations in Rarotonga for about 15NZD a kilo. But they remarked that there is less and less fish to be caught…is this temporary or a trend? They are aware of the climate change and see more and more coral bleaching because of the warm water. The population of Palmerston is aging. A family with 9 children had just left the island a couple weeks before. Although Palmerston is for some a paradise I can fully understand that for others (especially youngsters) this is too limited and they move to NZ, Australia or Rarotonga in search of a “better” life. A lot of them do come back for visits or to grow old.

The little but well supplied “infirmary’ of Palmerston.
We are so happy we met with the teachers Josh (US) and Melissa (South Africa). Their contract ends in December in Palmerston. I hope they stay in contact and let us know where their next assignment will be.
The grave of the founder of Palmerston, William Marsters.
Picture of the primary school, from age 6 to 10.
Juliana, on her 16th birthday, playing the guitar at dance practice.
The happy girls from Palmerston.
Dance practice at the school.
Bill Marsters (left), next Juliana (16), Stefan and Bill’s son Ngariki (14).
A last picture before leaving with Bill and his family. His wife and one daughter were in Aitutaki.

The unconditional generosity and “do good” attitude of the Marsters (In Flemish we say “doe wel en zie niet om”) is so remarkable that this short stop of 4 days will be fondly remembered.

 

Aitutaki, The Cook Islands

On Tuesday June 13, we decided to leave Bora Bora and make our way to Maupiti as a possible stop on our way to Aitutaki. Only when we got there around 4PM the swell from the south was about 2M and breaking waves across the pass made it, in our opinion, too dangerous to enter. Once entered we also were not sure how easy it would be to leave Maupiti again and we wanted to get to the Cooks. So we continued sailing… The sea became very rollly during the night and with waves of about 3M, winds of 15KTS I was getting sea sick. My body was not used to this anymore. I had not taken anything because I was sure I would be able to do without. I guess not. After being really sick I decided to take one of the pills just before going for my 3HR sleep and sure enough I woke up feeling much better. I continued to take them every 12hours till we got to Aitutaki and felt fine. Hopefully I can get to Palmerston without one.

“waiting” for the wind to pick up in Bora Bora Kai Mai Marina with free wifi…
Enjoying the “waiting” in Bora with Happy Hour
Lunch at Bloody Mary in Bora. Another celebrity name they can add to their list!
The captain getting diesel, 310L at .78cents (tax free). Still 240EUR though.

We arrived after 4 days of sailing on Saturday morning around 8AM but had to “heave to” twice during our trip so we would not arrive in the dark at the pass. We were not sure if we should enter right away since we knew it was low tide and the water was leaving the lagoon at a rapid pace. The Captain did not want to wait another couple hours so I went upfront ready to drop the anchor in case it was needed and we pushed Sanuk against the current of 5KTS into the lagoon. Our depth meter said “0”, a good thing Stefan did not mention this while going in or I would have flipped! We are now anchored  in the little harbour of Arutanga in a depth of 2M and tied to 2 palm trees. We have been here a week and no other yacht has arrived here. This is definitely not an easy pass to navigate through.

Sanuk anchored in 2M deep water in the little harbour of Arutanga, the main village on Aitutaki. About 2000 people live on the island.

Aitutaki is an “exclusive” tourist spot mainly for Australians and New Zealanders looking for a winter break. In June 2010 the island was nominated “the world’s most beautiful island” by the founder of the Lonely Planet Guides. Unfortunately this week the weather has been grey and rainy till thursday. Not fun when you are only here for the week in an expensive hotel.
Most of the Cook Islands (15) were discovered by Captain Cook, hence the name but the first European to set foot in Aitutaki was Captain Bligh in 1789 with the Bounty, just a couple weeks before the mutiny. The Cook Islanders are polynesian and the main language is Cook Island Maori but they all speak english with a heavy NZ accent. The Cooks islands are independent since 1965 but affiliated with New Zealand for defense, foreign affairs and finances. Cook Islanders are NZ citizens.

