Vandaag gaan we nog eens onze evenaarskruising overdoen. Omdat ik vorig keer op de boot aan het slapen was en we geen foto hebben van de gps uitlezing, gaan we per bus naar een randstadje, zo’n 20 km van Quito centrum waar ze er een heel toeristendorp rond gebouwd hebben.
Ons hotel geeft de zondag geen ontbijt, dus gaan we eerst in een ander hotel ontbijten. Daarna is het per express bus naar het busstation (2x 25 cents), waar we een andere bus nemen naar onze eindbestemming (2 x 40 cents).
Op straat ga je nooit verhongeren , Hier wordt versgeperst fruitsap verkocht
Er stonden geen wachtrijen aan de ingang, dus dit ging vlot en we kozen voor full attraction option (2 x 7,5 $). Alhoewel de ganse opzet voor honderd percent op toeristen in gericht, viel de sfeer en de beleving enorm mee. Misschien kwam dit ook omdat het niet regende.
Op de brede toegangslaan stonden er kleine paviljoentjes, elk geweid aan één thema. Zo zagen we een miniatuur van de stad Quito,
een paviljoen die la capilla del hombre aanprijsde (zie verslag gisteren),
paviljoen
portretvan kunstenaar
een paviljoen over Francia omdat Frankrijk de eerste en tweede opmetingen van de evenaar deed,
een planetarium en tenslotte de grote toren op de evenaar met vanbinnen nog een tentoonstelling over Ecuador.
Ook zagen we een aantal voorstellingen van Equadoriaanse dansen wat tot mijn verwondering zeer sterk aanleunde bij de Inka muziek en dansen zoals we die in Belgie kennen.
Your browser does not support the video tag.
In mitad del mondo waren opvallend veel Equadorianen, maar daarna gingen we ernaast naar een andere tentoonstelling over de evenaar, en daar waren alleen buitenlanders. Het was er echter niet minder leuk om. We zagen hoe koppensnellers koppen verkleinen, een paar exibities over de inheemse indianen, en de echte evenaar, volgens de gps (die van de Mitad del mondo zaten er een 300 m naast)
Dans door gemaskerde man
Een angstaanjagend masker
Foto pose voor de dans begint
authentiek geweven figuren, zonder patronen gemaakt
Ook is Quito de vestigingsplaats van de UnaSur, een organisatie gelijkaardig aan de EEG, maar dan voor zuid-Amerikaanse Naties. Het hoofdgebouw heeft zicht over het midden van de wereld…
De eerste voorzitter van de unie van de zuid amerikaanse naties
De leden van Unasur, 12 zuid amerikaanse lidstaten
selfie van een reflecterende onderkant van het gebouw
het indrukwekkende hoofdkwartier van UnaSur
Namaak ijsje, een soort van schuim. Was wel lekker.
We zijn in een klein hostelletje in Quito ingechecked (Sakti) op aanraden van 2 cruisers die we in Bahia de Caraquez tegenkwamen, maar het is ons wat te klein. De kamer is net groot genoeg voor twee individuele bedjes (!), een klein kastje en een klein tafeltje. Onze prive badkamer is op de gang.. Dus zijn we niet geneigd hier veel tijd in te spenderen. Het ontbijt is vegetarisch (dat wisten we op voorhand) maar stelt niets voor, ondanks de lovende woorden en aanbevelingen van de cruisers. Moet ik hieruit afleiden dat de meeste cruisers niet veel gewoon zijn?
(Hieronder volgt een experiment, het kan zijn dat dit wat tijd vraagt om te laden. Laten jullie me weten als dit niet werkt?)
This slideshow requires JavaScript.
Enfin, we waren reeds om 9:00 uur te voet onderweg naar de oude stadskern van Quito. Na een korte wandeling kwamen we voorbij de oudste sterrenwacht van Zuid-America, en daarna een hele resem kathedralen/kerken/kloosters die op weg naar of in de oude stadskern liggen. Helaas was de hemel vandaag sterk bewolkt en hing er regen in de lucht. Vanaf de middag was het zover en moesten we in regenponcho rondwandelen, wat de stad minder aangenaam maakte om te bezoeken. Toch hebben we de vele straatjes doorlopen, en een mooi bezoek gebracht aan de voornaamste bezienswaardigheden. Wel bizar dat het heel hoog aangeschreven Musea National de Cultura gesloten was voor renovatie, zonder uitzicht op een heropening of een alternatieve tentoonstellings plaats. Maar als meevaller bij het zoeken naar de ingang van het museum kwamen we wel een traditionele dansschool tegen waar net een demonstratie van de nieuwe lichting aan de gang was.
