We verlaten het slaperige Santa Marta, en trekken langs de kust van Colombia verder naar het zuiden. De tocht zou ons leiden langs Baranquilla (Puerto Velero), Isla Rosarios, Archipel San Bernardo, Sapzurro en Capurgana.
Dan steken we de grens met Panama over, en volgen we de eilandjes langs de kust (San Blas eilanden) tot we in Porvenir komen, daarna trekken we verder naar Colon in Panama. Daar zouden we terug betrouwbaar internet moeten hebben.
Je kan ons volgen via de menu bovenaan, “waar zijn ze nu?” en je kan ons sms’en of emailen via de richtlijnen in het menu bovenaan “hoe ons te bereiken”
(Niet dat jullie veel verschil zullen merken in het aantal berichten dat we posten, he? š Ā )
Van Belgie naar Miami via een stop in Orlando: in Orlando moet iedereen van boord, wordt de bagage uitgeladen en moet deze door de douane. Elke persoon moet door immigratie, dan zijn bagage terug afgeven, en dan terug door de TSA controle (schoenen uit, meneer) en op het vliegtuig. Bij het verlaten van het vliegtuig in Miami moesten we onze boarding pass en paspoort tonen vooraleer we van het vliegtuig mochten. Ooit was vliegen leuk…
Aloft hotel, maar bijna alle Amerikaanse hotels zijn gelijk: waarom heeft een tweepersoonskamer met een grote badkamer toch maar 1 lavabo?
Wat er allemaal in de valies zat vraag je? Ā Twee identieke waterpompen, een dieselpomp, 6l wijn, 3l bier, nieuwe sandalen (Mijn Teva’s zitten er ver door na 6 maanden), een crimptang, twee nieuwe Luci‘s (dit ter vervanging van onze vorige Luci die in CuraƧao verdronken is), een paar zware boot-zink anodes, en nog wat kleren gedoe. Ook een super bluetooth hoofdtelefoon voor geen geld van InatechĀ (zeer aanbevolen want doet alles wat ervan verwacht wordt)
In Baranquilla hebben ze een speciale taxi moeten laten aanrukken waar de doos in kon. En ik kreeg de doos enkel in de bus naar Santa Marta nadat ik hem 5 cm minder hoog had gemaakt… In Santa Marta is de doos met koord achterop de taxi koffer gebonden, de enige methode om hem mee te krijgen. Maar de doos is dus wel op onze Sanuk geraakt, met alles erin intakt.
Home sweet Home
Het eerste wat we gedaan hebben is de boot gekuist. Hij zag er potzwart uit. Deksels koolstof.
Het tweede wat ik gedaan heb was een bijna doorgeschuurd meertouw vervangen. Door de ruwe kikkers op de kade, waren twee van de drie strengen doorgeschuurd onder de constante stress van de wind. Ook een rubberen anti shock waarrond een meertouw zit was gewoon in meerdere stukken gebroken. Het moet serieus gewaaid hebben bij tante Marta.
Anders had onze Sanuk het best aardig gedaan, ondanks het laagje zwart stof op de zonnepanelen waren de batterijen mooi opgeladen gebleven.
Ik heb meteen een van projecten aangepakt die reeds lang op mijn lijstje stond, maar bij gebrek aan pomp niet kon worden uitgevoerd: de koelwater aanvoer van de generator laten werken via een electrische pomp die wordt aangedreven door dezelfde generator. Dit ter vervanging van de mechanische waterpomp van de generator, die een impeller-vreter bleek te zijn. (De tweede identieke pomp is een reserve). Zonder veel in detail te gaan wordt het koelwater nu zonder problemen hoog genoeg gepompt door een onverslijtbare magnetische impeller, terwijl de generator waterpomp nu draait zonder impeller erin.
Terzijde: in Colombia mag je wel niet met gesloten ogen op het voetpad rondlopen
Trip naar Bogota
Bogota is een reuzenstad: 8 miljoen inwoners op een totaal van 45 miljoen colombianen. De stad ligt op 2600 m hoogte, dus in het begin trapten we wel eens op onze adem. Er lopen veel zeer brede autostrades door de stad, op meerdere niveau’s. De stad zelf ontgoochelde toch enigzins: nogal grauw en krotterig, op enkele zeer mooie museums na. Wij zaten in een mooi hotel voor een zeer goedkope prijs (35EUR/nacht), en reden met het openbaar vervoer naar het centrum dat 6 km verwijderd lag. Na de eerste dag wat gesukkeld te hebben, omdat we geen kaart konden bemachtigen van het netwerk, zijn we er dan toch redelijk bedreven in geworden dank zij de off-line apps die ons de overstappen toonde.
De 2 keer 2 rijbanen voor de bus, rechts voor de auto’s In het midden de passagiers terminalIn een van de vele passagiers terminal op een zondagochtend om 6 uur.
De Transmilenio is zeer indrukwekkend. Er zijn steeds twee rijstroken gereserveerd voor bussen, en in het midden van de autostrade staan om de 500 meter verhoogde stations. De bussen stoppen zodanig dat de glazen schuifdeuren van de stations opengaan met de deuren van de bus. Terwijl de auto’s staan aan te schuiven op hun drie rijstroken, vliegen de talrijke bussen over hun prive autobahn van station naar station. Het veranderen of kruisen van richtingen gebeurt in de lucht, via speciaal aangelegde bruggen of rotondes. Tijdens het spitsuur zijn er zodanig veel bussen in roulatie dat de twee bus rijstroken soms ook vol staan. We hebben nooit meer dan 4 minuten op een bus moeten wachten, maar deze zaten soms echt wel propvol.