Aerial view of Aitutaki. Picture from internet. We are on the far side in the middle
We hiked to the highest point on the island, 124M, Maunga Pu, to enjoy the beautiful view on the lagoon.
There are about 15motus in the lagoon. Kite surfing is very popular on the island.
We visited the Aitutaki Marine research centre, they protect the colourful clams from the lagoon.They are eaten by humans, some fish and turtles.
The Cook islands Christian church is the oldest one in the Cook Islands and was built in 1828.
No dogs allowed on the islands but pigs everywhere.
No cemetary on the island but graves along the road and in the gardens.
Enjoying a very good evening dinner at Cafe Tipuna with our feet in the sand. We got there by bicycle after being lost for 15min in the complete dark. No streetlights or moon…
View from the pass with Sanuk on the right and the first Cook islands Christian Church on the left.

While the weather was not so great we enjoyed walking and bicycling around the island. We even had to wear a sweater during the evenings. Yesterday we took out Fiipper to tour the lagoon but the wind and cold water (only 22 degrees) made us turn around. Tomorrow we have booked a lagoon cruise with a barbecue on “One Foot Island”. It looks like it will be a sunny day.
We have checked out today (Friday) since there are no custom officials working during the WE. We paid 220NZD (about 140USD) departure tax and anchorage fee of 5NZD per day included. In French Polynesia, part of the EU, we did not pay anything…

Juni 2017 Aitutaki, eerste Cooks Eiland

We vertrokken vanuit Bora Bora na een viertal dagen wachten op goed weer (lees: genoeg wind) om te vertrekken naar de Cooks Eilanden. Ilse had Aitutaki en Palmerston uitgekozen als twee aanlegplaatsen.
We vertrokken rond de middag, in de hoop om tegen de avond – voor zonsondergang – in Maupiti te zijn, waar we konden overnachten. Onze timing was goed, maar helaas maakten de golven het onmogelijk om in de pas van Maupiti binnen te lopen: de golven braken over de hele breedte van de pas. Op zee hadden we niet zoveel last van de golven, ze waren welliswaar 3 meter hoog, maar met een zeer lange golflengte, zodat je ze eigenlijk niet goed gewaar werd. Maar waar ze land ontmoetten wordt pas duidelijk hoeveel energie er in schuilt.

Ingang tot de pas in Moupiti, gezien vanop zee. Normaal is er een plaats waar de golven niet breken

Dan maar doorgevaren, we hadden immers reeds Maupiti bezocht met Katie en Karel in het najaar van 2016. Vooral ons snorkelen met de mantaroggen was toen een hoogtepunt. Ik had gehoopt dit nu te kunnen herhalen, of zelfs te kunnen duiken met de roggen, maar het zat er niet in.

Vorig jaar in Maupiti: 6 reuze roggen die aan het ‘cleaning station’ kwamen aanschuiven om hun kieuwen te laten kuisen door de kleine visjes

We hebben vier dagen erover gedaan om de 600 mijl van Bora Bora naar Aitutaki af te leggen. Het weer was niet echt goed: continue bewolkt, redelijk veel regen maar gelukkig geen onweersvlagen. De combinatie van golven en bootbeweging zorgden ervoor dat zowel Ilse als ik last hadden van zeeziekte. We hebben ons dan ook een aantal uur geparkeerd op zee en samen een dutje gedaan, na eerst het licht van het voordek aangestoken te hebben zodat ons zeil van ver te zien was in de donkere nacht. Na dit en ook na het nemen van een anti zeeziekte pilletje gemaakt door Johan, voelden we ons allebei beter. De rest van de reis verliep voorspoedig en tegen 5 uur kwamen we aan bij Aitutaki.

Zicht vanop de boot naar het rif in de ankerplaats te Maupiti. 2 meter diep water, melkachtig maar vol met vis.