This slideshow requires JavaScript.
Tegen 16:00 uur hebben we dan tenslotte nog een taxi genomen naar La Capilla del Hombre (de kapel van de man), een modern project van de nabestaanden van Equadoriaanse grote kunstenaar Guayasamin. Het nieuwe moderne gebouw huisde een geslaagde sobere expositie van indrukwekkende, zij het meestal naargeestige, schilderijen. Jammer was wel dat het gebouw, (ontworpen door zijn neef), regenwater binnenliet dat het een lieve lust was. De toezichtploeg moest dwijlen als bijbaan…
Al en al een geslaagde dag, alleen jammer van de vele regen.
We zijn vandaag met de bus van Bahia naar Quito getrokken. Deze morgen vertrokken om 8:00 uur met de executivo bus, en we kwamen aan rond 18:00 uur. De bus was 11 $ per persoon, en onderweg hebben we voor 4$ gegeten (Ilse) en 8$ (Stefan, ik kon het niet laten om van alle venters iets te kopen om te proeven). In Quito zijn we met het openbaar vervoer vlot naar ons hotel gegaan (0,25 cents/persoon), bus in een eigen bedding, sneller dan de taxi .
De Reina del Camino bracht ons veilig naar Quito, de hoofdstad van EcuadorVlak na het vertrek, de kweekvijvers voor garnalen in de Chone rivierWe hadden ze gemist in Colombia, maar hier staan ze ook, de reuze palmbomenZoals een gewone palmboom, maar dan twee keer zo hoog
Gisteren waren we met de fiets onze busticketjes gaan halen, zo een drie kilometer fietsen langs de Chaco rivier tot aan de terminus.
Bij de terugkeer in Bahia zijn we nog het museum van de oudheid in Bahia gaan bezoeken. Het was mooier en groter dan verwacht, met een prachtige collectie voorwerpen van de eerste beschavingen in Ecuador.
Geen idee wie dit is, maar dit soort standbeeldjes zie je overal langs de wegeerbetoon aan een of andere lokale generaal van de luchtmachtDe Chone rivier, verder weg van de zee maar nog steeds onderhevig aan getijdenBezoek aan het oudheidkundig museum van Bahia de Caraquez, met onze gids. Het was echter streng verboden om foto’s van de voorwerpen te maken
Hier liggen we dan, geankerd op de rivier de Chone, aan de rand van het stadje Amistad in Ecuador, na 5 dagen op zee. We hadden een aangename en gemakkelijke tocht, met winden die varieerden van geen wind (Ilse) tot veel winden (Stefan), nee ik bedoel van geen wind tot maximum 20 knopen, op een zeer rustige zee, met golven van maximaal 1 meter. We hebben soms de motor moeten laten draaien, vooral s’nachts, maar in het algemeen zou ik zeggen 80% op zeilkracht. Tijdens onze wachten, elk om beurt 3 uur, hebben we niet veel boten gezien. Dicht bij Panama een paar, en dan dicht bij Ecuador ook terug een 5-tal. Ook eens een helicopter, raar, midden op zee een helicopter laag zien overvliegen. Ik heb eens gezwaaid, maar geen antwoord. Waarschijnlijk controle op drugssmokkel, en daarvoor vaarden we in de verkeerde richting.
De stille oceaan (Pacific Ocean) doet voorlopig haar naam alle eer aan. Wat een verschil met de Caraïbische zee die zoveel heviger is!
We hebben wat zeeleven gezien, maar niet spectaculair, een groepje dolfijnen die regelmatig uit het water sprongen, Ilse zag een groep van 9 kleine walvisjes of uit de kluiten gewassen dolfijnen, en de laatste 3 nachten hadden we het gezelschap van een 3 a 7 tal meeuwen met OCD, deze vlogen een meter of 2 voor de boot, dan doken ze links of rechts tot achter de boot om dan terug naar voor te komen. Tegen het dagen van het licht waren ze weg. Ook zagen we nog een Bonito toen we onze vislijn ophaalden. Lekker visje, maar donker vlees. Niet dat we racistisch doen hoor, want het smaakt even lekker.
Onderweg heb ik de olie van de generator vervangen, en de oliefilter. Ook ging ik de dieselfilter vervangen, maar ik kreeg de oude er niet afgedraaid. Hier eens op het internet zoeken naar een mogelijke oplossing.