Als de bus er is gaan de schuifdeuren open
Het goudmuseum van Bogota was ons derde reeds, na dat van Santa Marta en Cartagena. De inhoud was terugĀ zeer indrukwekkend en betoverend mooi. Ook het museum van Botero stond hoog op ons verlanglijstje en stelde niet teleur. We voelen ons duidelijk slank bij het bekijken van zijn gewichtige taferelen.
Dikke Mona van Botero (links)
Ook de persoonlijke collectie van Botero hangt in het (gratis) museum en bestaat uit vele klasse werken, een aanrader.
We hebben nog een zij-uitstap gemaakt naar de kathedraal van het zout. Eigenlijk is het de kathedraal van het anti-zout, want ze is volledig uitgegraven in een oude zoutmijn. Zo een 200 meter onder de grond, beschermd tegen alle vijandige stralingen, kan je je volledig laten opgaan in vrome gedachten. Of, zoals wij, rondslenteren tussen de grillig getekende zoutwanden (die trouwens zo hard als graniet zijn), een 3D zoutfilmpje meepikken of een flets klank en lichtspel bijwonen. Het dorpje waar het omhulsel van de kathedraal staat heet Zipaquira en was best leuk. Met de lokale bus keerden we terug naar Bogota, want de volgende dag trokken we verder.
Ilse uitgeroepen tot beste wonder van ColombiaMisschien een idee om wat meer volk naar de kerk te krijgen?Grillig zoutplafondboven de grond is Zappi een sleepy town
Met de bus naar Pereira
Vroeg uit de veren om de bus te nemen naar Pereira, een van de 5 Colombiaanse koffiestreken. Ondanks de 330km korte afstand zullen we er toch 8,5 uur over doen vooraleer we bij ons volgende hotel staan, want het is een drukke bochtige weg met veel vrachtverkeer. Onderweg kregen we stukken van de nieuwe viaducten te zien die in de toekomst de gemiddelde snelheid moeten opkrikken, maar tot nu is het behelpen met een tweevaks baan. Bij klimmen of dalen is de maximum snelheid 30km/uur en dat is nodig ook, want de chauffeurs draaien er hun hand niet voor om om over een dubbele witte lijn in te halen, er af en toe een blinde bocht bijnemend. Dus moet je op elk moment kunnen stoppen. Dat laatste wordt bij haarspeldbochten ook aangegeven door kinderen, die tonenĀ wanneer een reeks vrachtwagens uit de tegengestelde richting op jouw rijvak de haarspeldbocht aansnijdt. (Dat houdt de auto’s achter de vrachtwagens niet tegenĀ om deze rechts in te halen in de haarspeldbocht). Dus best wel spannend zo een busrit.
Colombian red howler monkey
In Pereira hebben we een leuke dag beleefd: ‘s morgens een mtb tocht in het natuurpark van fauna en flora van de rivier Otun, en in de namiddag een bezoek aan een koffieplantage. In het park hoorden we eerst de Colombian red howler monkey, deze maken een soort geluid alsof er een wind door een nauwe stenen kloof giert, en bij het afdalen van de bosweg reden we ze haast overhoop, want ze staken de weg over van de rivier naar het bos. Aan de reaktie van onze gids te oordelen was ditĀ een niet alledaagse gebeurtenis, en hebben we ze nog een tijdje gadegeslagen toen ze in de boomkruinen aan het fourageren waren.
toasten met een koffieonze gastvrouw en -heer. Op de achtergrond de koffiebrander met bluetooth interface
In de namiddag hebben we het verhaal van de koffie geleerd, van boon aan de boom tot gedroogde perkamenten boon, van ontbolsterde kern tot een bruin of zwartgebrande boon die dan kan vermalen worden. Twee uiterst sympatieke plantagisten deden hun best om al mijn vragen te beantwoorden, en op het einde deden we kaffeeklatsch met brownies. Allemaal zeer interessant, en voor de kwissers onder jullie nog een tip: de Finnen drinken het meeste koffie van iedereen op de wereld, gemiddeld een 2,6-tal kopjes per dag. (Belgen drinken gemiddeld 1,3 kopjes per dag, daarmee de 9de plaats innemend)
Terzijde, de koffieboom ziet eruit als een klein mager boompje, met veel lange takken die grotendeels naakt zijn, op de rode bessen na. Dit deed me sterk denken aan onze hulst haag bij ons ex-huis in Destelbergen. Hopelijk ziet ze er nu al wat minder koffieboom achtig uit.
Finca Ilusion
Ons verblijf was een echte aanrader: tegen de bergwand aan, uitkijkend op de stad Pereira in de vallei, tussen de vogeltjes en met een zwembad.
Uitsmijter: waarom hebben Colombianen nooit wisselgeld?
We hebben gehoord dat er weinig te krijgen is in de san blas eilanden
Net een taxi terug genomen met onze boodschappen omĀ een paar maand voort te kunnen. Het was 6000 COP (2EUR), en ik gaf de chauffeur 20000 COP. Sorry, ik kan niet teruggeven zegt hij. Dus ik naar het marinawinkeltje vlug een cola kopen. Ai, ik kan niet teruggeven op 20000 zegt de bediende. Dus leent ze me een biljetje van 10000 COP, waarmee ik de taxi betaal, en nu schraapt ze al haar kleingeld bij elkaar en geeft me 6000COP terug op mijn briefje van 20000COP. Ik heb dit al verschillende malen meegemaakt, je hebt maar best gepast wisselgeld bij je in Colombia….
Na onze reis naar Belgiƫ via Baranquilla en Miami waren we blij om op 27 december terug op Belgische bodem te staan. Mijn papa, va, was reeds een aantal jaar in behandeling voor een bloedziekte, maar de laatste weken verslechterde zijn toestand snel. Het was dan ook voor iedereen een hartelijk weerzien, niet in het minst voor mijn ouders. Va zijn lichaam mocht hem dan wel in de steek laten, zijn geheugen en persoonlijkheid waren er niet in het minst door aangetast.