Deze pas is berucht in de stille oceaan: hij is heel smal, ondiep en lang. Enkel schepen met een diepgang tot maximum 2 meter (bij hoogtij) kunnen binnenvaren. Het getijverschil is hier tussen de 30 en 60 cm, naargelang de app die je raadpleegt. Sanuk ligt 1m20 diep, dus dat moest lukken. Het was echter laagij, het moment waarop de hele lagoon leegloopt langs de pas, en dus voor flink wat stroming zorgt. We hebben eens dicht voorbij de ingang van de pas gevaren om er zeker van te zijn dat er geen brekende golven waren, en zagen dat het er relatief rustig uitzag. Rond 8:00 zijn we dan binnen gevaren. Er stond ongeveer 5 knopen tegenstroom, dus we konden ons niet permiteren dat in de smalle pas (17 meter voor een boot van 7 meter breed) een van de twee motoren zou uitvallen wegens oververhitting. Ilse stond op de boeg om de donkerste en dus diepste plaatsen aan te duiden, haar hand op de bediening van de ankerlier om bij een kalamiteit snel het anker te laten vallen. Dat bleek echter niet nodig want we geraakten zonder kleerscheuren tot in de zwaaikom naast de haven. We smeten ons anker in 2 m diep water en spanden een touw van onze achtersteven naar een kokospalm, zodat we niet zouden ronddraaien want daarvoor was er geen plaats. Er hebben blijkbaar al ooit eens 3 boten tegelijk gelegen, maar ik vond het al best krap met alleen Sanuk.

Niet dat we ons hebben moeten zorgen maken: de 10 dagen dat we in Aitutaki waren zijn er geen nieuwe boten toegekomen. Buiten de pas, op zee lag het franse jacht Inspiration met Guillaume aan boord (zij hebben 2 m diepgang en moeten dus op zee blijven), en in de laguna naast de haven lag Cactus Island van een Australisch koppel (diepgang 45cm!) maar daar hebben we niet echt contact mee gehad.
Aitutaki dat is:
– 2000 polynesiers op een groen eiland van ongeveer 20km^2. Hoogste punt is 124 meter.
– geen enkele hond (bij wet), wat katten, varkens en geiten, en ontelbare kippen
– 10 kerken, maar geen kerkhof. De graven staan bij de mensen in de tuin of langs de kant van de weg.
– honderden fundamenten van wat eens een huis was, maar weggeblazen door de orkaan van 2010
– links rijden want hoewel onafhankelijk toch gealigneerd met Nieuw-Zeeland sinds 1965.
– wat BoraBora is voor de Europeanen, is Aitutaki voor de Nieuw-Zeelanders en Australiers: exotische resorts, prachtige natuur en heel exclusief $$$$

We kwamen de zaterdag toe, maar konden pas de maandag inchecken. In theorie moet je de hele tijd op de boot blijven en wachten tot ze tot bij ons komen, maar omdat we wisten dat het er hier nogal relax aan toeging hebben we de zondag toch een klein wandelingetje gemaakt. De maandag kwam de hygiene agent aan boord, we vulden wat papieren in, hij spoot verdelger in elke cabine en na het betalen van 16 euro konden we de gele vlag laten vieren en de Cooks eilanden vlag hijsen. Daarna bezochten we immigratie en douane. Pas bij het vertekken zal het hier duur worden: zo een 133 EUR als vertrekpremie (2 personen, 10 dagen).
Ondertussen zijn we donderdag en hebben we het hele eiland reeds afgestapt of gefietst. Het is een heel mooi eiland: nog heel veel ongerept groen, verzorgde wegen en de bewoonde delen hebben allemaal keurig onderhouden grasperken. De huizen zelf mogen er nogal rommelig uitzien, of enkel een restand van wat ooit een huis was, het gras is pico bello afgereden. Toch geeft het geheel een verzorgde indruk.

Leuke wandelpaden op het eiland
Bezoek aan een clam kwekerij: deze zeer kleurige beestjes worden sneller door de bevolking opgegeten dan dat ze kunnen gekweekt worden

Enkele dingen die ik opmerkte:
De maandag kwam er een vrachtschip aan met containers. Omdat het echter niet in de pas kan, en ook niet kan ankeren want te diep, blijft het dag en nacht traag rondvaren voor de pas. Ondertussen is er een platbodem schuit die heen en weer pendelt tussen de haven en de vrachtboot. Ze hebben er twee dagen over gedaan om zo een stuk of 40 containers te lossen…

