Gastverslag Jan Donck Whitsunday Islands Australie oktober 2018

Beste lezer,

Proficiat. U bent een volhouder. Na goed 3 jaar flutverhaaltjes en flauwe grapjes van kapitein Stef en zijn Engelstalige stuurvrouw (of zoals zal blijken vooral anker-gezellin), volgt nu een interessante episode, uw lectuur waardig. Er zal voor ieder wat wils zijn: avontuur, natuur, interessante wetenswaardigheden en erotiek.

Donderdag 11 oktober 2018. Aankomst op Hamilton Island, Australie

Vanuit het vliegtuig dat ons van Brisbane naar Hamilton Island brengt zien we plots allemaal puisten in de zee verschijnen. Gemotiveerd als we zijn om onze reis met Instagram-foto’s te documenteren en voor de hele ons bekende wereld aanschouwelijk te maken, kruipen we over elkaar heen om door het raampje mogelijks een glimp op te vangen van Sanuk.

Henning eiland, met op de achtergrond het Australische vasteland

Sanuk is, voor diegenen die het nu nog niet weten, de boot van kapitein Stef en Ilse, die tot in den treure al op deze blog is afgebeeld, meestal doelloos dobberend in één of andere verlaten baai in het hol van Pluto. Een reis van dergelijke omvang houdt meer dan één teleurstelling in, dus op de foto kan je Sanuk jammer genoeg niet zien. Bij voldoende vergroting zou dit wellicht nog lukken, maar omdat kapitein Stef principieel de resolutie van alle foto’s op de blog reduceert, bent u eraan voor de moeite. [nvdr: je kan op de foto’s klikken om ze in volle glorie te bewonderen… ]

Hamilton Island is een resort-rijke klodder aarde, ergens midden de Whitsundays eilanden. Het heeft een vliegveld met landingsbaan vlak naast de jachthaven, vol grote joekels van jachten genre Puerto Banus. Sanuk lag er niet tussen, want kapitein Stef hangt graag de non-conformist uit en verkiest  buitengaats aan een boei aan te leggen.  Goedkoop, leuk, maar niet praktisch als je met 2 grote reistassen, elk een rugzak en met je propere kleren aan in een versleten bootje (de “dinghy”) de oversteek van het eiland naar de watercaravan genaamd Sanuk dient te maken. Maar zoals je kan zien op de prachtige selfie: zij waren blij ons terug te zien, en wij in tegengestelde richting ook.

eerste weerzien sinds lang

De Whitsundays…, hm, waar komt deze intrigerende naam vandaan? (U zult van nu af iets bijleren, beste lezer, wees gerust). Kapitein Cook, bekend van de traveller checks, ontdekte de eilandengroep op Pinksterdag en noemde zijn vondst hiernaar. Dat je niet erg slim moet zijn om met een boot de wereld rond te varen en dingen te “ontdekken”, weze hier maar weer eens bewezen: Cook was zo lomp om zich een dag te vergissen. Hij ontdekte de 73-eilanden tellende groep op Pinkstermaandag, een bank holiday nota bene. De correcte naam is dus Whitmonday Islands, die we hierna consequent zullen gebruiken.

Het begin, op naar Sanuk!

Vrijdag 12 oktober. Paradise lost.

Ontbijt al fresco op het achterdek met een overvloed aan toespijs, gebunkerd daags voordien in Airlie beach door onze gastheren.  De zon brandt de wolken open en kapitein Stef zit al klaar achter het roer, in zijn gewone outfit, een “spanné” onderbroek uit de 3-suisses kataloog van 1975. Op naar ons eerste avontuur. Sanuk brengt ons tot voor de kust van Lindeman Island. Adepten van Club Med zijn er misschien nog GM geweest, maar sinds januari 2012 is de laatste GO er vertrokken, officieel omwille van orkaanschade, in realiteit omdat Aussies en China-men het gehad hadden met dwaze Franse liedjes (A- ga-dou-dou-dou-pousse- l’ananas-et-moule-café) en onnozele groepsactiviteiten (Aqua Gym) waardoor de zaken minder goed gingen. De Chinezen – onderschat ze niet – komen langs de achterdeur weer binnen door het hele eiland op te kopen via een Australische stroman-firma “White Horse” voor 12 miljoen dollar. Ze plannen er 355 suites en villa’s, een compleet dorp met restaurants, een marina, een 4 hole golf course (voor wie te lui is om er ocharme negen te spelen) en voor de schone schijn een “coral planting program”.  De airstrip zal worden opgewaardeerd om er met je privé-jet in alle weersomstandigheden te kunnen landen.

We gaan op onze eerste uitstap. De buitenboord doet het (nog) voorbeeldig.
vervallen ex-Club Med dorp op Lindeman eiland

Hoe ik dat allemaal weet? Gewoon…

Kapitein Stef, pleegt meestal daar aan land te gaan waar het het minst evident is. Zo ook geschiedde op Lindeman. Flipper (voor wie het nog niet wist: geen dolfijn maar een dinghy) werd te water gelaten en liet goddank na 5 snokken aan het koordje een min of meer geruststellend motorgeluid uit zijn buitenboord weerklinken. We kwamen aan land bij een klein strandje vanwaar het meteen steil bergop door het hoge gras naar boven ging, naar de top. We lieten de vrouwen voorop gaan, je weet maar nooit dat er giftige slangen verscholen zaten tussen de vegetatie. Eenmaal boven, kon je niet alleen Sanuk zien, maar ook dat er aan de andere kant van de berg een mooi pad vertrok vanuit de andere baai. We daalden gezwind de heuvel af over een lange airstrip, waar we helemaal op het eind een golfkarretje zagen naderen met daarin één dikke en één héle dikke Australiër. Vriendelijke man, trouwens, die hele dikke. Op onze vraag hoeveel inwoners Lindeman telde kregen we prompt het antwoord “Only one, and that’s me”. Blijkbaar was hij de concierge van het resort in verval, in afwachting van de bouw van het nieuwe vakantieparadijsje voor de happy few. “Did you come from that side?” vroeg hij lachend, “It’s easier from the other side” en tot onze teleurstelling “oh but no worries, there are no poisonous snakes on this island”. Toeme toch, weeral een bewijs dat we niet voor het avontuur geboren zijn.

Zaterdag 13 oktober. Goldsmith Island. Mahaya Mahaya

Na onze avonturen op Lindeman Island zeilen we verder (trààg, mannekes, traag dat dat gaat!) zuidelijk naar Goldsmith Island waar we in een beschut baaitje voor anker gaan. Camping sauvage, heerlijk alleen, zonder buren, tot we plots gezelschap krijgen van een klein Australisch solozeilschip en niet veel later ook van een groot motorjacht, de Mahaya. Veel bling bling, blauwe lichtjes rondom en een constant zoemende generator. “Hm”, merkt Ilse, ervaren ankervrouw, op “waarom gaan die zo dicht bij de kust liggen?” De avond valt, en al hadden we gehoopt op een zelfgevangen visje (weinig lijnvis-expertise aan boord)), de Australian Ribeye smaakt heerlijk, recht van de Captain’s Grill.