Het feit dat hij Ilse en ikzelf nog eens kon omhelzen en herinneringen ophalen lieten hem toe om met genoegen het laatste item van zijn bucket list te schrappen.
Het was dan ook zijn wens om het hierna ‘kort te houden’, en in samenspraak met de dokter en de thuiszorg werd besloten om hem voor pijn en afzien te behoeden door een lage maar continue dosis cocaine toe te dienen. (Neen, ik weet wal jullie denken, het was van Belgische makelij, geen import). Waar we de eerste dagen nog af en toe een leuk en soms emotioneel gesprek konden hebben, ging dit met het verlopen van de dagen geleidelijk over in het soms verward ontwaken uit verre dromen, tot op het einde een vredig slapen, omringd door de familie.
Tot zaterdag laatstleden, toen hij definitief vertrok op een volgende reis, hopelijk even mooi als deze welke hij hier op aarde mocht meemaken. 88 jaar op deze aardkloot, waarvan een dikke vijftig aan de zijde van moeke, en samen een gelukkig gezin met drie kinderen beleven, het is niet iedereen gegeven. Wat me bij zal blijven is hoe we als gezin en familie hem tot op het laatste bij ons hebben gehad, va in bed in de living, en wij erom heen, soms passief aanwezig bij alledaagse dingen, soms intens belevend als hij bij bewustzijn was en afscheid nam van bezoekende vrienden. Ik mag wensen dat het ons allemaal zo mag vergaan.
Dit neemt natuurlijk niet weg dat het gemis groot zal zijn, vooral bij moeke die hem dag en nacht met haar lieve zorgen omringde. Maar ik weetĀ dat zijn herinnering ons door de moeilijke momenten heen zal helpen.
vanwege de snel verslechterende gezondheidstoestand van mijn vader gaan Ilse en ik een onderbreking inlassen. We vliegen terug naar Belgiƫ op 26 december voor een paar weken. De boot blijft bij tante Marta op onze terugkeer wachten.
Dear readers,
because of the rapidly detoriating health of my father, Ilse and I are interrupting our trip. We are going back to Belgium on december 26th for a couple of weeks. The boat is patiently awaiting our return in the marina of Santa Martha.
Wij zijn net terug van een vierdaagse voettocht naar de verloren stad (La Chiudad perdida). Als voorbereiding hierop hadden we reeds een trektocht gemaakt in het Tayrona National Park, maar vermits dit gelijkaardig is aan deze trip verwijs ik naar het engelstalige verslag van Ilse. De trektocht is een begeleide reis van 47km waarbij je zelf je kleren, water en slaapgerief moet dragen, maar waar de organisatie zorgt voor eten en een bed met muskietennet. We maakten deel uit van een groep van 18 en twee gidsen. De leeftijd van de deelnemers schommelde van 19 jaar tot 35, met ons als uitschieters. Er waren twee bezielde gidsen mee, Miller die engels en spaans sprak, en Jhohan (enkels spaans)
Links vooraan Debbie, als je haar ziet in de bar van de Vooruit in Gent, doe haar de groetenEn de rest van de groep
In onze groep zaten 3 Canadezen, 2 Amerikanen, 3 Colombianen, een Nederlander, 3 duitse meisjes, 2 australiers, een Egyptenaar en drie Belgen. Behalve ons waren ze allemaal rugzaktoeristen. Dit was wel eens leuk om mee te maken. Ondanks hun jonge leeftijd hadden de meeste al veel landen bezocht. Tot ons genoegen bleek de groep heel homogeen en hadden we samen veel plezier tijdens onze dagen samen.
De tocht kan in 6, 5,of 4 dagen gedaan worden (prijs blijft hetzelfde nl 200US$ pp). Wij kozen voor de 4daagse, met de mogelijkheid om over te schakelen naar 5 dagen als dat ons beter uitkwam.
El Mameye, het eten staat op straat en moet nog op ezels geladen worden. (De beton veranderd na 200 m in zand,,,)
Eerst was er een 30 km tocht per 4×4 vanuit Santa Marta tot aan de zijweg van de grote baan, dan een lastige uurtje in de jeep over hobbelige zandweg naar het eigenlijke vertrekdorp, El Mameye.
De weg naar de verloren stad bestaat voor de eerste dag uit een wandelpad waaren je met twee naast elkaar kan wandelen, en waar nog brommers op konden rijden. Onze eerste nacht brachten we door in een kamp met een overdekte eetplaats en een overdekte slaapplaats met ongeveer 40 bedden, elk met een muskietennet, kussen en dekentje.
in elk kamp waren zo een 40 tal bedjes. In ons geval meer dan genoeg want s’avonds waren we met 35 in het kamp.
Gelukkig hadden wij een slaapzak binnensloop mee, en dat gaf wat extra comfort.
Hier was nog elektriciteit, maar voor de rest van de reis was dat niet meer zo. Het koken gebeurde door de kok op een houtvuur en het eten viel zeer goed mee: alle maaltijden waren zeer voedzaam (vis/kip/vlees, rijst, sla), en voor wie dit wou was er zelf een vegetarische versie beschikbaar. ‘s Avonds hadden we nog net tijd voor het donker werd (18:00 uur)Ā om te gaan zwemmen/wassen in de rivier. De maaltijden verliepen zowel s’morgens en ‘s avonds bij kaarslicht. Rond 8 uur kropen we in bed om de volgende morgen rond 5:30 op te staan, en omtrend 7:00 uur waren we weer op pad.
