Fiji Augustus 2017, Savusavu boemboem

We zijn na een reis van 3,5 dagen goed en wel aangekomen in Savusavu op het tweede grootste eiland van Fiji, Vanua Levu. Tot nu toe telden de lengtegraden altijd op terwijl we west vaarden, maar onderweg hebben we de lengtegraad van 180 west doorkruist, waardoor we van 179° 59.999’W naar 179° 59.999’E vaarden. Vanaf nu tellen de graden terug af, naar 0°, zijnde Greenwich in England. Savusavu ligt bijvoorbeeld op 16° 54.882’S, 179 18.944’E, Gent ligt op 50° 59’N 3° 40’E.

We naderen Fiji, op de voorgrond zie je duidelijk de 180W lengtegraad, net onder het wateroppervlak

We hadden gehoord van een andere zeilboot dat hun navigatieprogramma tilt was geslagen bij het kruisen van 180°, en dat ze plotseling midden in het grootste eiland van Fiji, Viti Levu, aan het ‘varen’ waren. Ons nogthans bejaard Raymarine systeem (C120W van 2010) met kaarten van Navionics (V1.20, waarschijnlijk van rond 2014) was echter niet van slag te brengen. Wel heeft hij/zij(?) de onhebbelijke gewoonte om nu en dan eens zijn gps signaal te verliezen, waardoor we een minuut of twee niet meer weten waar we zijn op de wereld. Gelukkig houdt de autopiloot dan de laatste koers aan, zodat we niet plotseling van een ruime wind tot scherp aan de wind draaien. Of bij dagenlang continu gebruik zoals een oversteek durft het navigatieprogramma al eens te herstarten, meestal terug zonder veel erg en het houdt ons alert. Bij het schrijven valt me op dat we onze autopiloot, toch wel de belangrijkste derde man aan boord, nog geen naam gegeven hebben. Daarom vanaf nu, standvastige Stanny als piloot en Ray voor het navigatiesysteem.

Ray, voor een keer is hij juist als hij zegt dat we op het land varen. Hij zit er wel een paar honderd meter naast.
De bediening van standvastige Stanny rechtsboven, naast Ray. Daaronder twee displays die een variabel aantal gegevens kunnen tonen: windsnelheid/richting, diepte, tijd, …

Nu moeten we zeggen dat we binnen ook een C120W hebben (Bisray), maar we die meestal niet gebruiken. In plaats daarvan draaien we een programma op de pc, OpenCPN, dat ik eigenlijk beter vind. We kunnen er immers satellietfoto’s van Google Earth mee opladen, en die geografisch laten overeenkomen met de getekende kaarten. Dus kunnen we op moeilijke plaatsen, zoals bij een pas of een rif, heen en weer flippen tussen de satteliet foto en de kaart. De pc heeft een gps-puck, zodat we twee onafhankelijke systemen van navigatie hebben. Ook hebben we een ipad met een bluetooth GPS en daarop een Garmin kaartprogramma. We zorgen voor redundantie, door ook nog twee Iphones met gps te hebben, en een Garmin gps handtoestel dat in de ‘grab bag’ zit. Dus zolang het gps systeem niet uitvalt zullen we weten waar we ons op aarde bevinden! (oh, ik vergat de sextant) Terzijde, de grab bag is de sportzak die we meenemen in het reddingsvlot en altijd klaar staat. Daarin zit ondermeer een manuele watermaker, vuurpijlen, ehbo kist, energie repen, batterijen, vhf, mes, zaklamp, spiegeltje, zonnecreme, visgerief.

Onze zwarte grab bag in de achtergrond met ervoor/erop de inhoud.

Enfin, na al het bovenstaande kwamen we dus aan de maandagavond in Savusavu, Fiji. We meerden aan het Quarantaine-dock van de Copra Shed Marina aan met onze gele vlag in de mast. Dit wijst erop dat je nieuw in een land bent en nog niet langs de douane en immigratie bent gepasseerd. We werden verwelkomd door onze vrienden van North, die ons op een fles bubbels trakteerden.

We mogen nog niet van boord, maar we zijn toch al aan het feesten!

Alhoewel er schrikverhalen de ronde doen over de biocontroles in Fiji viel dit allemaal verschrikkelijk mee. We kregen 4 vrouwelijke officials op de boot, wat wel wat moeite kostte want het dek van Sanuk ligt zowat een meter boven het water oppervlak. Dus moesten de ladies via een rubberen stootkussen met gaten dat als laddertje dienst doet naar boven, al dat Melanesisch gewicht!
Na veel gegiechel, geduw en getrek – dit hadden ze nog nooit moeten doen – waren ze aan boord. Het bleken goedlachse dames, en er was geen enkel probleem met Sanuk, noch met zijn bemanning en dus kregen we na het invullen van een twintigtal documenten (en 160) de toelating om de gele vlag te strijken en de Fiji vlag te hijsen. Welcome to Fiji!
Savusavu is een 1-straat stadje. Vanaf het marinagebouw, een oude copra opslag plaats, kom je het busstation tegen, de markt en dan het ene winkeltje na het andere. Er is de ‘download’ winkel voor muziek en films, twee bakkerijen, drie banken met ATM, autoverhuur, tankstation, apotheker, souvenierwinkel, slager, kledingszaken, … Op het eerste gezicht verkopen de kruideniers allemaal hetzelfde, maar toch zijn er kleine verschillen die je pas na een paar bezoeken opvallen. Zoals je merkt was Savusavu voor ons was een grootstad!

het busstation
Savusavu op een zondag: hier wordt de heer zijn dag nog gerespecteerd
het ene winkeltje naast het andere

In de marina liggen een twintigtal zeilschepen, waaronder sommigen al een hele tijd. Het is immers verleidelijk om te blijven hangen in een plaats waar voor het eerst sinds Tahiti terug de meeste courante dingen te vinden zijn, aan schappelijke prijzen. Internet is hier zeer goedkoop (50Gb/20) en meestal snel, dus we besteden de eerste dagen met het whatsappen naar het thuisfront en het lezen van wat er ondertussen bijgekomen is op het web… De mensen op straat zijn ook anders: naast de Melanesiers lopen er minstens evenveel Indiers rond, naar hier gekomen onder Engels bewind om mee te helpen aan de copra en suikerriet oogst. En dus zijn er ook veel Indische restaurants waar je goedkoop curry kan eten. Het leven en vooral het eten is hier een pak goedkoper dan de voorbije maanden, dus gaan we geregeld op ‘restaurant’. Voor 6  krijgen we een curry van eend met rijst, naan-broodje, chutney en een sausje. Het vlees is altijd wel ongeveer de helft beentjes, dus je moet voorzichtig eten.
We hebben een auto voor een dag gehuurd en zijn naar de andere grootstad van het eiland getrokken: Lambasa (geschreven Labasa). Het is een twee uur durende rit over asfaltweg, die zich over de bergen slingert om aan de noordkant bij de zee uit te komen. Het is nog een stuk groter dan Savusavu, nog een stuk Indischer, nog een stuk grauwer. Er is terug een grote winkelstraat die eindigt aan het busstation en de markt.

overdekte markt in Lambasa

Er is eigenlijk niets te zien, behalve de vele tractoren die langsrijden, geladen met suikerriet. We hebben hen gevolgd tot aan de fabriek even buiten de stad en zagen de vele, vele vele vrachtwagens en tractoren staan wachten tot ze hun lading mochten lossen. Ik vroeg aan de fabriekspoort of we de installatie mochten bezoeken, en hoewel dat na wat overleg initieel mocht hebben ze dat ingetrokken toen ze zagen dat we sandalen droegen. De veiligheidsvoorschriften vereisen gesloten schoenen. De manager was oprecht teleurgesteld dat hij ons geen rondleiding in zijn fabriek kon geven, en vertelde over de moeilijkheden van Fiji’s suikerindustrie. Een subsidiering van de EEG met een vaste suikerprijs verloopt in drie maanden, en de wereldprijs van de suiker was in de loop van het veeljaren contract gezakt tot een derde van wat ze vandaag nog krijgen. Harde tijden in het verschiet, en er was zelfs sprake om de fabriek te sluiten, maar voor de vele boeren is het suikerriet hun enige inkomen. Dus gaan ze herstructuren, moderniseren en stroomlijnen. Hopelijk worden de wachttijden voor de vrachtwagens dan een stuk minder, want nu varieren ze van 10 uur tot 2 dagen!