veel show maar weinig vis op de plank…

Zo tegen middernacht vallen onze ogen toe en maken we ons op voor de nacht. Er is een stevig windje opgekomen en Sanuk dobbert  parmantig rond z’n anker. De golfslag zorgt voor een slaapverwekkende deining. Plots horen we onze buren heen en weer roepen en zien we Mahaya volle kracht vooruit en terug achteruit varen.  Ook de kleine zeilboot start de motor en komt na wat gemaneuvreer langszij. De schipper roept ons toe “I’m off, stay where you are” en kiest het ruime sop. Ondertussen blijft Mahaya verwoed voor-en achteruit varen, draaiend met zijn kont vervaarlijk dicht bij de rotsen aan de kant. Kapitein Stef neemt de microfoon van de VHF-boordradio ter hand en roept Mahaya op om te informeren wat de bedoeling is. De kapitein van Mahaya maakt na wat aandringen duidelijk dat hij zich wat verder van de kant wou leggen maar dat zijn anker vast is komen te zitten. Een kolfje naar de hand van kapitein Stef die onmiddellijk aanbiedt met de dinghy ter hulp te komen, gewapend met een gereedschapskist, slijpschijf en zijn tandenborstel voor het geval het even zou duren. Terwijl hij zijn koplamp en een sweather boven zijn spanné-ke aantrekt, houdt Ilse op Channel 16 de kustwacht aan de lijn die net informeerde wat er daar allemaal aan de hand was en of er nu iemand in gevaar is of niet. Een typisch Pan-Pan-geval (we stonden tenslotte in de keuken van Sanuk) en overduidelijk geen Mayday.  De schipper van Mahaya denkt daar kennelijk anders over, vermoedelijk opgepookt door zijn vrouw (of maitresse fantaseer ik erop los) die inmiddels luidkeels aan het roepen is op de achtersteven. Even later activeert hij zijn Epirb [nvdr:
Emergency Position Indicating Radio Beacon ], compleet van de pot gerukt (wie activeert nu voor zo iets zijn Epirb), dat weet het kleinste kind. Kapitein Stef zit inmiddels tevergeefs aan het koordje van Flipper’s buitenboord te trekken terwijl hij alsmaar verder van Sanuk afdrijft. Door het gewicht van de slijpschijf en alaambak dreigt  hij even kopje onder te gaan in de alsmaar wilder bruisende golven. Uit het niets duikt dan de kleine witte zeilboot terug op en gaat voor anker op de plaats waar hij voordien had gelegen. “Bring me to that ship” sommeert  de schipper kapitein Stef die nog steeds geen geluid uit de motor krijgt. Zijn wij blij dat we de oversteek van Lindeman naar Sanuk niet zwemmend of peddelend hebben moeten maken eerder die dag!

onze gastheer en gastvrouw Stefan en Ilse

Net voor hij zich voorneemt met rukken op te houden (sic) krijgt kapitein Stef zijn motor aan de praat en brengt de witte ridder aan boord van Mahaya.  Daar verstomd het gekrijs van de maitresse spoedig en na enige tijd zien we het motorjacht met succes het anker lichten en enkele honderden meters verder dobberend halt houden. Over de marifoon vraagt de reddende engel nu een lift terug aan kapitein Stef die vanop de brug van Sanuk de maneuvers heeft gadegeslaan. Dat is echter buiten de waard gerekend want Flipper’s buitenboord blijft weer zo dood als een pier. Van armoe wordt  de sympathieke Aussie-zeiler dan maar door de schipper van Mahaya met zijn eigen dinghy ter bestemming gebracht. De sterren flonkeren aan de hemel en de golven vallen stil.

daar gaan we morgen naar toe: Hook Island met Whitsunday beach

Zondag 14 oktober. Thomas Island

Een beetje later dan anders staat onze sympathieke gastheer in de kombuis van Sanuk  pancakes te bakken voor het ontbijt. Van Mahaya was geen spoor meer, afgedropen met de staart tussen de benen. Ook het andere jacht is voor dag en dauw vertrokken. Vandaag zeilen we verder naar Thomas Island. Onderweg houden we halt (pas op, dat duurt efkens) bij een klein eilandje dat er aanlokkelijk uitziet met z’n kleine witte strandje. Eens voor anker laten wij de kano te water en peddelen Pascale en ik naar de oever. Ilse volgt al snorkelend in ons kielzog. De kapitein daarentegen blijft aan boord en neemt zich voor Flippers buitenboordmotor aan een grondige beurt te onderwerpen.

oei, dat wordt er eentje voor de vissen
De kapitein heeft een goed gesprek met Flipper

Op het strand maken we kennis met een echtpaar Aussies, met duidelijk al wat zonuren op de teller. Vriendlijke mensen van naar schatting 70 jaar, afkomstig uit Bowen, een stadje ten Noorden van Airlie Beach. Ze zijn op reis met hun water-campervan, een piepklein motorjachtje dat parmantig naast Sanuk ligt te dobberen. Net zoals wij zijn ze enthousiaste ontdekkers van dit kleine paradijsje midden de Whitmondays. Of er iets te zien was misschien? Neen, en dat is nu juist de max, daar draait het rond voor zeilcruisers, het is niksen voor gevorderden.

onthaasten voor gevorderden

Na een goed gevulde dag niets-doen varen we bij valavond op autopilot terug naar Hamilton Island. De frigo was immers zo goed als leeg en de wasmand vol. In de Whitmondays vind je noch wasserette noch superette in elke uithoek van de Archipel, maar Hamilton Island heeft een IGA-supermarket (plastic bag free) en een wassalon aan de Marina! Tijdens onze overtocht spelen we het ingewikkeld gezelschapsspel Porto Rico, compleet nutteloze bezigheid, maar geheel in lijn met hetgeen we die dag allemaal hadden gedaan. Ankeren is één ding, maar aanleggen aan een mooring (boei) bij nacht is nog iets anders. Met een lange stok moet je – zoals je plastiek eendjes vist op de kermis – het meertouw proberen op te pikken en vervolgens een touw door het oog aan het eind ervan halen om het schip vast te leggen. Kapitein Stef mag graag toezien als Ilse op haar buik ligt en met het tipje van de tong tussen de lippen deze precisieklus klaart.

Maandag 15 oktober. Hamilton Island, “Your Island escape awaits”

Met Flipper, die nog altijd zijn nukken heeft ondanks kapitein Stef’s goede zorgen, varen we na het ontbijt naar de marina van Hamilton Island. We leggen aan tussen de grote motorjachten, benieuwd of we Mahaya niet zullen zien liggen. De hysterische maitresse van de schipper zou perfect passen tussen de vele vakantiegangers die in golfkarretjes rondzoeven op de goed onderhouden wegen van het eiland. Hoge buildings wisselen af met resorts bestaande uit luxe-villaatjes rondom blauwe zwembaden. Maar geen Mahaya te zien.

Wandeltocht op Hamilton eiland, de hoogbouw ligt ver achter ons

Als je even de moeite neemt om hogerop de weg te volgen kom je bij het begin van een wandelpad (“From bushwalking to art classes, you’ll never find yourself short of something to do on Hamilton Island”). Bush walking, zou het voor ons dus worden. Prachtige wandeling naar het hoogste punt van het eiland. Overal langs het pad zie je van die zwarte pieken de lucht in priemen met aan hun basis een toef gras. “Black boys” worden ze genoemd, al is dat tegenwoordig een politiek incorrecte naam (straks mogen wij ook niet meer spreken van “vrouwentongen”, waar gaan we in godsnaam naartoe). Xanthorrhoea spp of Balga Grass Plants zijn planten die alleen in Australië voorkomen. Ze groeien (traag) op weinig vruchtbare bodems en houden van een beetje vuur aan hun schenen. De dode blaren onderaan de stam beschermen tegen de hitte van een bushbrand en eens ze verteerd zijn begint de plant te bloeien, want de as in de bodem blijkt als meststof te dienen. 

de Whitsunday’s zijn een aanschakeling van eilandjes

Eens terug beneden hebben Pascale en ik de enige niet-pluchen Koala gezien van de ganse reis. Hij zat als attractie voor de resort-crowd op een terras in een namaak-eucalyptustree op zijn gemak een blaadje te knabbelen. De reis kon toen al niet meer stuk.