Een van de twee dorpen die naast het pad lagen, wat aanleiding gaf tot vele kodak (Agfa?) momententypische bivak
Een moeilijkheid van de tocht is dat het bijna onmogelijk is om kleren te laten drogen, s’nachts was het te vochtig, en overdag in de zon waren we bijna altijd onderweg. Alleen tijdens de lunchpauze kon je wat van de zon genieten. Bijna altijd was er s’middags een rivier dichtbij waar we ons konden in verkoelen. Dit was ook nodig, want op het einde van de tocht was er van de kleren aan ons lijf geen vezel meer droog.
De tweede dag bracht ons naar een bivak dicht bij het begin van de trap van 640 treden naar het verloren dorp, dat rond 500 na Jezus gebouwd werd en waar op het hoogtepunt een 6000 mensen leefden.
Zicht vanop het bovenste plateau naar lager gelegen delen van de stad
Tot de spanjaarden kwamen in 1500 en het dorp volledig opdolven, op zoek naar het goud begraven bij de urnen van de doden. Daardoor kwam het in vergetelheid tot het in 1980 terug ontdekt werd, en volledig werd gerestaureerd door de Colombiaanse overheid, minus de hutten die op elk plateau stonden.
De regering gebruikte dit project om de boeren over te schakelen van cocaineteelt naar toerisme en het blijkt te werken, de inkomsten van het park zijn genoeg om in de bescheiden behoeften van de indianen te voorzien.
De meeste van de indianen hebben we niet gezien, want ze zoeken geen contact met de toeristen. Toch passeerden we soms langs een dorp en dat gaf aanleiding tot leuke foto’s.
Dulce! Dulce!Eventjes vlug naar de bakker? Ik denk het niet.
Het pad was de tweede en derde dag zeer lastig, want het ging over zeer smalle steile paadjes waar alleen mensen en ezels doorkwamen. De derde dag, naar het dorp zelf via de trap was enkel voor mensen beklimbaar. We bleven een uur of drie in het dorp, of de ruĆÆnes die het dorp uitmaakten. Ooit woonden daar ongeveer 4000 indianen, en die moeten allemaal een geweldige fysiek gehad hebben, want alles was met trappen verbonden.
Ilse plateaut
De tweede helft van de derde dag en de vierde dag bestond erin om langs hetzelfde pad terug naar de vertrekplaats te wandelen.
Ook vonden ze het allemaal tof dat wij met een boot waren, dat was duidelijk iets nieuws voor hen. Ik moet zeggen dat de sfeer in de groep zeer goed was, en we allemaal met elkaar konden opschieten. Eigenlijk waren we allemaal gelijkgezind, want de meesten van hen waren eveneens op een trip van meerdere maanden onderweg.
Nu zijn we terug op de boot, en hij ziet er serieus zwart uit, van het koolstof van de haven.
Maar we zijn alweer aan het plannen want morgen vertekken we naar Cartagena voor een aantal dagen met de bus. Met de bus, want dit is gemakkelijker dan met de boot. Bij dat laatsteĀ komt immers nogal wat papierwerk kijken, en dat vermijden we door over de baan te reizen.
Uitsmijter
Het water na de wasbeurt van onze trekking kleren…
Even opmerken dat je kan volgen waar de boot ligt via de pagina bovenaan, Ā Waar zijn we nu /Where are we now?.
Technisch geeft dit om het uur weer waar de satelliet telefoon Iridium Go is. Ā Voorlopig (december 2015), en dit zal wel nog een tijdje zo blijven is dit bij tante Martha in Colombia.
Met deze blogpost wil ik nog een sfeerbeeld meegeven van wat een marina eigenlijk is. Hier liggen ongeveer een 20-tal cruisers, de rest zijn lokale boten (allemaal groot vermogen motorboten). Er zijn altijd wel de helft van de cruisers voor kortere of langere tijd afwezig, want in een marina ligt de boot veilig beschermd tegen weersomstandigheden en diefstal. Wij brengen onze avonden hier door met naar de zonsondergang te kijken, een drankje te drinken, een feuilletonnetje te bekijken of wat te nurfen. Er is ook een sanitaire blok waar we ons kunnen douchen of wassen met een washandje (ja zeker). Ook volgen we hier het nieuws van Belgie op de voet via WIFI tot op de boot. En soms pakken we de fietsjes en trekken we de stad in.
zicht vanop het einde van onze pier naar de stad en de rest van de marinaDe eigenaar van de marina zijn speeltje om mee naar cartagena te gaanzicht vanop onze boot over de marina naar het oude gedeelte van Santa Martavanop de boot, zicht op het nieuwe gedeelte van Santa MartaZicht vanop de boot over de kade. Rechts verlaat een schip de havenDe haven ligt aan de andere kant van de marinaschepen liggen voor anker, wachtend om de haven te mogen invaren
Uitsmijter
Twee boekjes achter de kiezen gestoken, en beide aanraders.
Vanaf de eeste zin meeslepend: “Lydia is dead. But they don’t know this yet.āVoor mij het beste boek van het jaar, maar hou de zakdoeken klaar. Lang geleden dat ik nog zo heb gesnotterd bij het lezen van een boek.
[Sorry voor de verwarring door het bericht vroegtijdig te publiceren, a slip of the finger]
Wow, het is ongeveer drie weken geleden dat ik iets van me heb laten horen, en het is hoog tijd om dit goed te maken.
Ons verblijf in CuraƧao is goed verlopen, zie het verslag van Ilse over wat we allemaal gedaan hebben, meestal zelfs per fiets. Voor mensen die na ons komen met fietsen, kan ik alvast deze tip meegeven: rij niet op de kant van de weg, maar neem ruim plaats in op de rijbaan. Op die manier kunnen de auto’s niet langs je heen zonder een inhaal maneuver te doen. Ik heb dit de laatste week geleerd nadat er nog eens een auto te dicht bij me was gepasseerd. Vreemd genoeg vinden ze het niet erg om achter je te blijven hangen tot ze voorbij kunnen steken.