Aanschuiven om hun lading in de suikerfabriek te mogen afgeven
De hoofdstraat in Lambasa

Ondertussen in Savusavu was er echter een incident dat onze reisplannen danig in de war stuurde!
We waren op 6 augustus in de namiddag vertrokken vanuit de marina naar het einde van de baai, zo een 8 km verder. Dit was het vertrekpunt om de volgende morgen een kleine zeiltocht te maken naar een nabij gelegen eiland, Taveuni. Maar we hadden ons huiswerk slecht gedaan: toen we de rust van de baai ruilden voor de open zee zagen we dat de wind en de golven het geen pretje zouden maken om de 25Nm af te leggen. Na een uurtje worstelen tegen de wind en de golven gaven we het op en besloten om terug te keren naar Savusavu. Dus zo kwam het dat we terug aan dezelfde mooring lagen die we de dag voordien hadden verlaten.
Terwijl Ilse en ik rustig in het salon aan het internetten waren, lag Sanuk zoals gewoonlijk met haar kont te draaien aan het meertouw. Catamarans liggen immers niet stil zoals een zeiljacht, en draaien nerveus altijd heen en weer. Niets speciaals, en ook de wind was in de beschutting van de marina niets om zich zorgen over te maken, een door de weekse 15 knopen.
Maar toch was dat genoeg om onze buur zijn meerketting te laten breken. Niet zijn touwen van de boot naar de boei, maar de verankering van de boei naar de grond. De 15 meter lange boot kwam zijdelings tegen onze Sanuk zijn twee boegen gedreven. Het duurde even voor Ilse en ik doorhadden waarom Sanuk plots een harde schok te verwerken kreeg. Maar dan schoten we in aktie: Ilse nam een stootkussen en hield dit op de plaatsen waar ze het meeste schade kon vermijden. Ik greep naar de misthoorn van gecompresseerde lucht en trok de aandacht van andere boten afgemeerd in de marina. Het was allemaal voorbij in 5 minuten, en de schade was beperkt. Met een 4-tal bootjes konden we de losgeslagen boot, Moon Dancer, terug aan een mooring leggen, en de schade nagaan. Bij hem viel het zeer goed mee, bij ons was er schade aan beide boegen zo een meter boven de waterlijn, en wat aan de stuurboord kant waar hij langs gegleden was.

Moon Dancer, die onze Sanuk molesteerde, wordt met een paar dinghy’s terug aan een mooring gelegd. De ronde tonboei hangt met zijn meertouwen nog vast aan de boot, maar niet aan de bodem…
Auwww, Sanuk heeft zijn boegen geschaafd. Wie zijn neus schendt, schendt zijn boot!
De meerboei …
… en zijn ketting, of wat daarvoor moest doorgaan.

Dus niets erg, maar de Copra Shed Marina, eigenaar van beide boeien, verwierp alle verantwoordelijkheid. Ook de eigenaar van Moon Dancer wilde niets met de zaak te maken hebben, hij had een derden verzekering met hoge vrijstelling en vond dat hem geen schuld trof. Daar kon ik inkomen, want het was duidelijk dat de ketting die onder water de indrukwekkende meerton op zijn plaats moest houden, totaal verroest en versleten was. Omdat het na een aantal dagen duidelijk werd dat niemand onze schade zou vergoeden, heb ik onze verzekering – Generali – aangesproken via onze makelaar in Marseille. Nou die lieten er geen gras over groeien! Ze stuurden een inspecteur vanuit Tahiti ter plaatse om het volgende weekend alle partijen te interviewen en een raming van de herstelkosten op te maken. Of we tot zolang zeker ter plaatse konden blijven. En zo kwam het dan dat we drie weken in Savusavu gebleven zijn, een week langer dan verwacht. De positieve kant van de zaak is dat ik eens mijn franse verzekeringstaal heb kunnen oefenen met de polis te lezen, en dat we eens te weten komen wat onze maatschappij waard is.

Ilse en ik besloten om de bus en de overzet te nemen naar het eilandje Taveuni, dat we in onze eerste poging gemist hadden. De ‘return of the Taveuni princess’ firma, richt een georganiseerde reis in: eerst een luxebus van Savusavu via de snelweg naar de haven van de baai van Nassau, dan een ferry naar de haven van Somosomo op Taveuni. Dat alles voor de prijs van 32 voor 2 personen, heen en terug. Ok, ok, de luxebus was een gewone bus met open ramen als ventilatie, de snelweg was een asfaltweg en veranderde halverwege in grave, en de ferry was een omgebouwd vissersbootje waar een extra dek was opgezet. Maar het was leuk zo tussen de Fijians te kunnen reizen, en het viel allemaal reuze mee. We kwamen aan in Taveuni de vrijdagmiddag om 11 uur, en hadden tot zondagmorgen 7 uur om het eiland te zien. Maar dat bleek voldoende, want met de hulp van een gecharterde taxi hebben we de hoogtepunten van het eiland gezien: een mooie strandwandeling vertrekkende van Lavena die eindigde in een waterval, de drie watervallen wandeling in het reservaat van Bouma waar we de hoogste waterval voor uren helemaal alleen voor ons hadden, en verder nog de oudste kerk van Fiji (1892) en het 180 lengtegraden infopunt. Een mooie herinnering aan een mooi eiland!
Terug in Savusavu leerden we dat het vliegtuig van Tahiti naar Auckland van onze expert was geannuleerd, waardoor we een nieuwe afspraak hebben, ditmaal in de door ons gekozen locatie van Vuda Marina, waar ze de boot kunnen uit het water halen, en waar hij een drietal weken kan blijven liggen.
Afspraak op 28 augustus in Vuda Marina, op het grootste eiland van Fiji: Viti Levu. Volgende blog zal gaan over onze reis van Savusavu naar Viti Levu, via de Yasawa eilanden.

26 oktober 2016 pan pan pan sanuk Bora Bora atol

Flashback Oktober 2016

Pan Pan Pan is een variant van de mayday call, waarbij er geen levens of materiaal direct bedreigd zijn, maar er toch sprake is van een noodtoestand. (Pan komt van het franse panne). Boten in de buurt zijn VERPLICHT om bijstand te verlenen indien ze dit kunnen doen.

Wat was er gebeurd? Bij het verlaten van Bora Bora door de pas had ik ogemerkt tegen Ilse dat het stuur weer stroef was en we er in Apataki zeker moesten naar kijken. Eens buiten de pas stond de autopiloot op en we waren vertrokken voor onze 2 daagse tocht naar Papeete. Niet voor lang echter, na 2 minuten gaf de autopiloot een alarm dat hij zichzelf uitschakelde. Ik probeerde manueel aan het stuur te draaien, maar dat bewoog niet, het zat muurvast.

Er stond een redelijke golfslag, maar we waren een halve mijl buiten de pas, dus er was niet direct reden tot paniek. Ik overliep in mijn hoofd de mogelijke oorzaken: ofwel het roer zelf, ofwel de roer-as, ofwel de aansturing, ofwel het wiel. Bij een catamaran zijn beide roeren verbonden met een vaste stang, zodat ze altijd gelijktijdig en evenveel bewegen.