Oh, ja ik vergat het bijna, op 27 maart om 4:18 tijdens Ilse haar wachtbeurt stonden er allemaal nulletjes op de GPS voor de breedtegraad. Dat betekent dat we op de evenaar zaten. Vermits het s’nachts was en donker hebben we de grote lijn in het water niet kunnen zien… Nu liggen we net eronder, op 1 graad zuid.
Op de 4de dag was er nog een verassing. Na een nachtje de bakboord motor te hebben gedraaid, keek ik eens in het ruim van de bakboord motor. (Daarvoor moet ik eerst de 3 stalen val-niet-overboord-draden loskoppelen, dan het luik open, dan 2 isolerende houten panelen verwijderen) Tot mijn verbazing stond er 40 cm water in het ruim! Gelukkig was dit niveau nog onder de motor zelf, zodat er geen schade was aan de motor. Als veiligheid tegen zinken zijn de motorruimtes en de twee voorwaartse opslagruimtes volledig afgesloten van de leefrompen. Ik heb dit water weggepompt en ging op zoek naar de oorzaak in mijn redelijk uitgebreide bibliotheek van technische boeken. Het water bleek uit een klein darmpje te komen die aangesloten was op een siphon break (een voorziening in de afvoer van het koelwater om te voorkomen dat er door tegendruk van golven de motor zou vollopen met zeewater). De klep die ervoor zorgt dat er lucht naar binnen kan en geen water naar buiten, zat verstopt door zout waardoor er continue water in het motorruim werd gepompt. Gelukkig in kleine mate. Na dit even te hebben gekuist was alles terug in orde, een gemakkelijke klus.
Ik denk dat ik vanaf nu toch iets meer checks ga doen voor en na het langdurig gebruiken van de motor…
zwaluw komt evenuitrusten
Het binnenkomen naar de ligplaats was nog iets speciaals. De meerboeien liggen op de monding van een rivier, en daarom kan je alleen met hoogtij de rivier op. Ook al waren er op zee geen golven, daar waar de rivier uitmondt in de zee (in het engels een bar geheten, ik was direct geïnteresseerd) was er een wilde brekende surf. Daarom kan je enkel binnenvaren met een gids aan boord, een pilot.
Qgosto, onze piloot/gids door de wilde monding van de rio Chone
Het bleek een zeer vriendelijke en gemoedelijke ecuadoriaan te zijn die ons liet zig-zaggen door onzichtbare zandbanken, om soms opgehoffen door grote golven binnen te stomen. Minimum diepte onder onze zeer bescheiden kieltjes (1,3m) was 1 meter. Wij konden binnen om 1 uur voor hoogtij, maar jachten die een diepere kiel hebben (2 meter) moeten soms wachten tot juist na hoogtij. En als er op zee een grote golfslag is kan je de ligplaats niet in of uit, dan moet je wachten op beter weer…
Maar we zijn hier nog niet weg, we zijn van plan om wat te reizen in het binnenland van Ecuador en Peru en zo rond eind april te vertrekken naar de Galapagos eilanden, waar we Meliena voor een weekje als gast zullen hebben.
Sanuk geankered op de rivier, rechtsBahia de Caraquez. Links de zeeDe rio Chone, met Sanuk voor de nieuwe brug (2010)We beklommen meteen het hoogste punt, namelijk het kruis van waaruit we de overzichts foto’s konden nemenSpitsuur in het rustige Bahia
Morgen kunnen we inchecken, maar deze avond mochten we al even van boord naar het stadje. We hebben onze eerste emails opgehaald in 5 dagen, en vernamen zo het nieuws van de 2 terroristische aanslagen in Belgie. Het lijkt erop dat het leven hier een stuk veiliger is… Ik wens mijn nicht Joke en haar zoon Michiel die aan de incheckbalie stonden van Zaventem op het moment van de aanslag een voorspoedig herstel toe van een lichte knieblessure, maar vooral van de zware psychologische schok die dit zal teweegbrengen. Ik hoop dat ze zich nog veilig zullen kunnen voelen in drukke openbare ruimtes. Wat een gebeurtenissen in Europa sinds we zijn vertrokken vorig jaar! Wij zijn blij dat we hier niet geraakt worden door de stress en doemsfeer die zo een lafhartige daad met zich meebrengt. Mijn gemeend meeleven met alle Belgen.