Hook Island met Whitehaven Beach, daar gaan we morgen naar toe

Dinsdag 16 oktober. Whitsunday Island. Whitehaven Beach, postkaartstrand categorie *****.

het begin van Whitehaven beach, op weg naar een strand ligplaats

Vertrek op tijd als je Whitehaven beach wil aandoen, want toerboten vol toeristen komen graag picknicken op wat sommigen het mooiste strand ter wereld noemen. Met een koelkast vol lekkers, propere kleren en gewassen haar (grapje, want ook op de boot is er shampoo) zeilen we van Hamilton Island langs de zuidkust van Whitsunday Island doorheen de engte langs Teague en Haslewood  Island. Om de hoek ontvouwt zich het kilometerslange witte strand van Whitehaven. De schakeringen van het blauwe zeewater, de lucht en de wolken boven het parelwitte strand zijn prachtig. Wat een genot telkens Ilse weer het ankerritueel uitvoert. Op de voorplecht staand, benen lichtjes gespreid, streelt ze het touw liefdevol terwijl het anker in de diepte zakt.  Met de rechterhand geeft ze signalen aan de kapitein, een beetje vooruit, een weinig achteruit, iets naar links, ja daar, goed zo, en nu een beetje terug. Met de linker bedient ze het knopje van de remote control, een beetje op of een beetje neer, juist genoeg, niet teveel. En wanneer de kapitein eindelijk tevreden achterover leunt en zijn goedkeuring uitspreekt over de spanning die op de bridle zit, tovert ze een mooie glimlach op haar gelaat. Mission accomplished, we liggen vast.

Ilse doet het delicate ankerritueel. Stefan volgt haar arm-aanwijzingen op

Flipper brengt ons aan wal. Op het hagelwitte strand ligt her en der wat decoratief zeewier, of een fotogenieke tak, maar ook tekeningen in het zand ,vertrekkend uit kleine holletjes gegraven door artistieke krabbetjes. Zigzaggend tussen al dat moois bereiken we een wandelpand dat doorheen dichte vegetatie slingert tot aan het strand van Chance Bay. Onderweg komen we deze sympathieke knaap (“Wat ruist daar door het struikgewas?” tegen (foto). Eens terug op Whitehaven Beach is het tijd voor een paar staatsiefoto’s. Tevreden na een dag op het mooiste strand ter wereld zeilen we met Sanuk terug noordwaarts waar Ilse en Kapitein Stef terug het ankerritueel uitvoeren en de duisternis intreedt. Bij het flikkerend licht van de open haard luisteren we naar de Podcast van VRT NWS over de Gentse verkiezingsuitslag.

Woensdag 17 oktober  Hook Island – “Sleeping with the fishes”

Van Whitsunday Island cruisen we na het ontbijt in noordelijke richting naar Hook Island. Manta Ray Bay is gekend als een goeie plaats om te snorkelen. De kapitein brengt er ons feilloos naartoe, en waarachtig: Ilse heeft het anker nog niet neergelaten of de boot wordt al omzwermd (of is het omzwemd?) door een bont gezelschap van vissen. Even later komt een motorboot naast ons surplacen. Twee bemanningsleden in uniform vergezellen een jong koppel (honeymoon, I presume?) dat ook komt fish-spotten. De stuurman graait in een emmer met visafval en strooit het naast de boot in het water. In een minimum van tijd krioelt het van de vissen, net een tropisch aquarium. Een paar potige Aussie dames liggen wat verder te dobberen met hun Zodiac en uiten luid hun ongenoegen: “Don’t feed the fish, this is a marine reserve!”. De motorboot trekt zich snel terug.  Nu is het onze beurt.

Ilse kan maar niet genoeg krijgen van de visjes

Voorzichtig laten we ons te water via het trapje aan de achtersteven van Sanuk, compleet met snorkel en wetsuit (tegen de stingers, kwallen waarvan er sommige zo gifitig zijn dat je er het bijltje kan bij neerleggen). Kapitein Stef vindt dat allemaal flauwekul en springt met alleen zijn snorkel en zwemvliezen aan (én zijn spannéeke, no worries) in het water. Wat een drukte, precies rush hour! Meest in het oog springt de Giant Napoleon, een brave loebas van een vis (dixit Ilse, die hem enthousiast begroet), maar ook de iets kleinere Giant Trevally (“the GT” zeggen machovissers wel eens) is best wel impressionant. Verder zien we parrot fish, surgeon fish en veel gewone fish (als ze op de kaart staan van een restaurant ken ik ze, maar anders zegt hun naam mij niets). Eens terug aan boord duikt kapitein Stef in het motorruim en begint wat te rommelen. Hij heeft hiervoor een cursus gevolgd, en moet dat af en toe eens demonstreren. Gelukkig start de motor na deze interventie nog en kunnen we onze reis verderzetten. We tuffen naar Stonehaven Anchorage aan de oostkust van Hook Island waar we ons installeren voor de nacht.

Donderdag 18 oktober. South Molle Island – Debbie was here.

Onze Odyssee langs de Whitmondays begint op zijn einde te lopen maar niet getreurd, er komt nog een spannende episode. Eens het ontbijt achter de kiezen en de tanden gepoetst voert de autopilot (u dacht toch niet dat Kapitein Stef één keer zelf heeft gestuurd?!) ons veilig naar het meest zuidelijke van de Molle Islands. We ankeren in een mooie baai waar we de ruines van een resort zien liggen met een bouwvallige jetty. South Molle Island was ooit een bruisend vakantieoord, in de jaren ’50 was de leuze “carefree days and carnival nights”. In het heelal is ’t alle dagen karnaval. Vandaag dus niet meer, cycloon Debbie heeft er een eind aan gemaakt zo’n 2 jaar terug. Wanneer we over het keienstrand naar het werfhekken toelopen dat de bouwvallige bungalows afschermt voor indringers, horen we plots uit een stel luidsprekers een stem die ons waarschuwt “Warning, you have been filmed, a patrol is on its way” met op de achtergrond hondengeblaf en loeiende sirenes. Wij doen het bijna in ons broek, van het lachen. Even verderop is er een pad dat ons omhoog leidt door het National Park. We wandelen door bos achter een duo rare vogels op hoge poten die het vertikken  te vliegen. Eens boven op de heuvel worden we getrakteerd op adembenemende vergezichten op de oceaan en de omgevende eilanden en eilandjes. De black boys zijn ook weer van de partij. Een kolonne toeristen met jetskis (lawaaierige quads van de zee) trekken witte sporen op het blauwe water. Onvergetelijk mooie wandeling. We dalen af en komen bij een pad met een verboden toegangbord. Een kolfje naar de hand van Kapitein Stef. We negeren het bord en banen ons een weg doorheen het struikgewas waarna we aan de achterkant van het resort terecht komen,  daar waar het golfterrein lag en waar je een tennisballetje kon slaan. Het zwembad ligt er leeg en troosteloos bij. De stem uit de luidspreker dreunt hetzelfde tekstje af, honden blaffen, sirenes loeien, maar de patrouille is in geen uren te bekennen. Sanuk heeft intussen gezelschap van een vriendje gekregen en ontvangt ons met open armen terug.

We varen weg van South Molle Island, het gevaar is geweken denken we. Tot Kapitein Stef plots een ruk aan het roer geeft en roept “we varen op een rots!”. Pff, Sissie! Dit is geen rots, maar een vlek drijvend stuifmeel die er als een rots uitziet. Ook op zee bestaan fata morganas. [ nvdr: dat zag er nochtans zeer levensecht uit, ik deed het bijna in mijn broek(je) ]

Bij valavond richten we de steven naar Airlie Beach, het eindpunt van weer een zalige dag. We ankeren voor de marina en liggen niet alleen tussen dansende lichtjes.  Met Flipper (altijd een spannend moment: start ie of start ie nie) bereiken we het Australische vasteland.