Ik poogde te weten te komen wat het probleem was door even met het hoofd in het water te kijken naar de roeren (ze waren er nog!), achter het stuurwiel de kabels te inspecteren (ok), in de motorruimte de connectie tussen de roeren en de autopiloot motor na te gaan (zag er goed uit). Dus ik zag niet direct wat het probleem was. Omdat we net vertrokken waren om 11:00 uur voor onze 150 Nm tocht naar Tahiti die tussen de 22 en de 30 uur zou duren, zat er niets anders op dan terug te keren, maar daarvoor moest ik natuurlijk terug door de pas. Die is wel breed en relatief rustig, maar heeft wel met onverbiddelijke koraalwanden die polyester voor ontbijt, middag en avondmaal lusten.

Omdat de roeren op 30 graden stuurboord klem zaten, slaagde ik er niet in om alleen met de motoren te sturen. (Op een catamaran kan je met de roeren in neutrale stand bij lage snelheden sturen door aan stuurboord of bakboord meer gas te geven, of zelfs ter plaatse draaien door een kant in achteruit en de andere in voorruit te zetten) Het nazicht van de roeren, de verbindingsstang en het stuurwiel scheen allemaal in orde, voor zover dit na te gaan was op een zee met 1,5 m deining.

Na overleg tussen ons beide besloten we om bijstand te vragen, via het noodkanaal 16 van de marifoon. Ik riep de nooddiensten op, en kreeg onmiddellijk antwoord van JRCC Tahiti (centre de sauvetage et recherche en mer) Na overleg besloten we een pan pan pan af te kondigen.

Dus vroeg ik om bijstand van boten in de buurt om me naar binnen te slepen. De JRCC Tahiti antwoordde op mijn oproep op noodkanaal 16 en er werd een boot gevonden in Bora Bora om me terug naar binnen te slepen.

Onze redder van dienst bleek een lege toeristen boot te zijn, met twee zware 150pk motoren op een anders lichte boot. Vanwege de deining was het een hele klus om twee lijnen naar de toeristenboot te gooien, maar het is na een poging of drie gelukt. Als bij wonder raakten we elkaar in de woelige zee niet, en we vertrokken. Soms leek het wel of Sanuk met zijn/haar 15 ton het 5m lange bootje van links naar rechts sleurde, maar na een tijdje kregen we de truc te pakken: ik stuurde (onvrijwillig) naar links, de motoren beide op gelijke kracht en de sleepboot trok ons naar rechts.

Sleper van dienst
Soms leek het wel de Tiajaja Tiajaja, wij trokken onze sleper van links naar rechts

Toch knapte onder de grote krachten een aluminium touwgeleidingsstuk , maar met weinig nadelige gevolgen voor het slepen (wel voor de portemanee). Gelukkig bleef het hierbij.

(enige) slachtoffer van de hele affaire

Zo zijn we terug in de lagune geraakt, en daar hebben we de toeristenboot langszij gebonden om ons zo naar een meerboei te voeren. Een catamaran Liberty die ons de ganse tijd van nabij gevolgd was, heeft ons geholpen om de touwen rond de meerboei te leggen, en zo lagen we op 50 meter van waar we die ochtend 3 uur vroeger waren vertrokken. Voor we de kans hadden om onze sleper te bedanken was hij al vertrokken. Ik hoop dat hij  een vergoeding krijgt van de staat want hij had mooi werk geleverd. Radio kanaal 16, GRC tahiti nam ook afscheid, en dat was blijkbaar dat.

Hartelijk bedankt aan de catamaran Omoa en Liberty, en aan het grote zeil cruiseschip

Hartelijk dank aan Te Aroha Rah 2!

windspirit om te wachten met de lagune te verlaten tot de pas vrij was, en tenslotte aan onze helper TE AROHA RAH 2. En natuurlijk ook JRCC Tahiti die de hele actie gecoordineerd hebben, in perfect engels met vertaling naar frans voor de bijstandsboten.

Eens afgemeerd heb ik de oorzaak van de panne snel ontdekt: de stuurkabel van stuurboord was van zijn katrolschijf geraakt en zat klem tussen de katrol en de katrolophanging. Omdat de bakboord kabel in de markiezen was uitgevezeld en geknapt durfde ik daarna de nieuwe kabels niet erg aan te spannen, wat voor teveel speling op de kabel zorgde. Dit heb ik nu verholpen, en daarna was onze Sanuk terug bereid te luisteren naar de bevelen van het stuurwiel. De volgende ochtend zijn we dan vertrokken op een tweede poging. We zijn er goed geraakt en ondertussen zijn we al in Copra Shed Marina, SavuSavu in Fiji.

De stuurkabel zat geklemd tussen het katrolwiel en zijn houder

Naschrift augustus 2017: ik heb gewacht met deze blog te posten om geen onnodige onrust aan het thuisfront te veroorzaken. Achteraf bleek dat de aluminium touwhouders niet standaard Lagoon uitrusting zijn, maar werden toegevoegd door de eerste eigenaars. Deze zeer nuttige meertouw begeleiders zijn ondertussen vervangen door een roestvrij stalen versie. Moraal van een panpanpan: slechts in laatste instantie inroepen, want eens je geholpen wordt ben je afhankelijk van de manier waarop dit verloopt. Indien we de sleepboot hadden geraakt, dan hadden we waarschijnlijk een verzekeringsclaim aan onze broek. Eigenlijk had ik de oorzaak van dit euvel op zee moeten vinden, en zoals gezegd was de oplossing snel gevonden. (En in Apataki hebben we de oorzaak van de stroefheid gevonden en verholpen.)

Beveridge Reef, tussen Palmerston en Niue

Tussen Palmerston en Niue ligt Beveridge Reef: ongeveer een cirkel van 2 zeemijl (3,6 km) doormeter, vanbinnen 7 meter diep koraal met daarrond een brede zandbank van 2 a 3 meter diepte en daarna het rif met zijn brekende golven… Vanop volle zee zie je enkel het opspattend witte schuim van brekende golven die vanuit het niets opduiken, uitgezonderd aan de westkant een 200 meter strook waar de golven niet breken: de pas.
Onze GPS gaf aan dat we tegen 17:00 uur aan het zuiden van het rif zouden komen, en de zon ging onder om 18:20. Onze Navionics kaarten gaven het rif enkel aan als een ondiepe vlek zonder detail, hetzelfde voor OpenCPN (we hadden geen satellietfoto van het rif), maar we hadden wel een nauwkeurig verslag met tekening en gps coordinaten van ene zeker MrJohn VI.

Vanwege een wijde boog kwamen we aan de pas ongeveer bij zonsondergang, en hoewel er een driekwart maan stond was de zichtbaarheid slecht. In retrospectief hadden we moeten omkeren en doorvaren naar Niue – en nadien hebben we er ook een nieuwe regel van gemaakt: geen navigatie op nieuw terrein in de buurt van land na zonsondergang – en we vaarden dus enkel op gps een ons onbekend rif in. Ilse deed me beloven dat als er iets misging ik niet zou zeggen: het spijt me, ik kon er niets aan doen. Er stond weinig stroming, een 15 knopen wind met kleine deining, maar het bleef wel blind varen. Met drie knopen over de grond volgden we de koers van MrJohn, en eens binnen hebben we zo snel mogelijk het anker uitgegooid en gewacht op de zon van de volgende dag (zo ergens midden in de atol). Maar de weergoden waren niet met ons: zelden meegemaakt maar 360 graden rondom ons waren er grijze lage wolken waaruit af en toe een bui viel.

Toch was het water zo ontzettend helder dat we ons konden verleggen naar de zandbank aan de rand. We passeerden heel veel koraalkolommen en hoewel ze er benauwend hoog uitzagen in het heldere water bleven ze allemaal 2 tot 3 meter onder het oppervlak. Sanuk heeft 1m20 diepgang.
Op onze eenzame parkeerplek in de oceaan hebben we tijdens onze twee dagen ter plaatse toch eens een straaltje zon gehad zodat we spectaculaire foto’s hebben kunnen maken van deze heel speciale plek. Met Flipper zijn we naar de rif gevaren op zo een 300 meter, en hebben we massa’s vissen en mooi koraal gezien. Ondanks het slechte weer was het een van de beste snorkelingvaringen.