Het vrachtschip ligt buiten de pas rondjes te draaien. Te diep om te ankeren

Het kost blijkbaar meer om een lege container terug mee te geven dan hem te houden: elk huis heeft minstens 1 container in de tuin staan, en er zijn huizen die gemaakt zijn van lege containers…

De platbodem navette van en naar het schip, 2 containers per keer

Het aanbod in de winkels is beperkt, en duur. Van europese goederen is geen sprake meer, en we herkennen de merken van Nieuw-Zeeland terug. De geldbriefjes zijn de NZ dollar, maar het kleingeld is eigen aan de Cooks Eilanden. Ze hebben hier een driehoekige munt van 2 NZD, maar er is dan ook geen enkele automaat op het eiland)
De mensen zijn heel vriendelijk, maar toch ook wat afstandelijk. Ik schat dat er zo een 1000 tal toeristen rondlopen op het eiland, blijkbaar zitten alle hotels hier goed vol.
Het is koud naar onze normen: het kwik daalt naar 23 a 28 graden, en het water is maar 22 graden niet meer! Soms lopen we rond op de boot met een lange broek aan, dat is al lang geleden. Ik heb al heimwee naar de 30 (lucht) en 26 graden (zee) van FP!
Het wordt nu een uur later donker (19:00) en klaar (7:00). We zitten nog in dezelfde uurzone, maar zijn alweer 10 graden opgeschoven naar het westen. We zitten nu op 19 graden zuid, 160 graden west.

Vanwege het wat tegenvallende weer, namelijk bewolkt en regenachtig, hebben we al wat tv-reeksen gekeken. Het vierde seizoen van ‘The Americans’ ging erdoor, en nu zien we begonnen aan The expanse. Gelukkig is het weer vandaag gekeerd. Het was zonnig en we hebben een tochtje gemaakt met Flipper op de lagoon, maar de zichtbaarheid in het water is heel slecht in de lagoon, zo een meter maar. Waarschijnlijk door de slijkerige bodem. Buiten aan de pas is het blijkbaar 100 meter, maar we gaan wachten tot in Niue om te gaan duiken.

En dat doet me meteen terugdenken aan ons vertek uit Raiatea naar BoraBora in FP: na 3 dagen gedraaid te hebben rond ons anker, had ik de avond voor ons vertrek al het vermoeden dat onze ketting wel heel kort geworden was. Waarschijnlijk rond een koraalhoofd gedraaid en dus ingekort. Inderdaad, de volgende morgen kreeg Ilse de ketting geen drie meter omhoog: muurvast. Het donkere water gaf ons geen kans om iets te weten te komen. Ik probeerde langs links te varen, langs rechts te varen, maar geen verschil, het losse eind ketting werd niet langer. Het moment om ons duikcertficaat en de duikuitrusting aan boord te laten renderen. Gelukkig had ik de duikfles in Tahiti nog laten vullen. Met enige terughoudendheid paste ik de niet gebruikte maar van excellente kwaliteit duikuitrusting aan: neopreen broekpak, veel te grote vest met BCD, duikbril, zwemvliezen, 3 kg lood. Na 10 keer controleren van de fles, het mondstuk en de vest liet ik me in het water vallen. Al drijvend tot vooraan bij de ketting, en dan langzaam langs de ketting naar beneden. Bij een diepte indicatie van 12 meter zag ik plots de bodem, en het probleem: er stond zo een blok koraal van 2 meter hoog en 1 meter diameter los op de bodem, met onze ketting eronder. Ik had genoeg gezien. Langzaam terug naar boven, tot aan het oppervlak en tot aan Ilse die gespannen stond te wachten. Een half uur later terug aan het roer en deze keer met een simpel plan: hard achteruit. Het bleek een goede strategie want de ketting kwam van onder de blok en onze problemen waren opgelost. Tien minuten later waren we op weg naar Bora Bora. Toch leuk als je een boot koopt met alles erop en eraan.

Twee biefstukes van 150 gram, mevrouw? Komt eraan. Mag het wat meer zijn?