Airlie is niet veel speciaals. Veel jong volk dat wel, bars, winkels en enkele restaurants. In Fish D’Vine and Rum bar kan je eerst een cocktail achterover slaan en dan Fish and chips. Lekker en genoeg!

we vieren een geslaagde vakantie

Dag 8 Airlie Beach – Ze zijn van ons af

De zon brandt al enthousiast aan de hemel als we op het achterdek ontbijten. Onze reiskoffers zijn gepakt. Flipper brengt ons vlot en zonder gesputter naar de marina (blij van ons af te zijn, denk ik). In de centrale straat van Airlie Beach vinden we een Avis/Budget kantoor en verderop nog een andere verhuurder.  Er blijft nog 1 auto over: een Hyundai i30 in een spuuglelijk blauw. We nemen hem, want we willen noordwaarts naar Mission Beach, Cairns en Porth Douglas van waaruit we op excursie naar de Great Barrier Reef zullen gaan en ook naar Daintree National Park.  Met een krop in de keel nemen we afscheid: afscheid van een zalige week slow travel op Sanuk, afscheid van een super gastvrij koppel vrienden, die weten hoe het moet: Sanuk = carpe diem (amaai nog nie!). Bedankt Ilse en Stef!

nu nog zorgen dat we niet kantelen op weg naar de kant
Helaas, het bezoek zit erop

Gastverslag 3 Karel De Baere Huahine 15 oktober 2016

Ia Ora Na!

Nacht 8 en Dag 9 Moorea – Huahine

Het is zover – “de grote oversteek” van Moorea naar Huahine. Voor het eerst wordt er echt gevaren, weg van de kust, weg van de bewoonde wereld, met enkel de wind en de zee als constante.  Rond 15 uur ‘s middags wordt het anker gelicht en gaan we door de passe de Stille Oceaan op. Er staat een discrete bries tussen de 10 en 15 knopen wat maar net voldoende is om al zeilend goed vooruit te geraken.  Stef vindt dat uitstekend weer om zijn Oranje “Code 0” zeil uit te halen en eens te testen of de stikster degelijk werk heeft geleverd bij de reparatie.

Het oranje code 0 zeil met de witte herstelling van de zonneschade. So far so good.

De boot kreunt en haalt nu een gezapige 5 knopen. Moorea glijdt weg aan de horizon. We gaan aan tafel maar al het geschommel en de pillekes tegen de zeeziekte hebben duidelijk een invloed op de appetijt van de bemanningsleden. Dus erg veel gegeten wordt er eigenlijk niet. Alhoewel, de Kapitein laat de deining niet aan zijn hart komen en trekt een blik Pilchards in tomatensaus open dat vervolgens goed gemutst naar binnen wordt gewerkt (kwestie van de hoeveelheid reserve-proviand uit het vooronder gradueel af te bouwen).

Ook al hebben we electrische winchen, het kan geen kwaad om de spieren af en toe wat te oefenen. Hier bij het hijsen van het grootzeil.

De nacht valt en we verdelen de wachten. Ik kijk er eigenlijk wel naar uit om in het relatieve donker (het is bijna volle maan) wakker te blijven en de koers in de gaten te houden en kies dus voor de “hondenwacht”, tussen 0 en 3 uur ‘s nachts.  Zoals te verwachten was duurt het natuurlijk geen half uur of de wind sterkt stevig aan (toch in mijn definitie) en komt wat scherper aanwaaien.  Stef had gezegd: “als er iets is, moet ge niet aarzelen en maak je me maar wakker”, maar bij de scouts hebben we geleerd om “onze plan te trekken” en voor alles permissie gaan vragen bij het hogere gezag is niet echt aan mij besteed, dus maak ik wat beperkte koerscorrecties en hou op die manier de wind in de zeilen. Uiteraard buiten de waard gerekend, want de skipper heeft subiet gemerkt dat er aan het stampen en rollen van de boot wat is veranderd en verlaat zijn warme kooi om polshoogte te komen nemen. Na kort overleg, een blik op de GPS en een kleine aanpassing aan de stand van het grootzeil zag hij dat het goed was…

Eigenlijk is zo’n nachtelijke zeiltocht een bijna mystieke ervaring.  Je zit alleen in de stuurhut, met enkel de sterren, de maan en het spel van wind en golven als gezelschap. Pure natuur die je na een tijd in een soort trance brengt en waardoor de uren eigenlijk snel voorbijglijden.  Rond drie uur neemt Stef over; we fluisteren wat en  werken het logboek bij. Ik kruip in bed, val als een blok in slaap en wordt pas wakker op het moment dat ’s morgens de motoren worden gestart omdat de wind het laat afweten.

We spelen wat gezelschapsspelletjes en slapen wat bij tot we rond 14 uur de lagune van Huahine binnenvaren en vrijwel onmiddellijk ankeren om rustig wat te kunnen eten en snorkelen. Huahine bestaat eigenlijk uit twee eilanden binnen één koraalrif. Na de afwas beginnen we aan het laatste stuk van de overtocht en varen we binnen de turkooizen lagune naar Faré, het hoofddorp op de noordkant van het eiland.  Net voor zonsondergang vinden we een ankerplek en genieten met geel-rood-oranje tinten van een prachtige ondergaande zon.

De Windsong, een zeil cruiseschip dat we regelmatig tegenkomen

Dag 10 Huahine

Na een stevig ontbijt (pancakes met esdoornstroop) en een mok sterke koffie staan we om 10 uur aan de wal en huren een paar fietsen.

FAQ 9 – Fietsen bij tropische temperaturen, is dat wel een goed idee?

Dat valt uitstekend mee zolang ge u niet laat inspireren door het vuur en de ambities van de gemiddelde Vuile Brakée. Noem het “slow biking” als je wil.

Wie had gerekend op een Cube 29er met een Shimano XT versnellingsgroep en hydraulisch bediende Magura remmen als vaste zekerheid, vist achter het net… We zijn in Polynesië en fietsen doe je met een bike die het midden houdt tussen een meisjesfiets uit de jaren 70 en een Chopper uit Easyrider. Een stalen frame met dikke zware banden, enkel een torpedorem om onheil te voorkomen, géén versnellingen en een stuur in “longhorn” formaat als pikant (beter: pikerend) detail. Het geheel lichtpaars geverfd, kwestie van vooral niet op te vallen.

Enfin niet geklaagd, beter op de fiets dan te voet. We doen een prachtige rondrit op het eiland, met een tussenstop op een “pearl farm” en bezoeken nog een prachtige Marae (Maeva, met Visitor’s Centre)  aan de kust.  Alhoewel het oude geloof van de Polynesiërs animistisch van inslag was, worden we ook hier vriendelijk verzocht om het bordje met “A tatara ti to, tatou tia’a” te respecteren en onze schoenen buiten te laten staan (waarvoor “Mouruuru” ofte “dank u”). Gelukkig lopen we enkel blootsvoets  om het delicate weefwerk van bladeren op de vloer niet te beschadigen en niet om godsdienstige redenen.  Elegante hutten en boten bouwen, de Polynesiërs hebben er een handje van weg.

stenen vis fnuik op de rivier

Na een groepje heilige blauwogige alen in een riviertje om moed te hebben gebeden, rijden we de eerste (en enige) col van het eiland op om vast te stellen dat onze gebeden niet zijn verhoord… De weg slingert zich opeens naar boven met een stijgingspercentage van tegen de 15%, een oefening in nederigheid voor een minder geoefend fietser, we stappen af en duwen onze loodzware hippy bikes naar boven, zuchtend, puffend en nat van het zweet. Ook Stef ziet af, hij heeft wel versnellingen, maar sleurt een aanhangwagentje met gerief mee naar boven.

Na te voet (op een hongerige maag) een 200-tal hoogtemeters te hebben bemeesterd worden we navenant beloond met een absoluut verbluffend uitzicht op de andere kant van het eiland.