Maar het blijft toch wel een dubbele bedoening: heen en weer tussen Sanuk en het rif mag de motor van flipper niet uitvallen, want dan drijft de wind je weg, en met roeien kom je niet terug aan de boot. En er is ook geen andere boot in de wijde omgeving, enkel zee. Daarom dat Ilse toch wel opgelucht was toen we terug door de pas vaarden, op weg naar onze volgende bestemming op 150 zeemijl: Niue, een van de kleinste landjes van de wereld.

heel veel vis bij het rif
Ook deze nog niet eerder geziene soort rode zeeegel
Een blauwe papegaaivis
Deze bleekschijters (latijnse naam) zagen mij wel zitten

1 July 2017 Palmerston eiland

Palmerston bereikten we na exact 3 dagen varen. De tweede dag hadden we een kanjer van een MahiMahi mannetje aan de lijn, maar helaas wou hij wel even tot aan het trapje komen, maar niet verder. Hij schoot van de haak vooraleer ik de tijd had om de gaffe erin te slaan. Mijn strategie voor de volgende keer is bijgesteld: als een vis aan de trap is, schiet ik hem met mijn speerpistool door de kop, dan kan hij niet meer weg vanwege de weerhaak en is hij waarschijnlijk ook naar het vishiernamaals (in de visvolksmond den frigo). Ilse was er niet goed van, zo een schoon manneke, zeker 80 cm en 12 kilo, en toch liever naar de haaien dan bij haar!

Een dorado of mahi mahi of dolphin fish. Dichter dan dat is hij niet bij Sanuk gekomen

Enfin, we kwamen aan om 10 uur en we radiooten kanaal 16 : “This is sailing vessel Sanuk Sanuk Sanuk for Palmerston Yacht Club, Palmerston Yacht Club. Do you copy?”

We waren op zoek naar Bill, de eigenaar van de Palmerston Yacht Club want we hadden een vracht mee voor hem van zijn vrouw die we op Aitutaki waren tegen gekomen: 16 dozen met gerief, vooral bananen, papayas en watermeloen (denken we). Maar het was ene Bob die antwoordde dat hij ons ging opvangen en naar een meerboei begeleiden. Hij kwam een half uurtje later af met zijn bootje door de lagoon en de kleine pas naar ons, net buiten het koraalrif. Hij toonde ons aan welke boei we konden afmeren en ging daarna de douane halen.Ik gaf hem nog de boodschap mee dat we veel gerief hadden voor ‘deputy mayor Bill’. Nog een klein halfuurtje later kwam Bill zelf naar ons gevaren, met de Health Inspector, de Douane en de burgemeester. Omdat we reeds ingeklaard waren in de Cooks eilanden was het papierwerk snel geklaard en vertrok het gezelschap terug, samen met Bill en al de dozen. Eerst had hij ons nog meegegeven dat hij ons om terug 13:00 kwam halen voor de lunch.

Blij terug op vaste grond te staan

Op Palmerston word je de gast van een gastgezin. Bij ons was dit dus Bill, de eigenaar van de Yacht Club Palmerston.

De yachtclub van Palmerston, naast het huis van de familie Bill Marsters

Hij had een stevige lunch voor ons klaarstaan: rijst, lamskoteletten, saus, tarotwortel en als toetje ijscreme van mango. Hij vertelde honderduit en om 2 uur kwamen de kinderen van de school toe: twee jongens, 10 (?) en 14 Ngariki, en een meisje van 16 Juliana. Zij aten ook, en namen ons achteraf mee op een bezoek van het eiland.

klas volksdansen voor alle leerlingen van de school
Ilse bij de muren van het originele huis van Bill Marsters, gemaakt uit aangespoeld wrakhout
De hoofdstraat van Palmerston met het originele huis van stamvader Marsters

Er wonen 58 mensen, onderverdeeld in drie families. We waren snel rond op het eiland want het is ongeveer twee op een kilometer groot. Het is zeer verzorgd, met wegen in wit zand afgeboord met cocos boomstammen. Er staan zelfs lantaarnpalen met led lampen (ongetwijfeld het resultaat van een actie van een of andere NGO).

Een straat in Palmerston. Het had net stevig geregend, een welkome opvulling van de mensen hun regenwater voorraad.

Er zijn geen autos op het eiland, wel een quad en nogal wat brommertjes. Het laatste heeft meer met status dan met noodzaak te maken want je bent echt in geen tel te voet op je bestemming. Ook de afdeling van openbare werken heeft een indrukwekkend machinepark staan, van een bulldozer tot een graafkraan. Zag er allemaal nogal nieuw uit.

Een super sympatieke verpleegster ‘Mother’ voor haar wel uitgerust ‘hospitaal’

Dat brengt me meteen op een delicaat onderwerp, namelijk ontwikkelingssteun. Palmerston, en de Cook eilanden bij uitbreiding weten handig op de internationale hulpverlening in te spelen. Als er een project is dat in aanmerking komt voor steun, dan komt het erop aan om een voorstel in te dienen bij de juiste kanalen, en de kans is groot dat er een geldschieter gevonden wordt. Daar hebben we mooie voorbeelden van gezien, zoals de electriciteitscentrale met zonnepanelen park, de school, het hospitaaltje, de dienst openbare werken. Maar ook de bijna onvermijdelijke buitensporigheden zoals 4 leraren voor 15 leerlingen op school, de zeer royale voorraad gezondheidsmiddelen die gratis verdeeld worden, de gratis voedsel of kleren giften van de Cook administratie of vanuit Nieuw Zeeland, het feit dat niemand belastingen betaalt maar wel op een maandelijks pensioen van 400EUR kan rekenen… Zo zijn er nog wel meer voorbeelden maar dit doet niets af van de charme van de mensen die er wonen.

We woonden een vergadering bij waar een schenking van een parlementslid (nadat hij verkozen was) werd verdeeld onder de inwoners.

Zo werden we bijzonder hartelijk overal ontvangen waar we langs wandelden. We woonden een oefensessie bij van volksdansen door de leerlingen van de school (van 4 tot 18 jaar) , een les graveer vaardigheden, een vis-sessie op het rif, het bouwen van een nieuwe hut, we bezochten de begraafplaats van de allereerste Marsters (1894), en zijn eerste huis dat er nog steeds staat, ondanks verschillende orkanen die reeds over Palmerston zijn gepasseerd.

De graven van overal op het eiland zijn samengebracht naar een nieuw kerkhof achter de kerk.
Bill bij het graf van de stamvader Marsters
Bill en zoon samen aan het vissen op het rif voor twee uur. Ik mocht niet mee het water in, want te gevaarlijk voor de hongerige haaien. Buit was twee grote papegaaivissenn (die we later meekregen voor op de boot)

Ik heb Bob ook geholpen door twee nieuwe moorings voor hem te leggen. In drie duiksessies (mijn fles en twee die Bill gevuld had liggen) ben ik erin geslaagd om op 16 meter diepte een ketting om en door een koraalblok te leggen, met een schakel vast te leggen en vervolgens de schakel met ijzerdraad te blokkeren. Aan de ketting vertrekt dan een drie centimeter dik touw naar boeitjes aan de oppervlakte, om een zeilschip toe te laten de mooring op te pikken.
Klinkt gemakkelijk, maar het was mijn eerste keer als mooring legger, en het uitzoeken van een geschikte blok koraal is moeilijker dan het er vanop de oppervlakte uitziet. Maar ik heb vertrouwen in mijn werk, en Sanuk heeft twee dagen aan de nieuwe mooring gelegen, bij een gematigde westenwind die ons met het achterschip het koraal liet zien. Ik zou immers niet graag moeten lezen op het internet dat er een schip aan een mooring is losgebroken en op het rif is versplinterd!