Hoogwater is om 03:00 uur, en rond 04:30 zou het tij reeds een halve meter moeten gezakt zijn. Het getijdverschil is 3,2 meter met deze volle maan, en we zouden graag ook nog van het strand afgeraken, dus daarom vatten we wat na hoogtij ons experiment aan. Op het internet vond ik verschillende getuigenissen van gelijkaardige boten als Sanuk die dit gedaan hebben, en in Grenada stond Sanuk ook op zijn kielen op het droge.
Het was een raar gevoel om Sanuk bewust te laten stranden bij maanlicht. Er stond een lichte branding van 30 a 50 cm, en om 4:40 stond onze 10-tonner vast op het strand.
Toch was ik er niet volledig gerust in, door het losse zand van de monding en door de kolking van de golven zakte de kiel ongeveer een halve meter in het zand, wat maakte dat de roeren die achter de kiel staan ook mee ongeveer 30 cm in het zand zakten. Met het anker legde ik Sanuk vast op het strand, maar het was toch geen prettig gevoel om soms een hoge golf (die niet doorhad dat het eb was) te zien aankomen en het achterschip nog eens opheffen, ook al lag de boot vast in het zand. Van terug naar bed gaan tot het licht werd was geen sprake, en rond 06:00 was het zover en konden we de toestand onder ogenschouw nemen. Buiten het feit dat de boot nogal naar achteren overhelde zag het er eigenlijk allemaal goed uit. Wel zag ik dat de roeren ook redelijk diep en vast in het soort van drijfzand stonden. (Dit deed me direct terugdenken aan mijn jeugd, waar bij de aanleg van de R4 het opgespoten zand ook zo een soort van half-vloeibare en half-vaste consistentie had. Door erop te dansen werd het een soort van trampoline, levensgevaarlijk apropos)
Het doel van deze operatie was om de zinken van de boot te vervangen. Zinken zijn van zink gemaakte stukken die aan de schroef, de as, de saildrive en de boot worden vastgemaakt. Doordat zink bij electrolyse in zeewater zich sneller opoffert dan ander metalen wordt het metaal van de boot door deze onbaatzuchtige martelaren beschermd tegen corrosie. Maar deze moeten dus regelmatig worden vervangen, en dit was op Sanuk nog niet gebeurd sinds we ermee vaarden.
Drie zinken, van links naar rechts schroefuiteinde, as en saildrive huis. Dit laatste is eigenlijk te ver verbruikt
Ik was bij aanvang nogal zenuwachtig, want ik had maar tot 8 uur om de klus te klaren, inclusief mogelijke tegenvallers. Het viel echter allemaal prima mee, ik kwam geen verassingen tegen en alle oude zinken werden vlot vervangen door de reserve stukken die ik had aangekocht in december in Miami. Helaas ontbrak ik deze van de as (stond niet in de handleiding), maar gelukkig waren de gemonteerde nog in redelijke staat. Ik kan dit klusje vanaf nu ook in het water uitvoeren, nu ik de handelingen eens heb gedaan.
Ilse heeft ondertussen het onderwater gedeelte van de rompen onderhanden genomen en alle kleine schelpjes verwijderd, en ook de lichte groene aanslag die op sommige plaatsen begon. Dat was een serieus werk, maar nodig vermits de Galapagos zo streng zijn op de netheid van de onderwater romp.
Geen kleine klus, het kuisen van de romp
Ik heb de gehele romp nog eens minitieus geinspecteerd, maar zag gelukkig geen dingen die moesten opgelapt worden.
Vermits we nog een uurtje of twee hadden voor we ons terug zouden lanceren, hebben we op onze stacaravan gegeten.
De zink van de saildrive is vervangen
Daarna werd het terug spannend. Eerst kwam de zee eraan, tot onder de boot en geleidelijk voelden we meer en meer dat er beweging inzat. De truc was om de boot stil te houden tot hij volledig dreef, en daarna terug naar dieper water te gaan. Gemakkelijker gezegd dan gedaan, want de monding van de rivier die door het hoogwater werd volgestouwd zorgde voor een zijdelingse stroming die ons tegenwerkte. Ondanks de hulp van het tweede anker dat we zo diep mogelijk in zee hadden gelegd bij laag water, kwamen we wel los maar werden we naar het strand geduwd. Het heeft wat zweet, geroep, een nat pak en veel spanning gekost vooraleer onze Sanuk terug in de baai lag, maar een vlugge inspectieronde bevestigde dat alles goed verlopen was. Alleen de anti-fouling van het onderste stuk van de kiel en de roeren zijn door het wrijven met het zand verdwenen.