We hebben wat onderdelen gekocht om een paar boot problemen op te lossen, en er wat nieuwe probleempjes bij gekregen. Ik denk dat we uit onwetendheid en gebrek aan ervaring wat ruw zijn omgegaan met onze batterijen, namelijk door ze te laag van spanning te laten komen (11.9V) Ā en daarna niet lang genoeg op te laden. Hierdoor kreeg het meetsysteem van de batterijen niet de kans om goed te weten wat de echte toestand was van de batterijen, en gebeurde het laden aan een te lage hoeveelheid ampĆØres (30A ipv 80A). Eerst dachten we dat onze generator de schuldige was, maar na wat discussie met Jacques van Panache kwam de ware toedracht aan het licht. De oplossing was simpel, de generator eens 6 uur laten doordraaien, en op termijn de batterijen eens heel lang op te laden. Dat laatste zijn we van plan om te doen als we in een marina liggen, waar er op de kant 220V stroom beschikbaar is. (zie verder)
We hebben ook nog een bizarre ontmoeting gehad met een koppel die een eigen catamaran aan het bouwen was. Na een cryptische vraag op het radionet: “we hebben eens nood om met inteligente mensen te praten, zien jullie dat zitten?” Ā zijn ze ons de zondagmorgen komen halen. Waar ik eerder een jong koppel had verwacht, bleken dit twee oudere Amerikanen te zijn, naar onze schatting hij (Steve) eind de zestig, en zij (Pat) midden de 70. De truck was versleten, maar vooral stofferig vuil door hun twee grote honden (Commodores). Na een ritje van ongeveer een half uur kwamen we aan bij een opslagterrein van een bouwfirma, waar in een hoekje ervan een monster van een catamaran (70 voet) in opbouw was. Het koppel bleek al heel wat watertjes doorzwommen te hebben vooraleer ze in CuraƧao waren beland. Ze hadden in Japan gewoond en in het binnenland van Venezuela en over zowat heel de wereld gecruised. Ik kreeg een heel uitgebreide rondleiding over de vooruitgang van de bouwwerken, maar eigenlijk was het duidelijk dat dit project gedoemd is om te mislukken. Het was triestig, maar hier waren twee mensen die al hun centen, tijd en energie staken in een groots project, dat waarschijnlijk niet zou afgeraken voor hun dood, en alleen in hun ogen veel geld waard is. De schelp van het schip was reeds grotendeels af, maar alles binnen moest nog geĆÆnstalleerd worden, van de technische onderdelen zoals motoren, energievoorziening en mast/zeil, tot het comfort gedeelte zoals keuken, badkamer, leefruimte. Enkel de honden bleken volledig aangepast, zij het dat ze volgens mij wat lopend water konden gebruiken want ze zagen er vuil uit. Zijzelf schatten de resterende duur op twee jaar, maar ik denk dat ze er een jaar of 5 naast zitten. Zouden die intelligente mensen waarnaar ze uitkijken hen dit moeten zeggen? Ikzelf had er het hart niet voor, want het was duidelijk dat hun hele leven in het teken van dit bootproject stond. Met een smoes hebben Ilse en ik ons terug naar huis laten voeren, na ze nog een fles rode wijn cadeau gedaan te hebben, iets waar Pat duidelijk mee in de zevende hemel was. Terug op onze boot, vonden we beiden dat het eigenlijk een in-trieste situatie. Als de gezondheid van een van beide zou haperen, stort hun hele wereld in, en ondertussen hebben ze geen leven, want alles wordt geoffered aan het altaar van de catamaran. Terzelfdertijd beseffen ze dit waarschijnlijk ook zelf wel, maar kunnen het niet toegeven aan de ander of zichzelf. Enfin, wij waren toch blj om op een afgewerkte catamaran te zitten, en ermee te kunnen rondreizen. Al hebben wij natuurlijk ook af en toe nood aan een intelligent luisterend/lezend publiek.
Na ons verblijf in de spaanse wateren van CuraƧao hebben we nog eens getankt (300l diesel, 35l benzine) vooraleer we vertrokken rond 14:00 uur naar Santa Marta, Colombia.
Eerst hebben we in de dichtbijgelegen Fuikbaai (CuraƧao) een nachtje geslapen om de volgende morgen rond 9 uur op weg te gaan, richting Aruba. We kwamen net voor donker aan in Aruba en hebben een nachtje illegaal in de meest oostelijke baai van het eiland gelegen (Rogers Bay), en waren we de volgende morgen om 07:00 reeds vertrokken richting Colombia.
Rogers bay, Aruba. Niet zo erg als het eruit zag. We lagen er alleen, bijĀ de schoorstenen.
Het is mogelijk om de trek naar Santa Marta vanaf Aruba in een keer te doen, maar wij verkozen voor twee tussenhaltes. Eentje in Cabo de la Vela, waar we een dag en een nacht lagen, en eentje in de Cinto baai, vlak om de hoek van Santa Marta. De reis verliep voorspoedig met een onkarakteristiek kalme zee en weinig wind, onder alweer een volle maan. Na 24 uur zeilen waren we rond 9:00 uur in Cabo De la Vela, Colombia, we lagen heel ver weg van de kant, in 5 meter water. Daar zijn we met flipper ons bootje bij felle tegenwind naar de kant gevaren, zo een Ā kilometer ver. Ā Nou ja, in twee keer, want de eerste keer zijn we na 250m zonder benzine gevallen. De benzinetank stond nog op Sanuk waar hij gevuld was net voor het vertrek… Roeispanen boven gehaald en gelukkig met de wind mee terug naar de boot. We hebben het wind- en kitesurf paradijs bezocht waar verder niets is behalve lege strandhutten die op de (Colombiaanse) decembertoeristen wachtten. Achter de kust ligt een dorre woestijn, waar het moeilijk is voor mensen om te overleven. Indrukwekkend qua natuur, maar we waren toch blij als we terug op onze Sanuk zaten en een lekkere maaltijd klaarmaakten.