Boven mijn hoofd hangt onze herinnering aan Sanuk
Een boobie wordt grootgebracht als huisdier
twee keer per dag krijgt hij een bevroren visje

Na vier dagen zijn we dan opnieuw vertrokken naar onze volgende bestemming: Niue.
Als bewijs van de vrijgevigheid van de Marsters kregen we visfilets mee van twee grote papegaaivissen, een stuk tuna, twee pakken diepgevroren spek, een versgebakken taart van Bill zijn dochter, 24 eieren, twee amuletten gemaakt door Bill zijn zonen en 2 sarongs gemaakt door zijn vrouw.Van ons kant waren we blij dat we hen ook kunnen helpen met wat steun aan de school en een lading nieuwe muziek, documentaires en films.
Ook al was ons bezoek kort, het is een stop die we niet snel zullen vergeten!

 

Juni 2017 Aitutaki, eerste Cooks Eiland

We vertrokken vanuit Bora Bora na een viertal dagen wachten op goed weer (lees: genoeg wind) om te vertrekken naar de Cooks Eilanden. Ilse had Aitutaki en Palmerston uitgekozen als twee aanlegplaatsen.
We vertrokken rond de middag, in de hoop om tegen de avond – voor zonsondergang – in Maupiti te zijn, waar we konden overnachten. Onze timing was goed, maar helaas maakten de golven het onmogelijk om in de pas van Maupiti binnen te lopen: de golven braken over de hele breedte van de pas. Op zee hadden we niet zoveel last van de golven, ze waren welliswaar 3 meter hoog, maar met een zeer lange golflengte, zodat je ze eigenlijk niet goed gewaar werd. Maar waar ze land ontmoetten wordt pas duidelijk hoeveel energie er in schuilt.

Ingang tot de pas in Moupiti, gezien vanop zee. Normaal is er een plaats waar de golven niet breken

Dan maar doorgevaren, we hadden immers reeds Maupiti bezocht met Katie en Karel in het najaar van 2016. Vooral ons snorkelen met de mantaroggen was toen een hoogtepunt. Ik had gehoopt dit nu te kunnen herhalen, of zelfs te kunnen duiken met de roggen, maar het zat er niet in.

Vorig jaar in Maupiti: 6 reuze roggen die aan het ‘cleaning station’ kwamen aanschuiven om hun kieuwen te laten kuisen door de kleine visjes

We hebben vier dagen erover gedaan om de 600 mijl van Bora Bora naar Aitutaki af te leggen. Het weer was niet echt goed: continue bewolkt, redelijk veel regen maar gelukkig geen onweersvlagen. De combinatie van golven en bootbeweging zorgden ervoor dat zowel Ilse als ik last hadden van zeeziekte. We hebben ons dan ook een aantal uur geparkeerd op zee en samen een dutje gedaan, na eerst het licht van het voordek aangestoken te hebben zodat ons zeil van ver te zien was in de donkere nacht. Na dit en ook na het nemen van een anti zeeziekte pilletje gemaakt door Johan, voelden we ons allebei beter. De rest van de reis verliep voorspoedig en tegen 5 uur kwamen we aan bij Aitutaki.

Zicht vanop de boot naar het rif in de ankerplaats te Maupiti. 2 meter diep water, melkachtig maar vol met vis.

Deze pas is berucht in de stille oceaan: hij is heel smal, ondiep en lang. Enkel schepen met een diepgang tot maximum 2 meter (bij hoogtij) kunnen binnenvaren. Het getijverschil is hier tussen de 30 en 60 cm, naargelang de app die je raadpleegt. Sanuk ligt 1m20 diep, dus dat moest lukken. Het was echter laagij, het moment waarop de hele lagoon leegloopt langs de pas, en dus voor flink wat stroming zorgt. We hebben eens dicht voorbij de ingang van de pas gevaren om er zeker van te zijn dat er geen brekende golven waren, en zagen dat het er relatief rustig uitzag. Rond 8:00 zijn we dan binnen gevaren. Er stond ongeveer 5 knopen tegenstroom, dus we konden ons niet permiteren dat in de smalle pas (17 meter voor een boot van 7 meter breed) een van de twee motoren zou uitvallen wegens oververhitting. Ilse stond op de boeg om de donkerste en dus diepste plaatsen aan te duiden, haar hand op de bediening van de ankerlier om bij een kalamiteit snel het anker te laten vallen. Dat bleek echter niet nodig want we geraakten zonder kleerscheuren tot in de zwaaikom naast de haven. We smeten ons anker in 2 m diep water en spanden een touw van onze achtersteven naar een kokospalm, zodat we niet zouden ronddraaien want daarvoor was er geen plaats. Er hebben blijkbaar al ooit eens 3 boten tegelijk gelegen, maar ik vond het al best krap met alleen Sanuk.

Niet dat we ons hebben moeten zorgen maken: de 10 dagen dat we in Aitutaki waren zijn er geen nieuwe boten toegekomen. Buiten de pas, op zee lag het franse jacht Inspiration met Guillaume aan boord (zij hebben 2 m diepgang en moeten dus op zee blijven), en in de laguna naast de haven lag Cactus Island van een Australisch koppel (diepgang 45cm!) maar daar hebben we niet echt contact mee gehad.
Aitutaki dat is:
– 2000 polynesiers op een groen eiland van ongeveer 20km^2. Hoogste punt is 124 meter.
– geen enkele hond (bij wet), wat katten, varkens en geiten, en ontelbare kippen
– 10 kerken, maar geen kerkhof. De graven staan bij de mensen in de tuin of langs de kant van de weg.
– honderden fundamenten van wat eens een huis was, maar weggeblazen door de orkaan van 2010
– links rijden want hoewel onafhankelijk toch gealigneerd met Nieuw-Zeeland sinds 1965.
– wat BoraBora is voor de Europeanen, is Aitutaki voor de Nieuw-Zeelanders en Australiers: exotische resorts, prachtige natuur en heel exclusief $$$$

We kwamen de zaterdag toe, maar konden pas de maandag inchecken. In theorie moet je de hele tijd op de boot blijven en wachten tot ze tot bij ons komen, maar omdat we wisten dat het er hier nogal relax aan toeging hebben we de zondag toch een klein wandelingetje gemaakt. De maandag kwam de hygiene agent aan boord, we vulden wat papieren in, hij spoot verdelger in elke cabine en na het betalen van 16 euro konden we de gele vlag laten vieren en de Cooks eilanden vlag hijsen. Daarna bezochten we immigratie en douane. Pas bij het vertekken zal het hier duur worden: zo een 133 EUR als vertrekpremie (2 personen, 10 dagen).
Ondertussen zijn we donderdag en hebben we het hele eiland reeds afgestapt of gefietst. Het is een heel mooi eiland: nog heel veel ongerept groen, verzorgde wegen en de bewoonde delen hebben allemaal keurig onderhouden grasperken. De huizen zelf mogen er nogal rommelig uitzien, of enkel een restand van wat ooit een huis was, het gras is pico bello afgereden. Toch geeft het geheel een verzorgde indruk.