Toch niet een oefening die ik graag zou herhalen, er staat te veel op het spel en de gebeurtenissen zijn moeilijk in te schatten. Indien ik het zou herhalen dan zou ik proberen om een vlakkere ondergrond te vinden met minder of geen golfslag. Maar ik denk niet dat er zo veel plaatsen op de wereld zijn. Het strand van de Panne misschien?
Net op de valreep (18:30) voor het donker waren we geankerd voor Punta Coca Beach op het eiland Isla Rey, toen de Aeronaval (kustwacht) vanop de wal langskwam in een sigaarboot om te zeggen dat we daar niet mogen ankeren, vanwege een gevangenis op het land. Daar had onze gids niets over gezegd, en onze vraag voor een uitzondering voor één nacht kreeg geen gehoor. Dus dan maar het anker gelicht, en met een driekwart maan doorgevaren naar onze bestemming die we eerst in gedachten hadden, maar die ons te ver bleek: Rio Cacique op hetzelfde eiland. Dit was te doen want het was niet al te ver, de zee was rustig doordat we in een beschutte baai waren en er waren geen koralen of rotsen die het ankeren moeilijk maakten. We zagen van ver een ander ankerlicht, en nestelden ons om 19:30 in de baai, op een zeer veilige afstand van de kust.
De volgende morgen hebben we herankerd naar een plaatsje wat dichter bij het strand, en hebben we Flipper ons bootje genomen om dit eens uit te checken. Dit werd terug een oefening in landen met stevige golven, en het ging al een klein beetje beter. Toch nog een nat pak, er is dus nog ruimte voor verbetering. De reden dat we naar hier wilden komen was dat de gids dit aangaf als een ankerplaats waar je de boot op het droge kan leggen, en dat hadden we nodig (zie verslag van morgen).
Terwijl we de stand van de getijden tijdens de dag opvolgden, hebben we een bezoek gebracht aan de rivier die achter het strand ligt en uitmondt in de baai waar we liggen. We vertrokken te voet want het was wissel van laag naar hoogtij, en het brak water waarmee de rivier gevuld is staat laag zodat we overal een pad vinden in de bedding dat hooguit kniehoog waden vereist. De rivierbedding is als een breed pad in de jungle, waar er anders geen doorkomen aan is. De vogels hebben daar geen last van, en zijn dan ook overal te horen. Na een uurtje keren we terug, en nu het hoog water nog slechts een tweetal uurtjes verwijderd is, stroomt de zee volop in de bedding. Dus genieten we nogmaals van de rivier, nu met Flipper die met de stroming mee het binnenland ingaat. Dankzij onze eerdere verkenningstocht slaag ik erin om niet op een zandbank vast te lopen, en heerlijk stil worden we mee de rivier opgevoerd. We zien een prachtige grote jachtvogel, we gaan eens moeten opzoeken van welk merk, want zo één hebben we nog niet gehad. Op motor terug naar de monding, waar het zandstrand nu volledig verdwenen is. Dit ziet er inderdaad goed uit om de boot te laten stranden. We rekenen uit dat dat morgen om 4:30 gaat gebeuren, dus kruipen we vroeg in bed.
Diep in de rivier zien we hoog in de bomen dit mooi exemplaarDe river, brak water wachtend op de instroom van het hoge tijeen groepje vogels, zoekend naar eten. De rivier zit vol krabbetjes en redelijk grote vissen.De rivier wordt opgevuld met zout water en neemt ons mee landinwaards. In het bos wordt ergens een serieus vuurtje gestooktMangroves aan de kant van het waterVissers die ons twee makrelen verkopen voor twee dollar en twee cola’s , en wel op de foto willen met die snelle griet.Wie zegt dat wij geen sleur kennen? Ilse aan de dagelijkse afwas.
Vertrokken rond de middag vanuit het Saint-Tropez van de Las Perlas (Isla Contadora) met zijn wifi.
Na een 4-tal uurtjes zeilen komen we aan op onze bestemming, Isla Pedro Gonzales. Alleen blijkt dat de voorgestelde ankerplaats uit onze gids, die van 2010 dateert, nu een jachthaventje in wording is. Dus leggen we ons voor het dorp te anker. De volgende morgen brengen we een bezoekje aan het dorp, met heel vriendelijke mensen. Tot we eens op het eiland willen rondwandelen, dan blijkt dat de “Pearl Island Development Company” de eigenaar is van het hele eiland inclusief de marina, en dat er vele vrachtwagens rondrijden, ook al is het zondag. Dus worden we vriendelijk verzocht terug naar het dorp te gaan. Dat was dus een kort bezoek aan het eiland.
De volgende dag zijn we vertrokken naar onze volgende bestemming, namelijk het grootste eiland van de groep: Ilsa Rey. Onderweg zagen we nog duizenden pelikanen, zowel in groepjes op het land, als in lange rijen vliegende formaties tot individuen die als een stuca de zee induiken. Ook zagen we een grote rare zwarte vlek op zee, we dachten aan een drijvend visnet maar bij het naderkomen bleek het uit pelikanen te bestaan die cafeklatch hielden.
Isla Pedro Gozales dorpjeStraatje in San Pedro. Welke sport is hier het populairst?Fraai exemplaar, wel aan banden gelegdPelikanen tijdens de siestaPelikanen tijdens de voormiddag pauzePelikanen tijdens de namiddag pauze, vermomd als visnet
17 maart 2016
Vandaag een mooie zeildag gehad. Vertrokken om 9:00 uur, nog eens rond Taboga gezeild om de duizenden pelikanen in actie te zien, en dan vertrokken richting Las Perlas eilanden, ongeveer 25 zeemijlen ver. Helaas was er eerst weinig en dan bijna niets van wind. Geen wind, en een spiegelgladde zee, ik waande me op het meer van Heusden. Dus even gemoterd en na een half uurtje kwam de wind op, en hij bleef aanwakkeren tot we met een 20 knopen ons einddoel bereikten, ons eerste eiland in de las Perlas eilanden.
18 maart 2016
We zijn op uitstap geweest met flipper naar de kust bij hoog tij. Het werd een hachelijk avontuur, want er waren dicht bij de kust ineens grote golven. Voor we het wisten waren we op een golf naar het strand aan het surfen, en ineens zaten we op het zand. Door de schok vloog Ilse uit het bootje, en ik kon me er nog net inhouden. Nat maar ongedeerd hebben we flipper toch op het strand gekregen en vastgelegd. Weer een lesje geleerd (waterdichte zak mee met reserve kledij, alles vastbinden in het bootje, beter leren onze aankomst timen met de golven en altijd eerst een schietgebedje doen)
Ik ben het eiland eens gaan verkennen terwijl Ilse aan het opdrogen was. Maar er is niet veel te zien op dit piepklein lapje grond, want alles is privé en poepchic voor de Panamese elite die hier per vliegtuigje naar hun buitenverblijf komt. Er is slechts één hotel, en daar zijn we een duur drankje gaan drinken om achter het wifi paswoord te komen. En zo komt het dat we nu vanop de boot onze achterstand kunnen goedmaken op de blog. We blijven hier dus nog zeker een dag liggen…
Ook de terugkeer met Flipper was niet voor de poes, maar bij de tweede poging zijn we weggeraakt.
Ilse zegt dat het eiland het niet waard is voor een foto, dus werd dit een tekstbericht.
Vandaag zijn we vertrokken vanuit Balbao Yacht Club naar het dichtste eiland bij Panama stad, Taboga. Eerst hebben we de tanken vol gegooid, 318 liter diesel aan 0.423 EUR / liter. Zo goedkoop zal het wel nergens meer worden zeker? Daarna hebben we op motor een viertal uurtjes geslalomd tussen de grote schepen die voor anker lagen, tot we voor het dorp een mooi ankerplaatsje vonden.
Taboga, het doet wat Italiaans aan
De volgende dag hebben we het eiland wat verkend. Het is een heel toeristisch dorpje in het weekend, maar in de week (het is dinsdag) is het rustig. Het heeft het tweede oudste kerkje van het westelijk halfrond, Iglesia San Pedro (1550), waar er drie mensen luidop aan het bidden waren, een voorbidder, en twee antwoorders. Doet me denken aan het lopen thuis, alleen kwam het er meestal niet van, maar met drie wordt het leuk.
Iglesia San PedroGauguin is ons voor geweest op het eiland
We hebben ook de wandeltocht gemaakt naar de tres cruces (drie kruisen) bovenop de top. Ik had me er reusachtige kruisen bij voorgesteld, maar ik kwam bedrogen uit, ze kwamen nog niet tot aan MIJN kruis. Ilse heeft ze zelfs vergeten te fotograferen. Enfin, bovenop de berg (370m) was er nog een gouden zicht (mirador) vanop een oude bunker. Net op tijd voor het vallen van de avond hadden we nog uitzicht op het eiland, de ankerplaats, de vele schepen en zelfs Panama City in de verte.
Nevelig uitzicht op de parkeerplaats van het kanaal
Op de terugtocht hebben we zelfs onze eerste wilde schorpioen gezien, het zag er een lief dingetje uit, maar was weg voor Ilse hem kon schieten (met de camera).
Op het eiland was er ook nog de ruïnes van een oud sanitorium, dat aangelegd was door de fransen bij hun poging om het kanaal te graven in 1880. Dit hebben we helaas niet gevonden, want het was ver weg en het werd reeds donker. Wist je trouwens dat er 25000 mensen gestorven zijn aan ziekte en werkongevallen bij dit gefaalde project? Vooral malaria en de gele koorts zorgden ervoor dat in het regenseizoen de mensen stierven bij bosjes. (En er zijn veel bosjes in Panama).
Nog even vermelden dat we nog nooit zoveel grijze pelikanen en zeevogels hebben gezien als op en rond dit eiland.
Massa’s boobies komen in formatie voorbij gescheurd
We hebben onze eerste gasten aan boord: Jacques en Annette, die we leerden kennen in Curacao. Zij zullen ons helpen bij de doorsteek van het kanaal als ‘line handlers’.
Jacques Hetebrij en Annette
Ook hebben we een Panamees ingehuurd als vierde lijnhandler, James.
James, student Ingenieur Electro Mechanica
We vertrokken om 1:30 in de namiddag uit de marina, en vaarden een uurtje tot The Flats, de afspraak plaats voor het aan boord nemen van de Advisor, een soort piloot die je begeleidt bij het varen in het kanaal.
De Flats: samen met de andere boten die met ons mee door de eerste sluizen zullen varenDe pilootboot met de advisor komt eraan
Om 18:15 was het zover, en konden we vertrekken. We waren met drie boten, een jacht en nog een kleinere catamaran. Het kanaal bestaat uit drie sluis systemen, eentje omhoog in drie stappen (Gatun Locks), en dan een sluis zakken (Pedro Miguel Lock), en wat verder nog een keer zakken in twee stappen (Miraflores locks). Al gauw kwamen we aan de eerste sluizen, drie na elkaar gelegen sassen, de Gatun locks.
Dit is het juiste schip waarachter we in de sluis moeten gaan
Onze advisor was niet echt bij de pinken, want hij liet ons het verkeerde vrachtschip volgen en daardoor waren we iets te vroeg aan het sluizencomplex. Er stond een redelijk harde rugwind, die ons met 4 knopen naar de sluis toe dreef. Na wat zenuwachtig wachten op het juiste vrachtschip waarachter we in de sluis zouden liggen, kwamen de drie zeilschepen samen.
Het was intussen donker geworden, en de drie boten moeten voor de sluis aan elkaar gebonden worden, om als één geheel in de sluis te varen. Om een ongekende reden lag de jacht in het midden, wij aan bakboord, en de andere catamaran aan stuurboord. Het werd snel duidelijk dat Sanuk de meeste paardenkracht aan boord had, en dus moest ik het geheel voortstuwen en sturen, niet evident vanop de zijkant en met een serieuze rugwind.
We lopen de Gatun locks in, achter het nederlandse vrachtschip AfricaBorg. We liggen laag, het sas zal ons 9 m hoger brengen.
Gelukkig was er op het jacht een advisor die wel wist wat er aan het gebeuren was, en hij gaf goede instructies. Het vrachtschip lag als eerste in de sluis, en wij vaarden er nu naartoe, om tussen het schip en de sluisdeur mee versast te worden. Vanop de kant werden er 4 touwen (lijnen) gegooid, en die werden vast gemaakt aan de kade en aan het vlot, zodat we in het midden van het sas gehouden werden terwijl we drie keer negen meter stegen.
We liggen in de sas, de deuren zijn nog openOpgelet voor de vingers, de deuren gaan dicht
Alles verliep vlot, en om 21:30 vaarden we uit de laatste sluis om te ankeren in het Gatun meer. Ilse had een schitterend stoofpotje gemaakt van kip, en daar genoten we met ons vijven van, want de advisor was reeds van boord gehaald, wel nadat hij als eerste en alleen in de derde sluis had gegeten. Ik moet zeggen dat er op geen enkel moment sprake was van drinkgeld of cadeautjes, alles is heel officieel geworden in Panama.
Aanvang van de tweede dag
De volgende dag verwachtten we een tweede advisor, die zou komen tussen 9 en 11 uur. Het werd 12 uur voor deze er was, en we aan de redelijk lange tocht over het Gatun meer konden beginnen.
We varen over een kunstmatig meer, het Gatun Lake
Vandaag waren we slechts met twee schepen, een jacht en wijzelf. Onze doorgang in het Pedro Miguel sas was voorzien om 18:30 wat onze advisor, Frank genaamd, te laat vond. Hij dacht dat we om 17:00 nog een mogelijkheid was, dus moesten we volle gas (7 knopen) over het meer varen. Gelukkig stond er terug een mooie rugwind die ons mee stuwde naar onze bestemming.
Onderweg passeren we de Puente CentenarioNet voor de Pedro Miguel sluis. Er ligt nog een boot in het sas die eerst eruit moet.
Toen we er bijna waren bleek dat het toch 18:30 zou worden, dus moesten we het zachtjes aan doen, tot voor de sluis waar we een uur moesten rondjes varen, wachtend op ons vrachtschip.
We draaien rondjes in afwachting van onze beurt
Dit zag ik niet zitten, eerst een ganse dag plankgas geven, en dan diesel verbruiken om te wachten! Op dit moment was er geen verkeer op het kanaal, en was ons vrachtschip nog niet in zicht. Ik vroeg toelating om aan de kade aan te meren – geweigerd -, om aan de meerboeien te mogen liggen – geweigerd – en expirimenteerde dan met dwars op het kanaal en de wind te liggen, zonder de schroeven te laten draaien. Blijkt dat dit redelijk stabiel is, en we gingen met 1 knoop vooruit. Toch was dit te veel gemanouvreer, en vroeg ik nogmaals om aan de meerboei te mogen liggen. Dit keer mocht het wel, en dit bleek de goede keuze te zijn. Rustig, zonder motoren en toch in een wind van 20 knopen ter plaatse blijven liggen, wachten op ons vrachtschip. Ditmaal zouden we voor het schip in de sas varen, langszij een sleepboot. Achter ons kwam dan het jacht in het midden van de sluis te liggen, en daarachter het vrachtschip.
Wij liggen reeds in de sluis, dan komt het jacht en in de verte reeds het vrachtschip
Dit ging vlot, eerst meerden we af voor de sluis, dan kwam de sleepboot in de sluis aan de kant gemeerd, en dan meerden wij af aan de sleepboot.
Klaar om te zakken in de Pedro Miguel sluis
Samen omlaag om dan het Miraflores meer op te varen dat tussen de twee sluiscomplexen in ligt.
Bij het aanmeren aan de kade voor de Miraflores sluis ging het mis! Ik maakte een beginnersfout, die me duur had te staan kunnen komen. Ik had de bedoeling om eerst de boeg vast te leggen aan de kade, dan het meertouw aan de achterkant vastmaken en daarna met de motoren in achteruit om zo de achterkant naar de kade te trekken. Maar dit was zonder de rugwind gerekend. Eens de boeg vastlag dreef de boot met zijn achterkant weg van de kade en kreeg ik de achterkant er niet meer naartoe, ondanks het feit dat beide motoren op vol achteruit draaiden, en de lijnhandler met volle kracht aan het achterste meertouw trok. Onze Sanuk draaide met de achterkant naar het midden van de sluis, en spoedig zou de voorkant van de tweede boeg de kade raken. Maar gelukkig was er Jacques, die met zijn ervaring de oplossing had en snel kon uitvoeren: de achterste lijn naar de kant over de winch, en met behulp van de winch en de motoren de achterkant naar de kade toe trekken. Dit zal ik niet meer vergeten: eerst de kant van de wind vastleggen, en dan pas de rest. Een goedkope les, want er was geen schade.
Na dit ontnuchterende maneuver verliep de rest vlekkeloos. Om 20:30 waren we uit de Miraflores sluizen en konden we op zoek in het donker naar een ankerplaats bij Balboa Jachtclub. Voor het eerst op onze reis moesten we rekening houden met getijden: op deze plaats in de stille oceaan er is een 5 meter verschil tussen hoog en laagtij, en deze nacht zou het -0.5 meter laagtij zijn (dus lager dan op de kaart staat aangegeven). Gelukkig was het bijna windstil, en vonden we een klein plaatsje tussen allerlei andere schepen die aan boeien lagen.
Missie volbracht.
Op naar Balboa Yacht Club, het kanaal ligt achter ons