Cabo de la vela. Ik sta voor de helft op straat… maar er is niet zoveel verkeer.Cabo de la vela, hoofd en enige straat
De volgende morgen zijn we terug vertrokken voor een volgende 24 uur etappe, en kwamen we aan bij Cabo Cinto net na een ongeloofelijke stortbui van een half uur. Het regenwater gutste uit de lazy jack (opvangzak voor het grootzeil). Had ik nu maar een watervangsysteem, dan waren onze twee watertanks van 300L elk zeker vol geweest op een paar minuten (Iets voor het lijstje). De baai was onwerelds mooi en rustig, en maakt deel uit van het Tayrona Nationaal Park. Na een zalige nacht zijn we eens naar de kant gezwommen en hebben een kleine wandeling gedaan langs een voorlopig verlaten ecolodge en een barbeque hut. Verderop aan de kant stonden twee strooien huizen waar een bootje voor lag, ik vermoed dat er daar een vissersfamilies woont. Later in Santa Marta hebben we vernomen dat het park gesloten was tot 1 december.
Bahia de Cinto, met in de achtergrond de ergen van de Siera Nevada van Santa Marta
In de namiddag vertrokken voor het laatste stukje van 25 nm, de kaap rond, tot in de jachthaven van Santa Marta. Het was grappig, Ilse dacht dat dit een slaperig stadje was, maar de flatgebouwen toonden haar het tegendeel. Het is een heel oude stad met ongeveer 500,000 inwoners, die zijn mooie en minder mooie periodes gekend heeft. We merken dat in de laatste 10 jaar er veel gerenoveerd en gerestaureerd is, met o.a. de aanleg van de nieuwe jachthaven. De prijzen in Colombia vallen heel goed mee, ik zou durven zeggen 1/3 tot 1/2 goedkoper dan in BelgiĆ«. Ook zijn de mensen super vriendelijk, en blij dat er gringo’s op bezoek komen. De cruisers zijn duidelijk in de minderheid als toeristen, want de meeste zijn Colombiaans, maar er zijn ook een aantal rugzag toeristen. De meeste van hen komen om de chiudad perdida te doen, een meerdaagse wandeling door ruw terrein. Ā We hebben besloten om hier te blijven tot na Kerstdag. Er is hier redelijk wat te bezoeken, en we zullen ons dan ook niet onbetuigd laten.
het vissersdorpje Santa Marta
Het enige nadeel van de marina is dat het niet ver van de haven afligt, en dat dit een grote doorvoer haven is voor steenkool. Elke andere dag ligt er een heel fijn laagje koolstof op de boot, niet echt zichtbaar tenzij je er eens door stapt met natte voeten. Er is geen beginnen aan, ook al hebben we nu stromend vers water van de kade. Ā Ik denk dat Santa Marta op termijn zal moeten kiezen voor toerisme, of voor een andere trafiek in de haven. Heel grappig in de marina is dat er ongeveer twee keer per dag een bootje doorvaart met Colombiaanse toeristen aan boord, die komen kijken naar de boten die er liggen. Als je dan even zwaait krijg je gegarandeerd een vrolijke en luide tegenreaktie.
Alles is hier te verkrijgen in de winkels, zeer vergelijkbaar met Europa. Dat is een leuk geschenk en vermits de werkkrachten hier goedkoop zijn zullen we ook een aantal verbeteringswerken laten uitvoeren terwijl we hier zijn. Een trui voor onze flipper werd besteld, een elektrische zoutwater pomp voor de generator zodat hij geen impeller meer nodig heeft want deze gaat te snel stuk, en wat klein canvas werk rond de boot. Misschien kunnen we hier ook de onderwater zink(en) laten vervangen (dit is een onderwater gemonteerd stuk zink dat de andere metalen onderwater delen van de boot beschermt tegen electrolyse)
We hebben hier nog niet veel gedaan behalve op ons gemak de stad op ons laten afkomen. We vinden dat we hier heel gemakkelijk met onze fietsjes overal kunnen geraken, en terwijl het verkeer druk is, hebben ze toch respect voor de fietsers. Wel hebben we het knagend gevoel dat sommige straten eenrichtingsverkeer zijn (toch zeker voor auto’s), alhoewel er geen verkeersbord staat en niemand hier iets op zegt, zelfs de politie niet. We beginnen te denken dat even en oneven straten slechts in 1 richting kunnen gereden worden.
We hebben gegeten van de wagentjes die je overal langs de straat tegen komt: 60 Eurocent voor een spiesje met kip of vlees, en eens 2 euro voor een bakje met friet, salade, lookworst en saus. Geen haute cuisine, maar wel maagvullend. Dit is wat de colombianen zelf eten als snack. Wil je beter, dan moet je het restaurant induiken, en wordt de prijs iets duurder, rond de 12 euro (voor 2personen), bier inbegrepen.
Het was grappig, Ilse en ik bestelden een vers vruchtensap. Ik nam de tweede keus (geen idee van wat de keuzes betekenden) en Ilse nam een verse limonade. We kregen elk een 1 liter plastieken maatbeker met een strootje in, gevuld tot de rand (kostprijs 1 euro). Wel heel lekker, het mijne bleek passievrucht te zijn, dus goed gegokt. Kijk ook maar eens naar de kerstversiering die overal volop in de stad hangt.