Leuke wandelpaden op het eiland
Bezoek aan een clam kwekerij: deze zeer kleurige beestjes worden sneller door de bevolking opgegeten dan dat ze kunnen gekweekt worden

Enkele dingen die ik opmerkte:
De maandag kwam er een vrachtschip aan met containers. Omdat het echter niet in de pas kan, en ook niet kan ankeren want te diep, blijft het dag en nacht traag rondvaren voor de pas. Ondertussen is er een platbodem schuit die heen en weer pendelt tussen de haven en de vrachtboot. Ze hebben er twee dagen over gedaan om zo een stuk of 40 containers te lossen…

Het vrachtschip ligt buiten de pas rondjes te draaien. Te diep om te ankeren

Het kost blijkbaar meer om een lege container terug mee te geven dan hem te houden: elk huis heeft minstens 1 container in de tuin staan, en er zijn huizen die gemaakt zijn van lege containers…

De platbodem navette van en naar het schip, 2 containers per keer

Het aanbod in de winkels is beperkt, en duur. Van europese goederen is geen sprake meer, en we herkennen de merken van Nieuw-Zeeland terug. De geldbriefjes zijn de NZ dollar, maar het kleingeld is eigen aan de Cooks Eilanden. Ze hebben hier een driehoekige munt van 2 NZD, maar er is dan ook geen enkele automaat op het eiland)
De mensen zijn heel vriendelijk, maar toch ook wat afstandelijk. Ik schat dat er zo een 1000 tal toeristen rondlopen op het eiland, blijkbaar zitten alle hotels hier goed vol.
Het is koud naar onze normen: het kwik daalt naar 23 a 28 graden, en het water is maar 22 graden niet meer! Soms lopen we rond op de boot met een lange broek aan, dat is al lang geleden. Ik heb al heimwee naar de 30 (lucht) en 26 graden (zee) van FP!
Het wordt nu een uur later donker (19:00) en klaar (7:00). We zitten nog in dezelfde uurzone, maar zijn alweer 10 graden opgeschoven naar het westen. We zitten nu op 19 graden zuid, 160 graden west.

Vanwege het wat tegenvallende weer, namelijk bewolkt en regenachtig, hebben we al wat tv-reeksen gekeken. Het vierde seizoen van ‘The Americans’ ging erdoor, en nu zien we begonnen aan The expanse. Gelukkig is het weer vandaag gekeerd. Het was zonnig en we hebben een tochtje gemaakt met Flipper op de lagoon, maar de zichtbaarheid in het water is heel slecht in de lagoon, zo een meter maar. Waarschijnlijk door de slijkerige bodem. Buiten aan de pas is het blijkbaar 100 meter, maar we gaan wachten tot in Niue om te gaan duiken.

En dat doet me meteen terugdenken aan ons vertek uit Raiatea naar BoraBora in FP: na 3 dagen gedraaid te hebben rond ons anker, had ik de avond voor ons vertrek al het vermoeden dat onze ketting wel heel kort geworden was. Waarschijnlijk rond een koraalhoofd gedraaid en dus ingekort. Inderdaad, de volgende morgen kreeg Ilse de ketting geen drie meter omhoog: muurvast. Het donkere water gaf ons geen kans om iets te weten te komen. Ik probeerde langs links te varen, langs rechts te varen, maar geen verschil, het losse eind ketting werd niet langer. Het moment om ons duikcertficaat en de duikuitrusting aan boord te laten renderen. Gelukkig had ik de duikfles in Tahiti nog laten vullen. Met enige terughoudendheid paste ik de niet gebruikte maar van excellente kwaliteit duikuitrusting aan: neopreen broekpak, veel te grote vest met BCD, duikbril, zwemvliezen, 3 kg lood. Na 10 keer controleren van de fles, het mondstuk en de vest liet ik me in het water vallen. Al drijvend tot vooraan bij de ketting, en dan langzaam langs de ketting naar beneden. Bij een diepte indicatie van 12 meter zag ik plots de bodem, en het probleem: er stond zo een blok koraal van 2 meter hoog en 1 meter diameter los op de bodem, met onze ketting eronder. Ik had genoeg gezien. Langzaam terug naar boven, tot aan het oppervlak en tot aan Ilse die gespannen stond te wachten. Een half uur later terug aan het roer en deze keer met een simpel plan: hard achteruit. Het bleek een goede strategie want de ketting kwam van onder de blok en onze problemen waren opgelost. Tien minuten later waren we op weg naar Bora Bora. Toch leuk als je een boot koopt met alles erop en eraan.

Twee biefstukes van 150 gram, mevrouw? Komt eraan. Mag het wat meer zijn?

 

We zijn gisterenavond hiet in Aitutaki naar een dans voorstelling geweest, iets wat we ook op Tahiti hebben gedaan met Emma en Seba, en in Moorea met Katie en Karel. Een hotel geeft een buffet met lokale gerechten en daarna wordt er door de lokale dansgroep een voorstelling gegeven. Het was een groot half uurtje wandelen en het was reeds pikkedonker toen we daar om 19:00 uur toekwamen. Langs de asfaltweg hebben we nog een graf gezien waarop kerstlichtjes een altijd veranderende lichtschow gaven (maar geen muziek). De prijs viel reuze mee: 40 EUR per persoon, wat een fraktie was van de FP prijzen. Maar het buffet was dan ook niet zo imposant: het varkentje werd niet uit een kookput in de grond opgegraven, maar in een kookpot opgediend. Het was er niet minder lekker om. Ik onthou de lokale versie van zurkel (taro), de rauwe vis (poisson cru), het krokante varkensvel, de kokosijscreme en de bananencake. En de Nieuw-zeelandse cider, dat was ook alweer eventjes geleden. Na het eten begon het optreden, met voor mij het immer impressionante tamtam geroffel en opzwepende gezang. Op een zengend ritme oscilleerden de heupen van de meisjes (het bovenlichaan doodstil), stampten de benen van de jongens in het rond, en waren de gezangen niet uit de lucht. We kregen ook een vuurballet te zien: onstellend snel vlogen de vuurballen door de lucht, kundig net het lichaam missend. Zoiets moet kapitein Bligh (die van de Bounty) ook voorgeschoteld gekregen hebben toen hij het eiland in 1782 ontdekte. En ik denk dat menige matroos hetzelfde als ik zal gedacht hebben: hoe kom ik heelhuids voorbij die krijgers tot bij die meisjes…

Enfin, het is ondertussen terug ochtend, de passie heeft plaatsgemaakt voor ons dagelijks ochtendtafereel: aan de kant, 10 meter van onze ontbijttafel, zijn gewoontegetrouw de witte en de zwarte reiger op zoek naar een hapje om de eerste honger te stillen.

5 juni 2017 Bye Bye Frans Polynesie, het was aangenaam vertoeven bij jullie

De voorbije weken zijn er enkele geweest van onderhoud. Maar het einde is in zicht. We zijn nu op zee onderweg van Papaeete, Tahiti naar Raiatea zowat 120 zeemijl varen of een goede twintig uur.
Daar gaan we nog even een technische stop doen om de electronica na te kijken, en daarna vertrekken we naar ons laatste Polynesisch eiland(Bora Bora) waar we uitchecken uit FP en op weg zijn naar een nieuw land, de Cook Islands.

We hebben de voorbije weken vooral aan de boot gewerkt. De reis van Papeete naar Apataki waar de boot lag hebben we met de pakjesboot Cobia III gedaan. Langzaam aan met een redelijk wilde zee heeft het twee en een halve dag geduurd. Ik had de indruk dat we met Sanuk rapper zouden gevaren hebben, maar ze hadden last van de hoge golven. En wij ook een beetje, het is een ligreis geworden.

De Cobia III vaart elke week langs een 5-tal atols

Maar om 02:00 uur kwamen we aan in de haven van Apataki dorp, en daar stonden enkele van de eigenaars van Apataki Carenage, de familie Lau, ons op te wachten. Samen met onze 150kg bagage zijn we naar het verblijf van de Lau’s in Apataki dorp getrokken, en de volgende dag met de boot naar de Apataki Carenage zelf, waar Sanuk op het droge ligt.

Een korte rit van twee uur, maar we kwamen wel doornat aan vanwege de wind die op de kop stond. Gelukkig zat onze bagage onder een zeil en was alles droog gebleven.

Van en naar het dorp vanuit de Carenage. Aan boord mamie, papie (rechtsachter), Dominque van Cap A Cap en rechts de helper Manou

We waren blij terug op onze Sanuk te zitten, ook al was het dan op het land en niet in de zee.

Happy to be back

Alles zag er op het eerste gezicht goed uit, niet te veel zwarte schimmel. We hebben een dag genomen om al het gerief weg te steken, en dan zijn we aan ons takenlijstje van 3 bladzijden begonnen.
De saildrives kregen nieuwe seals, de versnellingskoppelingen kregen terug een ruw oppervlak (lapping the cone drives noemt dit in het engels). Nieuwe olie en filters in de drie motoren, de nieuwe trampoline werd gemonteerd, het nieuwe code 0 zeil werd opgehangen.