We koesteren ons met de wetenschap dat het vanaf nu alleen bergaf zal zijn en we ons dus rustig tot helemaal beneden kunnen laten glijden over blinkende asfalt.  Quod non!

Wat volgt zal een legende worden in de annalen (let op de dubbele “nn”) van ons nageslacht: Mevrouw mijn Echtgenote slaagt erin om haar torpedorem volledig op te smoren, het ding is misschien wel geschikt voor huis- tuin- en keukengebruik, maar voor het controleren van de daalsnelheid schiet de achteruittraprem volledig tekort. De naaf braakt donkere zwarte rook uit en Ilse gilt “Katie, pas op… uw fiets staat in brand…”. Gelukkig roept ze dat net voordat de rem finaal de geest geeft en wordt het ijzeren ros zonder ongelukken tot stilstand gebracht. Ik sta ermee te lachen, tot blijkt dat ook mijn torpedorem rook afgeeft. Résultat des courses:  we klommen te voet naar boven en mogen nu ook te voet naar beneden.

De rest van de dag genieten we van de uitzichten. Huahini is een zacht, vrouwelijk en vruchtbaar eiland. De natuur gedraagt er zich naar. Abondant groen, afgewisseld met prachtige vergezichten. Het eiland wordt niet voor niets “l’authentique” genoemd, het is één grote tropische tuin.

Na een laatste krachtinspanning duiken we de bar op het strand vlak bij de boot binnen, net op Happy Hour. Alles bij elkaar hebben we een 30 km gefietst onder de tropenzon. Terwijl Stef en ik de fietsen en de boodschappen wegbrengen bestellen de dames hun  eerste Mai Tai bij de ondergaande zon. Het zal niet bij één drankje blijven en de vermoeienissen van de dag én het feit dat we over de middag niks gegeten hebben zijn alras vergeten…

Karel en Stefan begroeten de vele fotografen, maar het was helaas voor de zonsondergang achter ons. Ook loopt net een bevoorradingsschip de atol binnen.

Dag 11 Huahine

Grotendeels een rustdag. We slapen uit, maken briochebrood en sterken de inwendige mens met een stevige portie spek met eieren.

Er wordt gekeuveld, gelezen, gescrabbeld en vooral veel gediscussieerd over de spelregels en hun verreikende consequenties. Voor de liefhebbers: vervoegde werkwoorden zijn tegenwoordig Scrabble-fähig, er zijn een pak woorden met Q’s, Y’s en X’en, maar je kan ze best op voorhand instuderen want als een woord niet wordt aanvaard ben je onverbiddelijk je beurt kwijt.

In de late namiddag verleggen we ons van het levendige Faré naar het zuiden van het eiland. Door een kleine inschattingsfout van de Kapitein – Stef maakt bij het navigeren énkel en alleen schoonheidsfoutjes –  moeten we na een uurtje op zee rechtsomkeer maken en de lagune opnieuw binnenvaren. De route buiten de lagune, langs de zeekant, brengt ons immers niet tot bij de snorkelplek Point Hiva die we voor ogen hadden.  Onder het motto “we go with the flow” beslissen we om voor anker te gaan in een prachtige baai (Bourayne Bay) die we een dag eerder met de fiets hebben aangegaan.

De Admiraal spot in de verte een aanlegboei op een idyllische plek en we beslissen om ons daar aan vast te leggen.  Zo’n maneuver lijkt in theorie makkelijk, tot je daar op het net tussen de rompen aan de voorplecht staat en die boei zo’n 2 meter lager onder je bootshaak doorglijdt. Bovendien weegt dat ding lood met al die doordrenkte meertouwen die absoluut geen zin hebben om uit het zilte nat gehesen te worden. Enfin, mits enige ruggenspraak tussen de dekknechten en hun baas, een tweede poging en wat gevloek ligt de boot aan de boei vast. Rest nog de telkens weerkerende endurance-test…

Ilse gaat er een aan de haak slaan… Met Karel zijn hulp!

FAQ 10 – Wat is dat nu weer, die endurance proef?

Stefan staat gekend als een voorzichtig schipper en zijn boot wordt enkel toevertrouwd aan aanlegboeien wanneer hij er zeker van is dat er bij frisse bries (5 bft) of matige wind (6 bft) geen ongelukken van kunnen komen. Lees: de boei en bijhorend betonblok moeten de 15 ton wegende Sanuk netjes op zijn plaats kunnen houden.

De proef is simpel: we meren aan en dan wordt er 10 seconden met beide motoren op volle kracht achteruit aan het meertouw en de boei getrokken om zeker te zijn dat de zaak muurvast zit. Tijdens die operatie knarsen die touwen en blijf je maar beter uit de buurt want er staat op dat moment nogal wat spanning op de landvasten. Laat ons het houden op:  “een veiligheidstest uitgevoerd (en uitgevonden) door de Kapitein, gekruid met een toets van vanille en geblancheerd in een saus van testosteron”.

Voor de taalpuristen: zo’n aanlegboei wordt in het Frans dood lichaam of “corps mort” genoemd. Het blijft dus ietwat luguber naar mijn mening: met twee motoren liggen trekken aan een lijk; het beeld van de vierschaar is nooit ver weg.

Nu de boot netjes gezekerd is profiteren we van de totale afwezigheid van golfslag in de baai om de mastlamp  die de voorplecht verlicht te vervangen. Stef kruipt in een harnas en laat zich door zijn echtgenote de mast inhijsen (met behulp van de elektrische winch weliswaar). Een broos moment waarop de skipper zich volledig overgeeft aan de nukken van zijn levenspartner. Ik tracht het geheel te filmen als een timelapse (het duurt allemaal nogal lang), maar dat mislukt jammerlijk omdat de batterij van mijn iPhone het voor bekeken houdt.

Enkele honden blaffen en Stefan en ikzelf dagen ze uit door te huilen naar de volle maan, gedurende 10 minuten weerklinkt over het meer niets dan honden- en mensengejank tot we ermee ophouden en aan tafel gaan om uitgebreid te dineren onder een volle maan.

Na de maaltijd zetten we wat muziek op en luisteren we tot bedtijd naar Leonard Cohen. Zijn lage en donkere stem (do you want it darker?) past perfect bij de sfeer in de baai en zorgt voor een meesterlijk meditatief moment. We laten het allemaal over ons komen en genieten van de rust en de natuur om ons heen.  Het water zit vol leven,  de vissen foerageren en springen af en toe naar insecten. In de jungle klinkt de roep van een ons onbekende vogel (volgens kenners verwant aan de Polifinario) en langs de oever vaart een Polynesische visser voorbij.

Onder de maan blinkt de rimpelloze lagune
Over de luwte van de lagune schuift moede de maan
Onder de maan in de luwe lagune schuift de kano naar zee
Langs het hoogtij, langs het laagtij
schuift de kano naar zee
schuift met de schuivende maan de kano naar zee
Zo zijn ze gezellen naar zee de kano de maan en de man
Waarom schuiven de maan en de man getweeën gedwee naar de zee?

… om te gaan vissen!
(vrij naar Melopee van Paul Van Ostaijen)

(wordt vervolgd)

Gastverslag 2 Karel De Baere: Moorea een van de genootschapseilanden

Ia Ora Na!

Dag 4 :    9 Oktober 2016

Vandaag gaan we de zee op voor een korte oversteek naar Moorea, het eiland dat we vanop onze ligplaats al gans de week aan de horizon zien liggen, zo’n 17 mijl (31 km) verderop.

kkm-18Alle proviand is aan boord, de dames hebben hun pilletjes tegen zeeziekte ingenomen en we gooien de trossen los.  Ilse neemt via de VHF radio contact op met de havenmeester want er komen nogal wat overzet- en vrachtboten toe in Papeete haven en dus heb je de toestemming nodig om de havenuitgang, de “passe” door te varen.