We hadden er elk zo eentje…Overal is er kerstversiering, nu nog wachten op de sneeuw
Er wordt hier ongeveer evenveel op straat verkocht als in de winkels. In een zeer drukke winkelstraat was er een winkel van sportschoenen, en op het voetpad ervoor een kraampje met.. sportschoenen.
taxi, de nummerplaat wordt herhaald op de deur
Er zijn hier waarschijnlijk meer taxi’s dan auto’s in de stad, zo van die piepkleine 3 cylinder Kia’tjes. We hebben ons laten zeggen dat een taxi 0,5 EUR kost om in de stad ergens naar toe te gaan. Het aantal taxi’s wordt enkel benaderd door het aantal busjes van de lokale lijn. Privaat uitgebaat maar allemaal rijden ze voor de moedermaatschappij, de deuren open en een bijrijder die eruit hangt en de bestemming afroept. De busjes zijn blijkbaar ook zeer goedkoop en rijden naar verdere bestemmingen. We zijn van plan er eentje te nemen als we de verdere buurt eens gaan verkennen.
We hebben reeds het museum van het goud bezocht, een vernieuw gebouw met een zeer recente tentoostelling van 2014. Zeker zijn inkom waard, want het was gratis. Binnen krijg je een kijk op de evolutie van de colombiaanse kunst (Pre Colombiaanse beeldjes en ambachtelijke sierraden), de veroveringen van de spanjaarden, de geschiedenis van de slaven en tenslotte de onafhankelijkheid van Spanje. Bolivar heeft in het museum nog gewoond, maar toen was het nog geen museum ( š ). Hier leerden we dat Simon Bolivar de grote held is van Columbia ( en wijde omstreken), hij was een Europees opgevoede Venezolaan die erin slaagde om Venezuela, Colombia, Peru, Ecuador en BoliviĆ« in 1821 van Spanje onafhankelijk te maken en als een groot rijk te regeren (1819-1830).
museum van het goud, Kilroy en Bolivar …De paradeplaats in het landhuis waar Bolivar vredig insliep
Hij leefde zowat overal, maar overleed in de Quinta de San Pedro Alejandrino in Santa Marta, Gran Colombia (jawel, het Santa Marta waar we zitten) aan TBC. Deze quinta (landelijke villa) is nu omgebouwd tot een drieledig geheel: ruines van een stookplaats voor rum, de villa waar hij overleed, en een museum van hedendaagse kunst van Colombia. Dit alles ligt in een groot arboretum. Best de moeite waard, en voor de Colombianen een soort van pelgrimstocht naar het ontstaan van hun natie. Eerst lag Bolivar begraven in de kathedraal van Santa Marta, maar na een aantal jaar heeft zijn geboortestad Caracas die eer opgeƫist en hem verhuisd.
De kathedraal van Santa Marta is een groot wit gebouw, maar niet echt spectaculair vanbinnen. We denken eraan om met kerstnacht eens te gaan kijken, want katholisisme is hier echt wel nog in, en er zou dan wel het een en ander te doen moeten zijn rond de kathedraal.
De kathedraal
Zoals je ziet, hier loopt alles op wieltjes, en ons dagelijkse leven gaat zijn gezapige gangetje. Morgen gaan we voor drie nachten in een ecolodge in het Tayrona Nationaal Park doorbrengen. Misschien zit er zelfs een wandeling in naar de baai waar we voor anker gelegen hebben, nu reeds 2 weken geleden!
BonaireĀ
Bonaire ligt alweer een aantal dagen achter de rug. Voor ons vertrek hebben we de zondag 8 november – Ilse’s verjaardag – nog naar een baai, Lacbaai, geweest die door de lokale bevolking in het weekend wordt bezocht. Het was een heel mooi kader van blauw water omringd door een mangrove en afgeboord met fijn wit zand. Er was ook nog een houten huisje dat eten verkocht, gefrituurde vis met rijst en/of maiskoek (of was het maispudding?). Het eten was lekker (behalve de mais-massa) en er was ambiance want er speelde een drieman band. We hebben wat niets gedaan en voor we het wisten was het terug tijd om op de fietsjes te kruipen. Zonnetentje opgeplooid, alles de aanhangwagen (Lucky) in, en hup Luc, Lucienne en wij terug weg, met rugwind ditmaal. Ik weet het niet meer zeker, maar ik denk dat we ‘s avonds nog naar een (paar) afleveringen van ‘Orange is the new Black’ serie hebben gekeken. (goed, maar niet schitterend). Of luisterden we naar het CuraƧaoaanse radiostation dol-fijn? Of zijn we naar Karel’s bar geweest om de vorige afleveringen van de blog in de ether te gooien? Het gaat ook allemaal zo snel en de dagen vloeien ineen als er niet iets speciaal gebeurt.
Ook hier de eerste sneeuw, of wacht het is schuim en 33°C
Klein CuraƧao
De maandag hebben we vlot uitgecheckt (0$), bij de marina nog bijbetaald voor twee nachten aan de mooringbal (20$) en dan onze korte trip naar kleine CuraƧao voorbereid op de plotter, door de route af te bakenen met waypoints, en dan te kijken of er geen obstakels op de reisweg liggen. We hadden ongeveer een kleine 30 NM voor de boeg, en de wind en de golven zagen er goed uit, niet te groot of te sterk.
Zicht vanop het strand over het breedste stuk van het eiland tot aan het wrak aan de andere kantZie ginds komt de stoomboot uit Spanje weer aan… niet dus.