 

We zijn gisterenavond hiet in Aitutaki naar een dans voorstelling geweest, iets wat we ook op Tahiti hebben gedaan met Emma en Seba, en in Moorea met Katie en Karel. Een hotel geeft een buffet met lokale gerechten en daarna wordt er door de lokale dansgroep een voorstelling gegeven. Het was een groot half uurtje wandelen en het was reeds pikkedonker toen we daar om 19:00 uur toekwamen. Langs de asfaltweg hebben we nog een graf gezien waarop kerstlichtjes een altijd veranderende lichtschow gaven (maar geen muziek). De prijs viel reuze mee: 40 EUR per persoon, wat een fraktie was van de FP prijzen. Maar het buffet was dan ook niet zo imposant: het varkentje werd niet uit een kookput in de grond opgegraven, maar in een kookpot opgediend. Het was er niet minder lekker om. Ik onthou de lokale versie van zurkel (taro), de rauwe vis (poisson cru), het krokante varkensvel, de kokosijscreme en de bananencake. En de Nieuw-zeelandse cider, dat was ook alweer eventjes geleden. Na het eten begon het optreden, met voor mij het immer impressionante tamtam geroffel en opzwepende gezang. Op een zengend ritme oscilleerden de heupen van de meisjes (het bovenlichaan doodstil), stampten de benen van de jongens in het rond, en waren de gezangen niet uit de lucht. We kregen ook een vuurballet te zien: onstellend snel vlogen de vuurballen door de lucht, kundig net het lichaam missend. Zoiets moet kapitein Bligh (die van de Bounty) ook voorgeschoteld gekregen hebben toen hij het eiland in 1782 ontdekte. En ik denk dat menige matroos hetzelfde als ik zal gedacht hebben: hoe kom ik heelhuids voorbij die krijgers tot bij die meisjes…

Enfin, het is ondertussen terug ochtend, de passie heeft plaatsgemaakt voor ons dagelijks ochtendtafereel: aan de kant, 10 meter van onze ontbijttafel, zijn gewoontegetrouw de witte en de zwarte reiger op zoek naar een hapje om de eerste honger te stillen.

Partir c’est mourir un peu. Leaving French Polynesia for the Cook islands

June 6th, Raiatea in French Polynesia. We are at anchor just before the little town of Uturoa and are taking advantage of the reasonable internet to order parts for the boat and to update the blog.

If all goes well we will sail from Bora Bora to the Cook islands, then Niue,Tonga, Fiji, New Caledonia to arrive in Australia early november.

We will sail tomorrow to Bora Bora to check-out of French Polynesia and to wait for a good weather window, looks like the 11th will be a good day to leave.

We arrived in French Polynesia a year ago on june 8th, after a 22 day crossing from the Galapagos. We enjoyed the culture, the people and the way of life in French Polynesia. Their smiles, although life is not always easy here, the flowers in their hair, the music everywhere, we will surely miss it. But we feel it is time to go and discover other beautiful countries and islands. Mauruuru French Polynesia, I feel so fortunate to have been here with Sanuk.

Partir, c’est mourir un peu,
C’est mourir à ce qu’on aime :
On laisse un peu de soi-même
En toute heure et dans tout lieu. (Edmond Haraucourt)
Before going to Tahiti we made a stop at Rangiroa, the biggest atoll of the Tuamotus. Supermarket in Rangiroa with the tricycles. They are frequently used on all the atolls in the Tuamotus.
So happy we finally got our diving permit. We should have done it much sooner but now we will be able to dive in all the wonderful islands to come.
Church in Tiputa village on Rangiroa.
The cemetary in Tiputa with lots of flowers and frangipani trees. The Frangipani tree is said to be immortal, because flowers and leaves still grow even after being uprooted. That is why it is planted on all the cemeteries in French Polynesia.
The blue lagoon in Rangiroa. We stayed at anchor for one night but it was very rolly.
When we wanted to go snorkeling at the Blue Lagoon we were greeted by at least tens of black tip sharks. I did jump in the water but did not feel very comfortable with all those sharks around waiting to be fed.
The interior of the supermarket in Rangiroa. At the cash register a man with a crown of flowers. Mahu (men-women) are part of life in French Polynesia where, at one time, families with all boys would raise the 2nd boy as a girl.
Papeete Harbour seen from the Belvedere restaurant just after a rainy sunset.