Tony toont mij hoe het moet
De Honda van flipper is gefikst. Rechts William, midden Tony

Ilse hield zich bezig met de buik van Sanuk een nieuwe anti-aanslag luier aan te doen. Zestien liter Micron 66 anti algenverf, en
hij zag er weer blauw uit, onze Sanuk. De onderste laag is zwart, en daarboven blauw, zodat we kunnen zien wanneer we door de eerste laag zitten.


Er was echter een serieus probleem met de stuurinrichting: de roeren zaten muurvast. Het bleek dat langs het afsluitdeksel van de nood-roeren er regenwater naar binnen kwam, en dit viel op de
connectie van de verbindingsstang tussen beide roeren. Ik ben erin geslaagd om de geroeste kop van zijn pin af te trekken, en los te vijzen van de verbindingsstang.
Met geduld en vooral fosphor zuur kwam er elke dag wat meer beweging in, en op het einde was de verbinding van de kop in zijn houder terug soepel. Dan nog laten trekken in een oliebad, terug monteren en het stuur was beter dan ooit. In retrospect was dit probleem al een jaartje aan de gang, maar ik dacht dat het aan de stroefheid van de roerstang in zijn houder lag, maar dat bleek dus mis. Ik ben heel gelukkig
dat ik dit gevonden heb en met de hulp van Tony Lau heb kunnen oplossen.
De dagen zijn bloedheet in de Carenage, het is 32 graden en de zon schijnt ongenadig van 8:00 tot 16:00. Enkel in het uurtje ervoor en erna is het nog licht en is de temperatuur flink lager.
Dus om 6 uur s’avonds is het donker. Dan nemen we een heerlijk doucheke, en koken een warme maaltijd. Daarna lopen we nog even langs bij de familie Lau, of komen we samen met andere
zeilers die ook aan hun boot aan het werken zijn in de Carenage.

Heel veel Touamotanen kunnen een ukele bespelen, want tv is er niet
Ik hield het bij wat neurien, of met lepels proberen de maat te volgen…

Er liggen eind april nog een 20-tal boten, waarvan er drie a vier bewoond zijn. Iedereen werkt om zo snel mogelijk van de muggen, de hitte en windstilte af te zijn er terug op het water te liggen. Voor ons was dat twee weken, en hoewel dit lang is hebben we toch geen dag stil gezeten. Er is hier trouwens toch niets anders te doen behalve werken, veel drinken, wat eten en veel slapen. Meestal lagen we om 21:00 uur al in onze nest van een zalige slaap te genieten. Ik sta ‘s morgens op rond 6:00 uur, maar Ilse blijft graag even liggen tot 8:00 uur. Ik geniet dan van wat personal time: wat naar podcasts luisteren (er is daar internet, maar wel traag – grootte orde van 20Kb/download snelheid), wat luisteren naar audioboeken of wat lezen.

Alfred Lau rijdt de draagwagen onder de boot.

Enfin, de dag kwam dat Sanuk te water werd gelaten, en dat we klaar waren om te vertrekken. De meeste werkjes waren bijna af, maar aangezien het moeilijk is om gerief in Tahiti te bestellen en naar Apataki te laten leveren, besloten we om zelf nog met de boot naar Tahiti te varen om alles af te werken.

2 van de 5 nursesharks, trouwe klanten van de Carenage

Maar eerst zijn we dus langs Rangiroa atol gepasseerd, waar we met een andere Apataki boot – You Neva Know – nog een weekje bleven. Ilse en ik hebben er duikles genomen, zodat we beide nu
niveau A bereikt hebben van het franse / Internationale systeem. Dit betekent dat we mogen duiken met begeleiding tot 29 meter diepte. (Normaal is het 20 meter, maar vanwege de temperatuur van het water en de goede zichtbaarheid is dit in Frans Polynesie 29 meter) Na vier duiksessies werden we goed bevonden om ons brevet te halen. De eerste drie lessen waren in ‘het aquarium’, een ondiepe plek
(9 meter) waar we oefeningen deden, maar de laatste twee lessen waren in de pas. Met een bootje gingen we buiten op zee, daalden af tot zo een twintig meter en kwamen dan met het hoogtij terug in
de pas gedreven. Als hoogtepunt was er een dolfijn die ons nieuwsgierig kwam bekijken en die we konden strelen, en een schildpad die zich met de heen en weer golf-stroming over de bodem liet
drijven en ondertussen van het koraal at.
Maar natuurlijk waren er ook ontelbare vissen en redelijk wat (ongevaarlijke) haaien. We zijn in elk geval blij dat we nu op de volgende eilanden zullen kunnen duiken.
Op het einde van de week was onze kookgas echter ver op. Ik maakte een misrekening ivm aantal volle flessen, en dus waren we aangewezen op wat er restte van de barbeque gasfles. Daarom zeilden we door
naar Tahiti, waar we na een tweetal dagen aankwamen in de ons bekende marina, het was immers onze derde keer.
Een beetje ongelukkige timing want het was net lang weekend van OLHV, maar de maandag kon ik toch in aktie schieten om de overgebleven of nieuwe taken aan te pakken.
Een boot is gemaakt om te varen, en de 6 maanden op het droge deden hem/haar geen deugd: de watermaker klaagde van een te hoge druk en de startbatterijen van de motoren die niet mee worden opgeladen
door de zonnepanelen bleken ook de geest gegeven te hebben. Enfin, een kredietkaart lost de meeste van deze problemen op, en voila, hier zijn we nu op zee naar ons volgend eiland aan het varen:
Raiatea, waar we reeds twee maal waren met respectievelijk Emma/Seba en Katie/Karel, maar waar nu een electronica specialist ons opwacht om samen eens door het systeem te lopen.
Het is sinds Colombia van kwaad naar erger gegaan met onze electronica: eerst liet de radar het afweten, dan twee van de 4 GPSsen, dan de AIS, en nu heeft de dieptemeter kuren: we denken dat hij
nog de juiste diepte aangeeft, maar hij pinkt steeds. Ik denk dat het een zaak is van corrosie: ergens is het netwerk slachtoffer van roest. We zullen het maandag waarschijnlijk weten. [Update na bezoek van de ‘expert’: het is waarschijnlijk geen corrosie maar de dieptemeter is end-of-life. We gaan moeten zien of we een nieuwe hier kunnen vinden (weinig waarschijnlijk), of we een nieuwe bestellen in de VS (10 dagen wachten) of we zo doorgaan met een manke meter. ]

Dus de sfeer aan boord is opperbest, we zijn beide blij dat we veel werk verzet hebben, en dat we weer reizen.
We hebben leuke mensen leren kennen in Apataki/Rangiroa/Papeete (Cheeky Monkey, Cap a Cap, YouNevaKnow, El Nido), we zijn enkele keren op restaurant geweest, en we hebben een mooi aandenken
aan de Polynesische eilanden gekocht, het staat Ilse bijzonder mooi…

De gekko aan boord is goed voor het opeten van insecten. (Lengte 4 cm)
Het familiebedrijf Lau
De nieuwste maskotte van de Carenage: Poua het varken.

Nog wat videookes van NZ

In Oamaru, someone has triggered the steampunk locomotive animation

 

ChristChurch

I just love what this artist does: Phil Price

Wat kan er nu zo grappig zijn aan dahlia’s?

 

Update zondag 16 april: we zijn goed en wel in Tahiti geraakt met onze 7 valiezen.

Enkel Air New Zealand deed moeilijk bij check-in omdat we geen vertrek ticket uit tahiti hadden, maar een supervisor kwam dan met de verlossende mededeling: just check them in. Ook was onze handbaggage 12 en 13,5 kg ipv 7kg, maar dat zagen ze door de vingers!