Fuikbaai, CuraƧao
In de namiddag zijn we terug vertrokken voor een volgende tussenstop, Fuikbaai op CuraƧao. Ik denk dat we beethadden op de vislijn net voor we de zeilen gingen strijken, maar door het maneuver om in de wind te gaan liggen was de spanning van de vislijn en haalden we enkel nog lucht op. Jammer, in plaats van vis hebben we soep gegeten die avond. Nog iets over de ingang van Fuikbaai: het is steeds bizar dat je vanop zee zeer moeilijk de ingang van een baai of rivier kan zien. De verrekijkers ten spijt blijft de kust een hechte groene of grijze ondoordringbare muur, ook al geeft de gps aan dat er wel degelijk een twintig meter brede ingang is, met daarachter een groot meer. Het is pas als men ongeveer op 500 meter is dat er plots boeitjes in het water blijken te liggen, of dat er een richtingaanwijzer opduikt die de juiste invaar hoek aangeeft. Het blijft moeilijk om het beeld op het gps scherm te consolideren met wat jouw ogen je vertellen, het vergt een beetje blind vertrouwen in de technologie.
We verbleven dus een tweede nacht illegaal in CuraƧao, want we waren nog steeds niet ingechecked. Maar er kwamen geen waterflieken langs, en dus moesten we ook niet op zoek naar uitvluchten zoals oververmoeidheid. Om het legaal te doen, zouden we dus eerst naar de inklaar haven van CuraƧao (Willemsstad) moeten varen, inklaren, en dan terug varen naar klein CuraƧao en Fuikbaai. In Fuikbaai waren we de enigen die overnachten, maar er kwamen wel wat lokale bootjes tijdens de daguren langs.
Spaanse Waters, Curaçao
De volgende dag was de laatste korte etappe naar onze eindbestemming, Spaanse Waters. Dit is een grillig meer, samengesteld uit 5 takken, elk met rond om rond aanlegstijgertjes en/of villas, en in het midden geankerde zeilschepen. Zowat het meer van o’Douce in Eke, maal tien. En natuurlijk met een verbinding met de zee, in dit geval een smal kanaal uitgeschuurd in de rotsen. Tot op 200 meter afstand dacht Ilse dat we te pletter gingen varen op de rotsen, maar Ali Baba was er op tijd bij om de rotswand te openen.
Eens binnen was het wel even zoeken naar een plekje om te ankeren. Er zijn 4 ankergebieden waar je binnen mag liggen, en erbuiten varen kleine en minder kleine schepen (tot 25 meter) af en aan van hun ankerplaats naar de zee. We dachten een mooi plekje gevonden te hebben, en er gebeurde niks die dag. Na de obligate thee na het ankeren, en een uurtje op de boot alles in ogenschouw te nemen, vertrokken we voor een klein wandelingetje. Bij het terugkomen, toen het begon te schemeren kreeg ik in de mot dat onze omgeving aan het verschuiven was. Ook Ilse had gezien dat onze duitse buur reeds een tijdje verschillende malen aan dek was gekomen om ons gade te slaan. Helaas was het niet de omgeving die zich verplaatste, maar wijzelf. Ons anker, een Rocna 33kg, was aan het krabben gegaan. We hadden 40 meter ketting gestoken bij een diepte van 5 meter, maar dit bleek niet genoeg in combinatie met de bodem. Dus hebben we in het schemerdonker ons anker gelicht, nog een spelletje boksbootje gespeeld met een buur en een aantal stootwilgen, en tenslotte in volle duisternis ons herlegd, in het midden van de vaargeul. Ik had immers geen zin om in het donker te proberen zoeken waar er nog een plaatsje vrij was op de ankerplaats. Tot mijn genoegen waren er een viertal buren die met hun bootje ons bijstonden met goede raad en daad. We hebben die nacht niet te best geslapen, met elk uur een check op onze ankerwacht functie op de gps. De vissersbootjes waren die ochtend zo vriendelijk om rond ons te varen, en bij het ochtendgloren hebben we de motoren gestart en zijn op zoek gegaan naar een vaste stek. Die hebben we gevonden, niet te ver van waar we de dag tevoren lagen, maar beter beschut tegen de wind en de golven. Tot nu toe liggen we honkvast…
3 sleepboten willen naar zee, maar de Queen Emma pontoonbrug is nog gesloten
Willemstad, Curaçao
We lagen ondertussen nog altijd met ons geel Q-vlagje, en het werd tijd om legaal te worden. We hebben Luc(ience) van stal gehaald, en gefietst naar Willemsstad. Nergens staat er een wegwijzer met die naam, want iedereen gaat ofwel naar Punda of naar Otrobanda, de twee wijken aan weerskanten van een water dat naar de Sint Annabaai haven leidt. Enfin, om een lang verhaal kort te maken, we hebben een halve dag rondgereden om het kantoor van de douane en de immigratie te vinden, maar eens we het hadden ging alles heel vlot en goedkoop (0$) behalve de ankervergunning (10$). Alleen hadden we een beetje last met een dom blondje van de douane die er 40 minuten over gedaan heeft om een inklaar pagina in te vullen, ongeveer een minuut per veldje. Maar de cruisers zijn zo lief meneer, ze glimlachen altijd en zijn niet van hun stuk te brengen (want ze weten dat het dan nog langer kan duren). En apropos, het was een dom zwartje, maar ik wou niet racistisch klinken. (maar het was wel een mooi kind, dat maakte het wachten iets verdraaglijker).
De spuuglelijke Queen Juliana brug die over de toegang tot de haven ligt.
Dus vanaf de donderdagavond wapperde ons CuraƧaans vlagje fier in onze mast, nu horen we erbij. De vrijdagavond hebben we de Vlamingen en Nederlanders van de ankerplaats die ons geholpen hadden uitgenodigd voor een drink. We waren met 8ten, en het was een leuke bedoening, sommigen kenden elkaar reeds, maar de sfeer zat er goed in. Alleen was ik bedroefd dat ik geen Orvelo kon schenken, Dag.
Ilse, Jose (Wildeman), Walter en MarieLou (boot ?), Jaques en Annette (Panache) en Coen (Wildeman)