FAQ 5 – wat is dat nu weer, een “passe”?

Relatief simpel: de eilanden zijn allemaal omgeven door een koraalrif (onderwater) of motu’s (riffen die boven het water zijn uitgegroeid en waarop aan tuinbouw wordt gedaan), daarbinnen ligt een lagune met rustig, relatief ondiep en kristalhelder water en in het midden daarvan het bergachtig eiland zelf (alle Genootschapseilanden zijn van vulkanische oorsprong). De golven breken niet echt zachtaardig op de riffen en het water klotst op die manier permanent  naar binnen in een grote kuip. Vanuit de lagune stroomt het weer naar de volle zee door één of meerdere passe’s, uitgesleten door de stroming, vol met vis. Sommigen zijn bevaarbaar, andere te ondiep, maar overal staat dus een tegenstroom bij het binnenvaren van de lagune.  We komen hier nog op terug want één en ander is niet zonder gevaar; zelfs niet voor een ervaren Kapitein met een absoluut aan hem verknochte bemanning…

Van de havenmeester krijgen we te horen dat we wat geduld moeten oefenen omdat één van de sneloverzetten uit Moorea in aantocht is.  Stef navigeert de boot dus een beetje uit de vaargeul opzij binnen de strekdam. In de verte zien we de ferry inderdaad met volle geweld toesto(r)men en zeer snel uitgroeien tot vrij impressionant gevaarte dat zonder veel discussie zijn eigen voorrangsregels afdwingt.

We varen de passe uit en ontrollen de genua (de “fok” voor onervaren groentjes zoals ik) en het grootzeil. Ineens komt Sanuk tot leven, het gebrom van de motoren valt weg, de boot piept en knarst, kreunt en steunt onder de druk van een wind rond de 14 knopen en snijdt door de golven. Volgens Stef is er maar net genoeg wind om goed te kunnen zeilen, voor ons is de deining en de golfslag meer als sterk genoeg voor een eerste kennismaking met de Stille Oceaan en de onverbiddelijke impact ervan op onze halfcirkelvormige kanalen.

We gooien twee vislijnen uit, maar de tonijnen hebben duidelijk in de mot dat het metalen glinsterding (met weerhaak) waar ze in moeten bijten fake is, dus we blijven alvast figuurlijk op onze honger zitten…

Na een dikke vijf uur varen lopen we de lagune van Moorea binnen.  Hier zijn de films over de Bounty opgenomen en de combinatie van een lichtblauwe lagune met de  grillige bergketens is absoluut betoverend.  “Mérite le détour” om het in Michelin-termen uit te drukken (ook al is dit specifieke omweggetje 16000 km ver weg). We ankeren in de buurt van een aantal andere schepen om te gaan snorkelen.  Op de plek waar we gaan zwemmen staat nog een stevige stroming dus het is wel oppassen geblazen en terwijl Katie en Ilse volop genieten van de onderwaterwereld en Stefaan met onverdroten ijver de onderkant van zijn schip (zeg niet zomaar “boot”) inspecteert, hou ik het relatief snel voor bekeken.

Die avond aperitieven we in de Hilton, het is net Happy Hour, dus – net als de  bemanning van de Bounty – laten we de discipline aan boord van het schip en spoelen we de restanten van het zoute snorkelwater met wat alcohol door.  Er is bovendien internet, dus onze bloedjes van kinderen worden gerustgesteld: het gaat ons voor de wind…  De dag wordt afgerond met een uitstekende zelf bereide maaltijd. Wat kan een mens nog meer wensen?

kkm-17
Kapitein verbroedert met het werkvolk

Dag 5

Tijd voor wat beweging. We staan met de zon op, nemen een stevig ontbijt en varen dan de Ōpūnohu baai in om 500 meter van het strand te ankeren.  Intussen is ook de copieuze picknick voor vanmiddag klaar en trekken we met Flipper (de dinghy) naar de vaste wal.  Vandaag staar er een stevige voettocht op het programma.  Deels tussen de weiden, deels door de jungle, deels door ananasplantages.  Een kleine 20 km, maar met de hitte, de vochtigheid en de hoogtemeters ruimschoots voldoende.

kkm-3
Vanop onze lunchplaats zien we: rechts Cooks baai in Moorea

kkm-2
… en links, Opunohu baai, waar Cook landde in 1777

kkm-4
Onbewaakt moment foto

kkm-5

FAQ 6 – zit het daar dan niet vol met vieze beestjes?

Wel dat viel allemaal uitstekend mee. Malaria komt op deze eilanden niet voor (al een chance – geen Deet verstuivers en geen Malarone pillen nodig). Denghé koorts komt wel op de eilanden voor.  De stranden zitten wel vol mieren en zandvlooien dus vooraleer ge uw badhanddoek bovenhaalt kan je maar beter even uitkijken naar een goede plek.  Van muggen hebben we relatief weinig last gehad, al was het zoetere bloed van Ilse toch occasioneel in trek bij prikkende (of geprikkelde?) geleedpotigen.

Het gevaarlijkste beestje op het land is een giftige honderdpoot waar je maar beter met een grote boog omheen wandelt. [Stefan: er zijn geen slangen of andere giftige dieren op de eilanden. De gevaarlijkste dieren op het land zijn de bij en de honderdpoot, de echt giftige zitten in het water.. ]

In de jungle voel ik me een beetje een ontdekkingsreiziger (maar dan één van het late uur, want het eeuwenoude pad is al discreet gebaliseerd).  De weg door de jungle draait en keert gestaag tot we uiteindelijk met een stevige klim uit het bos breken. Over de middag verslinden we onze picknick op een bergrug met een prachtig uitzicht op de kust en in onze rug de ruige resten van de krater die het eiland vorm gaf.  Omdat we geen kaart meehebben blijkt de terugtocht problematischer en langer dan verwacht.  Echt verloren lopen doen we niet, maar een paar keer moeten we toch op onze stappen terugkeren en de nodeloze kilometers wegen een beetje op het enthousiasme van de wandelaars.

kkm-6
Ilse toont de weg

kkm-22 kkm-21

kkm-7
een voorbeeld van een gevaarlijk landdier

kkm-19
en waar zitten die ananas nu?

kkm-20
Aha, hier zit er eentje

Terug in de buurt van asfaltbaan horen we het doffe geboenk van Polynesische muziek in de verte en lopen we recht op een rave party. Lokale twintigers hebben hun auto’s geparkeerd onder een impressionante bamboestruik met de hoogte van een eik. Met batterijen, versterkers en grote luidsprekers bouwen ze een  zondagnamiddag-feestje (met muziek en drank, zonder dans).

kkm-23

De laatste kilometers worden afgemaald aan een gezapig tempo. Op het strand vinden we een bar naast een geïmproviseerd petanqueterrein. Na wat aandringen duikt de waardin van dienst met ons in de koffer (van haar auto) en diept daar 4 liter koel bier uit op.  De lokale mede, Hinano, deed ons meer deugd dan een fles Orvelo na een toertocht.

We gaan terug aan boord, nemen een douche en verleggen ons naar een andere plek in de lagune, niet ver van het Intercontinental Hotel waar we reserveren voor een Polynesische avond die georganiseerd wordt voor de “normale” hotelgasten. Dat we ook hier weer blijven plakken aan de bar met een piña colada of een mojito is louter WIFI-toeval.

Dag 6

Vandaag is een rustdag. Na een uitgebreid ontbijt varen we met Flipper tot aan een plek in de lagune waar het maar een anderhalve meter diep is. Al snel zien we de eerste pijlstaartroggen in het water.  De beesten worden af en toe gevoederd door hotelgasten en zijn dus vrij tam, maar het blijft oppassen geblazen.  Je wil absoluut niet toevallig op een roggen-rug (wat een mooie alliteratie!) trappen als die, half ingegraven in het zand, zijn dutje ligt te doen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
pijlstaartrog die komt bedelen

We snorkelen tussen de koralen door en plots zijn ook de zwartpuntrifhaaien van de partij. Die beesten blijven gelukkig op een respectvolle afstand (en wat mij betreft is dat respect wederzijds).  Moorea verbergt duidelijk een deel van zijn charme onderwater want zo veel multicolore visjes heb ik nog nooit bij elkaar gezien.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
De opportunisten van de zee zijn er als de haaien bij

Stef weet aan één van de toeristenboten wat sardientjes te ontfutselen en de roggen hebben dat onmiddellijk gezien.  Zijn populariteit stijgt tot ongekende hoogten en plots zijn we omringd door een tiental roggen die allemaal sardienenbloed geroken hebben…  De beesten blijken echter zacht (van vel) en aardig (van gemoed) dus buiten het feit dat een oudere, bijziende rog Ilse’s vinger voor een stuk aas aanzag gebeuren er geen ongelukken. De vissen pletsen met hun vleugels in het water wanneer ze aan de oppervlakte komen zoeken achter een goedkope maaltijd.  Prachtige vissen zijn het, maar die lange pijlstaart blijft bij mij toch een kwalijke connotatie oproepen en ik ben eerlijk gezegd content wanneer we een halfuur later allemaal weer in de dinghy zitten.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Karel, waar zit je? Ik word hier aangevallen! [ Karel zit nu al in de dinghy ]

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Gelukkig was er nog de kapitein

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
… en de admiraal die alles onder controle hielden.

Voor vanavond staat er cultuur op het programma.  We komen goed op tijd in het Intercontinental hotel aan waar het strand is omgetoverd tot een gezellig restaurant.  In een ondergrondse bakoven liggen wat speenvarkentjes te garen in bananenbladeren, en specialiteiten uit de verschillende eilanden worden gepresenteerd in aparte standjes, ze zien er overheerlijk uit. Het geheel wordt overgoten met een prachtige sterrenhemel en de geur van de zee.

kkm-9

 

FAQ 7 – en nooit last gehad van een té vlotte spijsvertering?

We waren erg goed voorzien van moderne geneesmiddelen, pillekes en zalfjes allerhande. Naast de traditionele zachtere middelen had onze EHBO doos ook de straffere toebak in voorraad, kwestie van ons spijsverteringsstelsel aeroob en anaeroob volledig te kunnen ontsmetten – just in case.

Ik durf het bijna niet te stellen, maar van alle verre reizen die we de afgelopen tien jaar hebben gemaakt is dit de eerste waar de Immodium en actieve kool ongeopend in de toiletzak is gebleven. We dronken nochtans gefilterd zeewater, aten lokale ijsroom, verorberden rauwe vis van de lokale markt en aten bananen met de kilo.

Enkel het doosje met artisanaal bereide pilletjes tegen zeeziekte werd aangebroken (met dank aan Magister Beirnaert).

Tijdens het eten wordt er wat gezongen, maar dan barst de show pas echt los.

kkm-10
Polynesische gezangen begeleiden de maaltijd

Beeldschone schaars geklede vrouwen, prachtige (eveneens half naakte) mannen; waar zelfs Stef (momenteel in zijn beste form en vorm) bij verbleekt.  De meeste vrouwelijke heupbewegingen worden aangestuurd door spieren waar ik het bestaan nooit van heb gekend. Ik kom ogen tekort. Onze dames laten het zich overigens ook welgevallen.

kkm-11
Het is telkens weer spannend om af te wachten of de natuurvezels sterk genoeg zijn om het de hele avond uit te houden

kkm-15
Hier wordt met vuur gespeeld

kkm-12
Ook de mannen doen niet onder voor de Vahines (= vrouwen in het tahitiaans) (een beetje een ongelukkige naam?)

De Polynesische jongemannen brengen een soort Haka waarbij een aantal maagden uit het publiek worden ontvoerd.   Ocharme – ge zijt op huwelijksreis en dan komt daar plots een gespierde Polynesiër voor u staan, die uw kersverse Amerikaanse echtgenoot doet verbleken tot een slap afkooksel van wat een man écht kan zijn… Het zal u maar overkomen.

kkm-14
Tahitiaanse Haka stoelendans

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Een indrukwekkend gezelschap

Dag 7

We varen een eindje terug over de lagune en ankeren ons in de buurt van Cook’s bay  recht tegenover de Manutea Tahiti.  Manutea Tahiti is een manufactuur waar ananas, mango’s en ander lokaal fruit worden verwerkt tot vruchtensap, confituur en Tahitian rum.

Ze zijn er vooral fier op hun 50° rum, maar die was toen wij passeerden volledig uitverkocht. Erger nog: de bar was toe wegens verbouwingswerken, dus even van de lokale gefermenteerde vruchtensappen proeven zat er ook niet onmiddellijk in.  Na een korte rondleiding, hebben we dan maar een voorraadje ingeslagen dat representatief was voor het nog beschikbare productengamma in de fabriek: naast veel gezond fruitsap voor het ontbijt o.m. een fles exotische ananaschampagne.

Dezelfde middag zijn we doorgevaren naar Paraoro, een stadje een paar kilometer verderop en hebben we “das Boot” geankerd in de buurt van het Moorea Beach Café (volledig toegewijd aan Veuve Cliquot).  Dat het café een comfortabele aanlegsteiger had in de buurt van de lokale Libre Service was meegenomen, want dan konden we weer bunkeren vooraleer de sprong te wagen naar het volgende eiland: Huahine.

kkm-16
Moorea yacht club met het Moorea Beach Cafe

Dit werd de lakmoesproef: 20 tot 25 uur varen, 80 zeemijl (150 km) af te leggen in een stevige deining. Een test voor onze zeebenen.

FAQ 8 – geraak je op die eilanden nog makkelijk aan eten?

Op elk eiland vind je kleine superettes waar de meest courante producten makkelijk te krijgen zijn.  Uiteindelijk zijn we in Frankrijk…  Brood en kip worden gesubsidieerd en zijn spotgoedkoop. Verse vis is uiteraard makkelijker te krijgen dan in België en vind je in stalletjes naast de baan.  Vlees (lam, rund) komt dikwijls uit Nieuw Zeeland.  Luxeproducten (bier, wijn maar ook kazen en spuitwater) zijn wat duurder dan normaal maar blijven betaalbaar.  Courante groenten vind je zoals thuis.  Fruit is er in overvloed met mango’s, lokale bananen (niet de Chiquita bucht),  papaya’s, ingevoerde appelsienen, etc.  Het grootste probleem: citroenen zijn op de eilanden en zelfs in Tahiti bijna niet te vinden. Het leven is er zoet – niet zuur;-)

(wordt vervolgd)

gastverslag Karel De Baere Genootschapseilanden, Frans Polynesie

Ia Ora Na! (Hallo in het tahitiaans)

En daar staan we dan met onze twee voeten op de tarmac van Papeete’s airport: vochtig-warme tropenlucht slaat in ons gezicht gekruid met de vreemde mengeling van vliegtuigbrandstof en tamarinde bloesem.

Nu nog hopen dat Stef en Ilse op de afspraak zijn en onze heenreis zit erop… 36 uur onderweg waarvan een goede 24 in de lucht, rechtzittend slapen – ik word het nooit gewoon!

Ondanks het zeer ochtendlijke uur staat er al een bandje te spelen om de Air Tahiti vlucht uit Los Angeles te verwelkomen. De paspoortverificatie voor EU burgers is gemoedelijk tot laks, en het immigratieformulier is enkel bedoeld om toeristische statistieken bij te houden. Met onze loodzware zakken (elk netjes afgewogen op 23 kg inclusief 9 liter rode wijn in dozen, een zorgvuldig verpakte fles Orvélo, 5 kg briketten voor de BBQ en een stel tafelpoten) sjorren we naar de uitgang.

Onze gastheer en gastvrouw staan aan de uitgang te schitteren en met Tiaré kransen worden we stevig omarmd door hen (fysiek) en door alle Polynesiërs (in gedachte). Het doet toch altijd deugd om onder vrienden te zijn.

Na een verplaatsing van een kwartier met Stef’s huurauto staan we in het vroege ochtendgloren aan de boot, die er spic en span bijligt (achteraf vernemen we dat er blijkbaar flink is gekuist in afwachting van onze komst).

Katie en Ilse bij Sanuk aan de Papeete kade

FAQ 1 – stellen ze het fysiek goed?

Ik mag u geruststellen… De Kapitein en Admiraal stellen het uitstekend. Ilse sportief als immer en met een diepbruine teint, Stef wat vermagerd, maar al bij al minder dan ik me had ingebeeld (blijkbaar te wijten aan uitspattingen tijdens het bezoek van Emma en Seba).

kkt-5
Gastheer slooft zich uit voor zijn gasten

FAQ 2 –en hoe zit dat met de psyche?

Mentaal zijn ze mooi in balans, Stef heeft leren onthaasten en kan nu al een vol uur stil zitten, is attent (!) en het “schatje hier”, “zoetje daar” is niet uit hun interacties weg te denken. Wat een verblijf op zee al niet doet met een koppel…

Hier met dat schatje
Hier met dat schatje

We krijgen een uitgebreide rondleiding in het luxe verblijf dat Stef en Ilse al een jaar bewonen en nu ook 3 weken als drijvend guesthouse gaat fungeren. Eigenlijk is zo’n catamaran best te vergelijken met een grote caravan waar erg hard is over nagedacht vooraleer hij werd gebouwd. Hij ligt mooi stabiel in het water en de uitrusting biedt al het comfort dat je kan wensen, enkel het internet is wat minder voorspelbaar dan in België. Er is voldoende plaats om niet té veel in elkanders weg te lopen, massa’s bergruimte onder de vloer, de motoren en andere apparatuur zit allemaal netjes weggewerkt in het design. Onze knusse kajuit aan bakboord onder de spiegel heeft midscheeps zelfs een “on suite bathroom” (normaal moet die gedeeld worden met de kajuit in de boeg, maar die heeft Stef voorlopig ingericht als garage en stapelplaats dus we zitten op rozen).

FAQ 3 – en hoe zit dat dan juist met het sanitair?

Het WC heeft een manueel te bedienen chasse en je moet met die pomp een persoonlijke en intieme relatie opbouwen, wat enige tijd vergt. Eénmaal dat het vertrouwen er is en je de knepen van het verpompen onder de knie hebt loopt alles vlotjes (letterlijk en figuurlijk).
De douche levert zoals thuis koud en warm water maar in de praktijk gebruik je dat laatste quasi niet. Vanaf het begin tracht je zuinig te zijn met zoet water want op Sanuk wordt dat ter plekke uit het zeewater gemaakt en dat vraagt relatief veel van de batterijen. Eén uur watermaken levert netto zo’n 45 liter zoet water (voor het koken, de was en de plas – NIET voor de chasse) dus voor minder kritische dingen gebruik je gewoon zeewater.

[Nota van Stefan: Karel, het geurprobleem is opgelost, helaas nadat jullie terug weg waren. Er bleek een verstopping te zitten in de onderwaterafvoer, waardoor het zwart water (zeilterm) via de boven het water zittende overloop werd afgevoerd. Niet dat dit ons stoorde, want wat is een luchtje onder vrienden? ]

De eerste dag brengen we door in Papeete, na een douche in de Capitainerie op de wal (we hadden wat meer water nodig om de vermoeienissen van de reis weg te spoelen) en een uitgebreid ontbijt gaan we inkopen doen op de markt.

kkt-2
De route van de eerste dag bespreken

kkt-3
De overdekte markt van Papeete, met een kleurrijk en gevarieerd aanbod

De sfeer in Tahiti is “laid back” en de mensen uitermate vriendelijk zelfs in de “grootstad” Papeete (30000 inwoners). Je voelt en ziet dat ze hier gelukkig zijn op hun paradijselijke eiland en dat werkt besmettelijk.

Na een verkwikkende nachtrust zijn we op dag twee met de huurauto Tahiti gaan verkennen. Na een bezoek aan het Museum van Tahiti en de eilanden (te Fare Manaha) zijn we gestopt op een aantal heilige plaatsen langs de weg die door de Tahitianen met trots perfect onderhouden worden. De mooiste was de Arahurahu Marae. Best beschreven als een goed bewaarde anemistische rituele offerplaats in een prachtig stukje natuur, aan de voet van een klif omringd door de jungle. Je voelde de geesten er nog rondwaren tussen de Tiki’s (stenen beelden van godheden, stijl Paaseiland, maar dan kleiner).

kkt-8 kkt-7 kkt-6

Geen betere manier om de jetlag te verteren en de geuren van Tahiti mentaal in te blikken dan met een stevige hike over de middag tussen de tropische buien door. Nadat we onze meegebrachte lunch verorbert hebben bij een mooi vergezicht, hebben we nog een een botanische tuin bezocht om af te sluiten met een avondmaal in een Roulotte op de haven (roulotte’s zijn semi-mobiele kookcamionetten, waar de kok in een mum van tijd een lekkere portie lokale kost klaarmaakt).

kkt-15 kkt-14

kkt-12Dag drie: Stef en ik zijn vroeg op en laten de vrouwen wat uitslapen. We kiezen voor een ochtendwandeling doorheen het recent heraangelegd stadspark dat langs de kustlijn en de jachthaven loopt. Prachtig park vol met borden die eigenlijk een zeer leerrijke introductie geven op de geografie, de flora en de fauna van Frans-Polynesië.

Na het ontbijt organiseert Stef een technische rondleiding op de boot voor zijn nieuwe tweede matroos (met nogal wat interessante details over de reparaties die hij al heeft mogen/moeten doen). Blijkbaar is er aan zo’n schip altijd wel iets dat kapot geraakt. Maar naar eigen zeggen is Sanuk nu “in topvorm” na de installatie van de nieuwe zonnepanelen, enkel rond de verhoogde bedrijfstemperatuur van de stuurboordmotor is er nog enige onzekerheid. Waarvan akte…

[Nota van Stefan: tussen vertrek van E&S en aankomst K&K heb ik de kabels van de zonnepanelen vervangen door een grotere doormeter, en een 50A zekering geplaatst. Ook bleek de SB motor het uitstekend te doen na zijn onderhoud ]

FAQ 4 – is dat wel veilig varen op zo’n schip in de Stille Zuidzee? Hebben ze ondertussen wel voldoende ervaring?

Met Stef als volleerd Kapitein (en navigator en mechanieker, en zeilmaker, en electricien, en computer specialist, en navigator) en Ilse als instruerend Admiraal (en opperbootsvrouw, en kwartiermeester, en marconist, en dekknecht, en kabelgast, en bijslaap) zijn alle disciplines aan boord om met vertrouwen het ruime sop te kiezen. Dat er geen onnodige risico’s worden genomen is duidelijk en wordt geïllustreerd door de uitgebreide veiligheidsbriefing die we ontvingen, door het feit dat er voor elke afvaart de voorspelde wind en deining grondig werd bestudeerd / doorgesproken en door de aanwezigheid van checklists en logs die voor elk vertrek formeel werden afgewerkt en ingevuld. We waren er gerust in!

De dag kabbelt voort, we trekken naar een Parelmuseum in de buurt – het eerste van een lange serie bezoeken aan juweliers met blinkende natuurproducten. Pearls are our girl’s second best friend…

kkt-4

kkt-16 kkt-9 kkt-10(wordt vervolgd)