Het is wel raar dat we twee keer paaszondag meemaken: een keer in Auckland, en dan vijf uur later doen we het nog een keer over omdat we over de dateline gevlogen hebben. 22 uur terug in de tijd.

Dinsdag gaan we met de Cobia III varen naar Apataki.

Bye Bye New Zealand: afsluitende mijmeringen

Over de natuur en de natuurparken:

Typisch NZ: geen kosten worden gespaard om een natuurgebied tot zijn recht te laten komen voor de toerist. En allemaal gratis: geen enkel natuurpark is betalend!
Je kan maar beter geen (allochtoon) ongedierte zijn in NZ. De jacht is open op opossums, wezels, ratten, wespen. Ook als hond moet je op je tellen letten…
Overal langs de wandelpaden kom je de driehoekjes tegen die de vallen locaties aangeven.

 

Over de wegen en verkeerssituatie:

Voor je op de hoofdweg komt geven ze de snelheid van deze laatste aan. Dit is een onverharde weg of ‘metal road’, en zo zijn er nogal wat in de dunbevolkte streken.
Ietwat optimistisch? Er gebeuren nogal wat ongevallen op de onverharde wegen vanwege het verlies van controle over het stuur.

 

Een leuk idee: zo heb je een gedacht van hoe lang je nog moet wachten tot het licht groen wordt. Overigens is dit de uitzondering, meestal is het een persoon met een tweezijdig bordje STOP/GO. Vanwege de herstellingen aan de wegen na de aardbeving van November hebben we er zo wel veel gezien.
Nieuw Zeeland, land van de miljoenen verkeerskegels…
Roken wordt hier wel zeer beperkt!

Waarom er op Ilse haar blog postings zoveel mooie foto’s staan:

geduld van de fotograaf voor het juiste shot
Op een gletsjer wandelen was toch wel een heel speciale ervaring
Zo moet de vallei er in de ijstijd hebben uitgezien…
.. en hetzelfde zicht maar dan zonder ijs/wolken

 

Ik geloof niet dat ik een aziaat een foto heb zien maken waarop ze zelf niet stonden afgebeeld. We hebben zelfs iemand gezien die een heuse garderobe meehad en van kleren wisselde tussen de shots!

Over de menselijke invloed op de natuurgezichten:

Ze kijken niet op een kilometer haag meer of minder in het zuidelijke eiland. En allemaal geschoren. Ik zweette alleen al bij de gedachte aan het scheren van mijn klimophaag.
Nog een haagje. Vooral bedoeld om de wind te breken, niet zozeer tegen de inkijk…
Naast de individuele verpakking van strobalen was ook deze worst varieteit heel populair. We hebben alle kleuren van verpakkingsplastiek gezien: roze, lichtblauw, wit, felgroen, maar geeneen in kaki kleuren. Een gat in de markt?

 

Pasen in Nieuw Zeeland.

De klokken van Rome geraken niet zover dus moet de kiwi het doen.

 

Over vertrekken:

Afscheid van Burnie, we sturen hem de baan op met twee nieuwe banden en een uitlijning. Hopelijk hebben de nieuwe eigenaars er evenveel genot van als wij.

 

Over Christchurch of ChCh

Na de aardbeving van 2011 wordt er nog steeds duchtig gebouwd…
…. maar het is verassend te zien dat er nog zoveel gebouwen moeten afgebroken worden.
Overal zie je bulldozers en kranen die puin weghalen. Ongeveer 70% van de binnenstad is ofwel parking of wacht op sloop. Toch verrijst er ook veel nieuwbouw.

 

 

 

Uitsmijter:

Morgen op het vliegtuig naar Tahiti, terug naar Sanuk. De valiezen zijn gepakt…

21 maart 2017 Nog enkele Nieuw Zeelandse indrukken

Nu we van het noorden tot aan het zuiden van NZ gereisd hebben, geef ik nog enkele indrukken.

  • Er wordt hier gul met gif omgegaan. In elk park vind je talloze vallen en vergif dozen om de allochtone dieren naar het eeuwige land te sturen. De ratten, de oppusums en de wezels zullen maar beter niet aan het snoep zitten dat hier overal in het woud ligt, en zoals vroeger de eieren of de jongeren van de autochtone beestjes eten. En de campagne heeft success: sinds de invoering ervan in 1957 is het aantal bedreigde diersoorten aan een flinke opmars bezig. Vooral de niet vliegende vogelsoorten zoals de Takahe, de Kiwi, de Kaka herpakken zich. Tegen 2050 zou Nieuw Zeeland zelfs door een ambitieus overheids programma volledig verlost moeten zijn van elk niet inheems-ongedierte. Je kan maar beter een Nieuw Zeelandse zandvlieg zijn dan een buitenlandse wesp.

 

Overal langs wandelwegen zie je vallen staan voor ratten of opossums
Voor elk wat wils
  • Ik versta niets van de marketing van de benzinestations hier: bijna in elk station kan je 6 cents / liter korting krijgen. Ofwel met je (gratis) kaart van het grootwarenhuis Countdown bij 2 grote merken, ofwel met een coupon voor andere merken die je krijgt bij het winkelen in de andere grootwarenhuizen. Je moet wel minimum 40 liter tanken om de korting te krijgen, en ze ronden af per 10 liter: 59 liter geeft je 50 x 6 c korting, dus 3 NZD (2 euro). Maar je kan ook je korting opsparen, dan krijg je 12 of 18 cents als je telkens  minimum 40 liter tankt. Of als je voor 200NZD koopt krijg je 10 cents korting.  Ook de stationsbedienden kunnen het niet echt goed uitleggen… Enfin, ik snap niet waarom er geen enkel tankstation is dat gewoon 6 cents korting geeft, zonder dat een kaart of coupon nodig is. Terloops gezegd: we tankten voor 1,03NZD/liter diesel in Auckland, maar hier in Invercargill is het goedkoopste tankstation 1,33 NZD/liter. Ik denk dat er nog wat speling op zit …

  • We hebben met Burnie al ongeveer 100 km gedaan op metal roads, dat zijn niet verharde wegen. In de verlaten gebieden loont het  niet om overal asfalt te leggen, en dan schakelt de weg over op zand. Op onze laatste trip moesten we 30 km over wasbord weg, waar het wegdek als een golfplaten dak is, maar met golfjes van zo een 5 cm diep. Na wat geexperimenteer blijkt dat je er best over rijdt ofwel aan 30km/uur, ofwel aan 60km/uur (als er geen grote putten zijn!). Het maakt niet veel verschil: onze Burnie rammelt dan aan alle kanten, en zelfs de sleutelbos valt dan uit het stuurcontact! Maar dat houdt onzen Burnie niet tegen, hij heeft dat niet vandoen eens hij gestart is. Ik vraag me zelf af of we wel een sleutel nodig hebben, deze is zodanig verweerd dat ik denk dat een schroevendraaier hem ook wel zou starten. Niet dat ik dat ga proberen hoor. Hier leggen ze uit hoe zo een wasbord weg onstaat.
Op weg naar een wandeling (Rob Roy walk) via een metal road, kwamen we 9 forden tegen…
…Een ford is een kruising van een beekje met de weg, zonder brug. Naargelang de recente neerslag kan dit zeer gemakkelijk zijn (zoals hier), ofwel voor een onoverbrugbaar obstakel zorgen. Terugkeren is dan de enige uitweg.
Zeer bizar: zeer weinig kippen hier al gezien. Deze twee bij onze slaapplaats aan de suspension bridge van Clifden vormden de uitzondering.
Is dit de voor of achterkant van een auto?
‘s nachts kan het al koud zijn. Soms slaap ik zelfs met mijn kousen aan, en ‘s morgens schiet ik dan vlug in mijn sletsen om naar de douches te gaan. De sandalen zijn voor het betere stapwerk.
Zie je hem?
Invercargill Southland museum and Art Gallery wc’s: hopelijk is het bezoek aan de WC’s voor een kleine boodschap

 

En tenslotte: